ImageLiteratuur, in de zin van fictie, krijgt niet al te vaak aandacht op globalinfo. Maar een nieuw boek van Thomas Pynchon is wat anders. Pynchon is een van de meest interessante schrijvers op deze aardbol. Eens in de tien jaar komt hij met een nieuwe pil uit. En die gáát dan ergens over.

Against the Day is niet zomaar een nieuw boek. Vanaf het moment dat het uitkomt, beweegt het boek ook internet. Los van verschillende websites over de schrijver of van de uitgever, komen er verschillende weblogs in werking waarop het boek per pagina becommentarieerd wordt, of waar lezers verslag doen van hun bevindingen. Er is een speciaal tijdschrift over Pynchon

Een min of meer officieële Pynchon-site

Een Pynchon-Wiki

En zelfs een speciaal wiki over het boek: Against the Day-wiki

Lezersblog (er zijn er meer)

Verzamellezersblog

En Hier kunnen lezers over het boek discussieren

Een van de kenmerkende zaken rond Pynchon is dat hij altijd heeft geweigerd in de media te figureren. De enige foto van de auteur die circuleert, stamt uit zijn dossier bij de Marine waar hij in de jaren '50 twee jaar in dienst was. Toen CNN de schrijver eens in New York stiekum filmde, heeft hij de zender verboden wat met het materiaal te doen. Hij gaf toen bij uitzondering een verklaring uit, bestaande uit twee zinnen: "Wil niet spreken met journalisten. En niet is niet". Zijn enige publieke optreden was twee keer als tekenfilmfiguur in de cartoonserie The Simpsons, met een zak over zijn hoofd. Hij sprak wel zelf de tekst in.

Image

Marja Brouwers schreef in Vrij Nederland een recensie van Against the Day. Met toestemming van de schrijfster en het tijdschrift, wordt die hieronder gereproduceerd:

Gods lachen: Beschouwing Veelomvattende pil van Thomas Pynchon

Door Marja Brouwers (Vrij Nederland 13/01/07)

Totalitarisme tegenover utopianisme, eros tegenover doodsdrift, anarchisme tegenover corporatisme, natuur tegenover techniek, het zit allemaal in de desoriënterende nieuwe roman van Thomas Pynchon. Maar wat Against the Day echt groots maakt, zijn Pynchons stilistische vermogens en zijn mozartiaanse humor.

Met de aanleg van de spoorwegen in de negentiende eeuw werd het Amerikaanse corporatisme geboren. Deze organisatievorm voor het bedrijfsleven was oorspronkelijk gebaseerd op het idee dat groepen die gemeenschappelijke belangen vertegenwoordigen organisch opgaan in een geheel, een corpus of economisch lichaam. Je zou bijna zeggen, dat heeft iets mystieks, en voor zover niemand meer een flauw benul heeft van de werkelijkheid die schuilgaat achter woorden als flexibel, creatief, dynamisch, proactief, spel en strategie, heeft het dat inderdaad. Maar in haar eerste fase was de corporatie louter een praktisch systeem van tempoversnelling en schaalvergroting. Nuttige delfstoffen zoals goud, zilver, ijzererts, kolen of ruwe olie hoefden niet meer door trekpaarden of muilezels naar een plaats van bestemming te worden gebracht sinds ze voor het eerst konden worden vervoerd in het maximale aantal karretjes achter een stoomlocomotief. Een historisch moment. Door de plotselinge overschrijding van de snelheidsmaat ging er zoveel ijzererts naar de staalfabrieken dat er na de aanleg van alle spoorwegen tot en met Tunguska in Siberië en Basra in Irak genoeg overbleef voor een bloeiende wapenindustrie.

De vestiging van een nieuw type infrastructuur wordt altijd gevolgd door een periode van nieuwe inspiratie op zowel economisch als wetenschappelijk gebied. Vanzelfsprekend gaan ingrijpende vernieuwingen gepaard met de ontwrichting van een oudere coherentie. De ervaring van een desoriënterende overdosis aan gewijzigde informatie roept op individueel niveau vaak verwarring en verzet op. In zijn nieuwe boek, Against the Day, lijkt Thomas Pynchon dit verschijnsel aanschouwelijk te willen maken door zijn lezers dezelfde ervaring eventjes thuis te bezorgen. De roman begint met de Wereldtentoonstelling van 1893 in Chicago en eindigt kort na de Eerste Wereldoorlog in Europa.

In Chicago rijzen nieuwe wonderen van techniek, elektrisch licht, fotografie en hoogbouw uit boven het geschreeuw en gejoel van cowboyvolk dat het vee uit Texas op de ouderwetse manier de slachthuizen in drijft. De openingsbeelden van de groeiende metropool aan Lake Michigan als knooppunt op de verbindingslijn tussen de oude en de nieuwe wereld vormen een doeltreffende dramaturgie. Niettemin zijn de eerste vier- tot vijfhonderd bladzijden van dit lijvige album ronduit desoriënterend. Verhaallijnen worden opgezet en weer losgelaten, honderd personages lopen in en uit zonder dat je begrijpt waarvoor de schrijver ze nodig heeft, net als in eerder werk van Pynchon barsten ze op onverwachte ogenblikken los in malle liedjes naar de bekende aanbeveling van Kerouac (wat te dom is om gezegd te worden moet je zingen), en allemaal reizen ze zo abrupt van hier naar daar dat je ten slotte niet meer weet of ze bij een bepaalde scéne nog in Venetië zijn, of terug bij de mijnwerkers in Colorado.

Luchtballon

De eerste indruk is er dus een van chaos. Verwikkelingen worden geschapen en half ontrafeld, om op een andere plaats weer van voren af aan te beginnen. Een stel jonge avonturiers vliegt rond met een luchtballon onder leiding van een professor uit Connecticut, die ze leert zich onder alle omstandigheden, hoe dol ook, beleefd en voorkomend te gedragen en geen grove taal uit te slaan. Dat laatste contrasteert nogal humoristisch met de verscheidenheid aan stijlregisters die Pynchon zelf tot zijn beschikking heeft. Als stilistische vermogens de maat zijn van een schrijverschap, dan is Thomas Pynchon zonder concurrentie de grootste nog levende Amerikaanse schrijver. Zie de visuele kracht van beschrijvingen zoals: "Since then, Chuck had lived from hand to mouth until, at the town of Thick Bush, not far from the Chums' encampment, someone, recognizing him as the son of a notorious and widely-sought carpetbagger, had suggested an immediate application of tar and feathers to his person."

De typische Pynchon-zin is vaak vergeleken met de stijl van de cartoon. Het spreekt vanzelf dat daar allerlei morele kritiek op geleverd kan worden. Zo hebben critici van Against the Day alweer opgemerkt dat in deze roman, net als in een cartoon, goed en kwaad onproblematisch zijn. De dood is onwerkelijk en menselijke motivatie is vervangen door pure activiteit. Dat is waar. Het laatste is buiten de roman trouwens ook wel eens waar. Over het geheel genomen vindt er in de wereld enorm veel activiteit plaats zonder de minste of geringste menselijke motivatie. Maar wat is er mis met de cartoon? Op zichzelf niets. May Road Runner cartoons never vanish from the video waves, schreef Pynchon er zelf over in zijn voorwoord bij de verhalenbundel Slow Learner.

Bovendien zijn we hier vertrokken uit het laatste decennium van de negentiende eeuw. In Duitsland schreef Nietzsche Jenseits von Gut und Böse en in Oostenrijk ontdekte Freud de gefrustreerde seksualiteit onder de korsetten van de bourgeoisie. Het perspectief in Against the Day verschuift aldoor van duizelingwekkend breed tot duizelingwekkend nauw. Af en toe maken de vliegende adolescenten, de Chums of Chance, een uitstapje naar de Barentszzee voor een prettig gesprek met een stel Russische collega-ballonvaarders uit het pre-bolsjewistisch tijdperk.

Misschien wil Pynchon met deze jongensboekintermezzo's opperen dat diegenen het beste af zijn die het toeval accepteren als de bepalende factor in de loop van de geschiedenis, maar een ongemakkelijke conclusie blijft het dan alsnog, want hun luchtschip heet Inconvenience.

Van de personages die met beide benen op de grond blijven krijgt de clan van Webb Traverse de scherpste contouren. Bij gebrek aan hoofdpersonen mag je wel zeggen dat het Traverse cluster een hoofdlijn vormt in deze goedgehumeurde erupties van taalcreativiteit. Een tweede cluster vormt zich rond de Oosterse schoonheid Yashmeen Hartcourt, die zich gaandeweg ontwikkelt tot de Zuleika Dobson-variant van de femme fatale uit de laat-romantiek. Haar ontmoeten we voor het eerst in Londen, in de kringen van de T.W.I.T. (True Worshippers of the Ineffable Tertactys), een obscure groep die met Pythagorese noties en tarotkaarten duistere machten bestrijdt.

Palindroomachtige rivalen

Hier treffen we ook de tarotexpert Madam Eskimoff, als de uit Eliots Waste Land weggelopen Madame Sosotris. We krijgen te maken met de palindroomachtige rivalen Werfner en Renfrew, twee professoren, de een continentaal (Duits), de ander angelsaksisch (Brits), die rivaliserende standpunten innemen in een filosofisch debat over al deze T.W.I.T. Aan de universiteit van Yale studeert vervolgens Kit Traverse bij William Gibb, de grondlegger van de thermodynamica. Een paar wiskundige controversen van omstreeks 1900 (vectorisme, quaternionisme) eisen hun plaats op als belangrijke theorieën. Misschien zou er wel nooit iemand op de gedachte van differentiaalrekening zijn gekomen als Kit Traverse zich niet een tijdje het hoofd gebroken had over de diverse interessante mogelijkheden voor een vector in vijf dimensies.

Wis- en natuurkunde, vooral begrippen in verband met elektromagnetisme, optica en mechanica, vormen een soort leidraad of bindend principe in Against the Day. Het is alsof deze begrippen los van alle menselijke motivatie een eigen leven leiden en misschien doen ze dat in werkelijkheid ook. De eerste persoon die iets nieuws ontdekt, heeft zelden de concrete zaak op het oog die er uiteindelijk van blijkt te komen (elektrisch licht, film, wapens voor massavernietiging), net zo min als Einstein Hiroshima kan hebben bedoeld. Zoals Pynchon schrijft in zijn synopsis: terwijl dat soort ontdekkingen wordt gedaan, zijn de meeste mensen gewoon bezig hun eigen levens te leiden. Soms kunnen ze hun levens nog volgen, soms worden ze door hun levens achtervolgd.

En natuurlijk: "een gelijkenis met de wereld omstreeks de millenniumwisseling is niet bedoeld." Als hij het zelf zegt, dan zal het wel zo zijn dat die niet bedoeld is. Een "menselijker" thema verbindt de geschiedenis van Webb Traverse, zijn zoons Reef, Frank en Kit en zijn dochter Lake. Lezers van Vineland zullen zich herinneren dat de naam Traverse daar ook al voorkomt. Webb Traverse is op de bekende manier van ongeregeld volk in het toen nog wilde westen terechtgekomen en geëindigd in de mijnen van Colorado. Deze mijnen zijn in handen van het corporate prototype Scarsdale Vibe, die geparticipeerd heeft in de aanleg van een spoorweg. Zo kun je iets vervoeren, dus er moet als de bliksem erts en zilver gedolven worden. Vibe wordt rijk en de mijnwerkers zwoegen lange en ongezonde uren met dynamiet voor weinig geld.

Dynamiet

Het duurt dan ook niet lang of in de omgeving krijgt iemand het idee dat je wat beters kunt doen met al dat dynamiet. Zolang de voorraad strekt, kun je er ook stukken spoorweg mee opblazen. Deze en dergelijke acties hebben de zegen van een plaatselijke predikant, die uit naam van het geloof in God de obstructie van de vooruitgang predikt, misschien omdat eigenlijk niemand meer weet wat hij aanmoet met dat geloof. In een God moet je af en toe nieuw leven slaan, anders gaat hij dood, zoals Nietzsche net gezegd had. Niemand weet wie het dynamiet steelt, maar tot ellende van Scarsdale Vibe knalt er van tijd tot tijd een stuk spoorweg de lucht in. Vibe moet tot de voor de hand liggende conclusie komen dat hij in oorlog is met de negentiende-eeuwse variant van de terrorist, de anarchist.

Deze figuur is ook bestudeerd door Joseph Conrad in Under Western Eyes. De doorsnee anarchist rond de vorige eeuwwisseling was een Rus die in Londen of Parijs rondhing, maar het idee van onverwachte bomaanslagen werkt aanstekelijk. Het ligt voor de hand dat het wilde westen zijn eigen versie van het menselijk ontstekingsmechanisme produceerde, de Kieselguhr Kid. Niemand weet wie hij is en de naam waaronder hij bekend staat geeft weinig prijs, want kiezelgoer is niets dan de poreuze stof waarmee het glyceroltrinitraat in dynamiet wordt gebonden. De doeltreffende anonimiteit neemt niet weg dat Webb Traverse op een dag overvallen en ontvoerd wordt door twee ongure types, die hem na martelingen vermoorden en, om de straf verder voort te zetten, afleveren bij een hick town nog onguurder dan zijzelf, waar aan elke boom een half door gieren en buizerds opgevreten lijk hangt omdat begrafenissen er te veel eer worden gevonden.

Daar wordt hij gelukkig net op tijd aangetroffen door zijn zoon Frank, die de dode Webb op een paard terug naar huis zeult terwijl allerlei verdenkingen door zijn hoofd spoken. Was zijn vader de Kieselguhr Kid en zit Scarsdale Vibe hierachter. Het potentiële wraakthema loopt niet zozeer vast op de omstandigheid dat Vibe de studie van Kit Traverse in Yale sponsort, maar op de nadere kennismaking met de twee moordenaars, van wie er eentje trouwt met Webbs dochter Lake. Voor een echte wraaktragedie heb je een andere wereld nodig, een wereld met codes van eer et cetera. Die zijn hier niet. Frank besluit zijn vader dan maar te wreken door zelf een tijdje Kieselguhr Kid te spelen en Lake belandt in het midden van een triootje met het uiteindelijk onafscheidelijke duo Deuce en Sloat.

Het schijnt dat Pynchon op een haar na de Bad Sex Award gemist heeft, maar de jury die hem daarvoor nomineerde moet het onderscheid tussen slechte seks en slecht beschreven seks even kwijt zijn geweest. Wie moedig doorleest komt op de ruim duizend bladzijden van Against the Day een keer of tien een seksscéne tegen, waarbij alle denkbare onregelmatigheden opvallen wat betreft het aantal deelnemers, variatie van sekse, soortelijke verwantschap en wat je er verder nog van verwacht zou hebben. Dat dit niet functioneel zou zijn kan de Bad Sex jury ook al niet beweren. De ongeorganiseerde seksualiteit van personages als Yashmeen Hartcourt of Cyprian Lakewood is een aspect van het anarchistische grondthema, net als de jazz van Dope Breedlove, de eeuwige jeugd van de Chums of Chance en de eigenaardige drugs die Lew Bashnight gekregen heeft van Dr Oyswharf.

Minuscule wezentjes

Oyswharf voert vreemde experimenten uit. In plaats van de door de beatgeneratie nagestreefde verruimde geest te bewerkstelligen leiden zijn poedertjes tot een akelige blikvernauwing. Lew wil een biefstukje eten in een wegrestaurant, maar zodra hij zijn mes in het vlees zet ziet hij op de schaal van kristallografie dat het biefstukje krioelt van de minuscule wezentjes, die in slagorden bezig zijn met het verrichten van drukke maar totaal onbegrijpelijke activiteit. Natuurlijk (dit is Pynchon) lopen ze erbij te zingen, zich kennelijk niet bewust van het feit dat ze bekeken worden. Lew weet niet wat hij hoort. Uit zijn biefstuk stijgen piepkleine stemmetjes op en ze zingen:


Yes we're Beavers of the Brain,

Just as busy as you please,

Though we're frequently reported

To behave like little bees

Keep that Bulldog in your pocket

Do not bother to complain

Or you might get into trouble

With the Beavers of the Brain.

Lew Bashnight weet niet wat hij hiervan moet denken. De dreigende gestalte van de waard ziet hij pas als die al naast zijn tafel staat. Wat zit jij raar te kijken naar mijn eten, zegt de waard, waarop Lew tot overmaat van ramp antwoordt, ja maar, je eten ís raar.

"Het is altijd donker" luidt het motto van Against the Day, "anders zouden we geen licht nodig hebben." Een analyse van dit boek door een lezer die het verhaal op een rijtje wil zetten zou waarschijnlijk de relatief onbelangrijke ontdekking opleveren dat Pynchon licht gebruikt als een richtende symboliek. Hiervoor zijn genoeg aanwijzingen te vinden in de afzonderlijke deeltitels. Het licht over de velden, de dubbele breking van licht in IJslands kristal, een soort calciet waardoor dubbele beelden ontstaan en de voortgezette verdubbeling van locaties en personages in deel 3 (Bilocations) vinden allemaal hun plaats in de beweging "tegen de dag in" naar het oosten, als Kit Traverse met de Transsiberische spoorlijn naar Tunguska reist, waar in 1908 een geheimzinnige meteoriet insloeg.

Voor zover licht een religieus symbool is zou je kunnen zeggen dat onze voorouders het door een alternatief licht vervingen. Verder vindt een analyse alle dualismen waar Amerikanen zo dol op zijn. Totalitarisme tegenover utopianisme, eros tegenover doodsdrift, entropie tegenover orde, anarchisme tegenover corporatisme, tegencultuur versus hegemonie, natuur tegenover techniek. Noem het en Pynchon heeft het, maar dat is niet wat hem een groot schrijver maakt. Hij is een groot schrijver door zijn weergaloze stilistische vermogens en zijn mozartiaanse humor. Dit is Gods humor, het begrijpend lachen dat alles vergeeft.

Daarmee nodigt hij zijn lezers uit om eens te proberen zich iets voor te stellen wat buiten onze bekende wereld ligt, waarin vooruitgang en vernieuwing uiteindelijk alleen maar hebben betekend dat de capaciteit om te overheersen en te moorden een stuk groter geworden is.

Thomas Pynchon, Against the Day, Penguin Press New York november 2006, importeur Penguin Books Benelux, 34,99