Het gaat er niet om te ontkennen dat er maatregelen nodig zijn om een epidemie onder controle te krijgen, die zulke diepingrijpende gevolgen heeft voor mens en samenleving als door het coronavirus veroorzaakt. De vraag is of de rechtstaat daarbij moet worden afgebroken? Neen dus. Ondertussen is die wel ‘koud gezet’. De reden daarvoor is: dienen van de volksgezondheid. Iedereen kan er echter van op de hoogte zijn dat reeds lang voor de corona-crisis gesproken werd over de teloorgang van menig rechtstatelijk element.

(Door Thom Holterman, oorspronkelijk gepubliceerd op Libertaire Orde foto Jill, CC2.0/Flickr)

Kapitalisme schaadt ernstig de gezondheid kapitalismeschadelijk

Er is dus ‘koud gezet’ wat er nog van de rechtstaat over is. De teloorgang heeft onder meer te maken met uitvoering van door neoliberaal ingegeven maatregelen, zoals opvoeren van snelheid van het nemen van bepaalde overheidsbeslissingen zonder tussenkomst van burgers (bezwaar en beroep) en rechter (beboeting van menig type overtreding).

Het neoliberalisme heeft geleid tot uitvoeringsmaatregelen die een totaal verziekte en leeggezogen maatschappij heeft opgeleverd. De neoliberale destructie is bij de corona-crisis in alle hevigheid zichtbaar geworden. Bijna de hele zorgsector is geprivatiseerd en daarmee volstrekt uitgemergeld. Ziekenhuizen moesten in alle haast intern zodanig worden omgebouwd dat ze een mono-functie kregen: IC-covid-19. Alle andere activiteiten werden gestaakt. De Franse vereniging van trauma-chirurgen liet, net voor Pasen, een persbericht aan motorrijders uitgaan: ga in de Paasdagen niet op pad met je motorfiets, want bij een ongeluk kunnen we je niet helpen: alle operatiekamers zijn Covid-19 bezet. Dit is het neoliberalisme en het ermee samenhangende mondialisme letterlijk uitgetekend. Dit willen we niet meer terug. De wereld zal er na de crisis anders uitzien, zo wordt door menigeen gedacht en uitgesproken.

Inmiddels weten we wat een paar maanden niet vliegen betekent: de lentezon voelt warmer aan… Ja, de economie, de productie, die heeft er onder te leiden. Kapitalisten lopen grote schade op. Wel, neoliberalen en kapitalisten zullen zich niet gewonnen geven. Zo liet de Schiphol-baas op 18 april 2020 weten dat het aantal vluchten in 2023 weer op het oude niveau zit ( gesprek met Nu.nl ). Wie dus denkt dat na de corona-crisis de wereld anders zal zijn, vergist zich lelijk. Reken erop dat nu al het neoliberalisme zich warm loopt om het niet zo ver te laten komen. Daarom zie je zoveel inzet om ons, als gewone burgers, te gewennen aan een harnas, waarbij de rechtstaat aan de laars wordt gelapt (want die is ‘koud gezet’).

Een Frans artikel getiteld ‘Repressie in tijden van vrijheidsbeperking’ somt op: door de [Franse] politie zijn 8,2 miljoen controles uitgevoerd en er zijn 480 000 personen verbaliseerd.  Met de coronavirus om de hoek hebben machthebbers een uitgelezen excuus het gebruik van een ‘harnas’ te testen. Ik wees er al op met ‘COVID-19, de vriend van overheersers’. Het betoog van de Franse advocaat Bérenger Tourné levert daar een zoveelste voorbeeld van. Dat kaart aan hoe, tot in crisistijd, maatschappelijke verschillen worden gehandhaafd. Ik vertaalde en bewerkte een deel van zijn artikel over gerechtigheid of rentabiliteit onder Covid-19.

Bérenger Tourné constateert dat de rechtstaat ‘voor even’ (looptijd: ‘sanitaire uitzonderingsstaat’) is ‘koud gezet’. Hij spreekt over ‘Gerechtigheid Covid’ [ Loi d’urgence COVID-19 ; thh.]. ‘De macht oordeelt nu in het donker en blindelings, achter gesloten deuren, welwillend toegestaan door de [Franse] Raad van State die heeft besloten doof te blijven, terwijl de [Franse] Grondwettelijke Raad heeft besloten te zwijgen voor de tijd van de vrijheidsbeperking (het opgelegde huisarrest aan iedereen in Frankrijk). Elke dag worden mensen zonder dat daar ruchtbaarheid aan wordt gegeven veroordeeld. Dat wordt gedaan door hen die hun handen wassen en tijdens die bezigheid een masker op de principes zetten’, aldus Tourné. Wat is er gebeurd?

Rechterlijke macht stilgelegd

Tijdens de hoorzitting in de Nationale Vergadering op 8 april bevestigde de Minister van Justitie de aanwezige of aangesloten afgevaardigden dat ‘de vrijheidsbeperking de werking van onze rechtbanken op losse schroeven heeft gezet’, zodat de rechterlijke macht zich nu alleen nog maar bezig zal houden met ‘geschillen die voorrang behoeven’. Echt waar? Wat zijn dat dan voor zaken? Wel het gaat om zaken waarbij een onmiddellijke verschijning voor de rechter mogelijk is en dus niet essentieel zijn voor het ‘behoud van de rechtsstaat’ in deze bijzondere periode. Hoewel het geen essentiële zaken zijn, worden ze toch afgehandeld. Is dat niet raar?

Voor uitleg verwijst Tourné naar het doel van de [Franse] Verordening nr. 2020-303 van 24 maart. Het doel is: ‘de continuïteit van de activiteiten van de afdeling Strafrecht van de rechtbanken mogelijk te maken, hetgeen essentieel is voor de handhaving van de openbare orde’. Het is begrijpelijk, zo zegt Tourné, dat het beoordelen van de voorlopige hechtenis van een individu dat is gearresteerd voor een mes-aanval, zoals onlangs het geval was in Romans-sur-Isère, deel uitmaakt van deze wetsratio.

Als we echter kijken naar de huidige justitiële situatie, stuiten we op de paradox dat strafzaken als moorden, verkrachtingen en terreurdaden, die de openbare orde het meest verstoren en die normaal gesproken door de strafrechter worden behandeld, worden uitgesteld tot na de opheffing van de vrijheidsbeperking. Wel gaat gewoon door het elke dag behandelen en berechten in openbare rechtbankzittingen van gevallen van zakkenrollerij, wiethandel aan de voet een flatgebouw, mishandelingen en gevechten van allerlei aard. Dat het beginsel van de gezondheidsvoorzorg prevaleert boven de openbare orde in strafzaken is te begrijpen. De vraag is dan: waarom geldt dat niet als het gaat om kleine misdrijven en kruimeldiefstal? Daar is een reden voor, die Tourné uitlegt.

Meten met twee maten

De procedure van de onmiddellijke verschijning, een soort snelrecht-procedure, geldt voor het grootste deel voor gevallen van heterdaad. Als je op heterdaad betrapt wordt, en het bewijs is overweldigend, word je op het moment, direct of bijna direct, beoordeeld. De behandeling van de zaken is dus variabel. Degene die beslist, is niet de rechter maar het Openbaar Ministerie. Het is het Openbaar Ministerie dat de leiding van de zaken bepaalt. Dat doet het op basis van min of meer objectieve criteria die op de zaken vooruitlopen, zoals zaken waarvoor onderzoek nodig is (verplicht voor misdrijven, en gebruikelijk bij  witteboordencriminaliteit), uitbrengen van een dagvaarding of een dagvaarding op een ver in de toekomst gelegen datum. In de andere gevallen, die van de heterdaad, gelden de voornoemde criteria niet. In veel gevallen betreft het behoeftige personen zonder vaste verblijfplaats, de precaire werklozen en vreemdelingen zonder papieren. Een snelle stop voor de rechter, dan (vooral) detentie.

De vraag is dan terecht: waarom – en als er een oorzaak wordt gevonden, hoe – zou de openbare orde beter worden gehandhaafd door onmiddellijke beoordeling? Of het om de behandeling van een ‘heterdaadje’ gaat of om  andere strafrechtelijk relevante zaken,  het risico van blootstelling aan Covid-19 van de betrokkenen in de gehele politiële en justitiële keten blijft hetzelfde. Die andere zaken betreffen misdrijven tegen personen (moord, verkrachting, terrorisme, enz.) en economische delicten (ontduiking, belastingfraude, witwassen van geld, corruptie, etc.). Die worden bevroren door het justitiële moratorium dat om gezondheidsredenen wordt opgelegd. Wat gebeurt hier in die tweedeling?

Wel, de beginselen van ‘het doen van recht’ en ‘het handhaven van de openbare orde’ verdampen in dezelfde smeltkroes tegelijk met ‘het voorzorgbeginsel’ (moratorium om gezondheidsredenen). Daardoor wordt er onaanvaardbaar met twee maten gemeten. Door de activiteit van de enige rechtbank voor heterdaad-delicten te handhaven, wordt een ander doel nagestreefd dan de genoemde. Het is dezelfde doelstelling die ook aan de ziekenhuizen wordt opgelegd: de rentabiliteit van de rechtspraak, aldus Tourné.

Ik ga nog een stap verder: je ziet voor een deel het oude thema van ‘klassenjustitie’ erin terugkeren. En wie worden dan zonder omwegen en met risico van blootstelling aan Covid-19 aangepakt: de sloebers, de onderkant van de samenleving. Wie met rust gelaten worden zijn bijvoorbeeld de werkgevers, aldus het CNV, die worden amper beboet voor gebrekkige coronabescherming (zie NU.nl van 18 april 2020 ). Ik zie er een machtsdaad in van een onderhuidse soort (denk terug aan oude tijden, als de fabriekseigenaar tegen de pastoor zegt: ‘Houd jij ze dom, houd ik ze arm’): mee helpen voorkomen dat na de corona-crisis alles anders zal zijn. Wees je bewust dat er door machthebbers aan gewerkt wordt – op alle niveaus, in alle maatschappelijke sectoren – om dat te voorkomen.

Bérenger Tourné (advocaat)

[Dit is een deel van zijn artikel, integraal te lezen op de site van Le Grand Soir, klik HIER ; vertaald en bewerkt door Thom Holterman.]

Later nieuws:

(1) Inmiddels is er een door de ‘Commission nationale consultative des droits de l’homme’ een instantie opgezet die de eventuele schending van rechten en vrijheden tijdens de periode van vrijheidsbeperking in de gaten moet houden. Het gaat om de instelling van een ‘Observatoire de l’état d’urgence sanitaire et du confinement’. Zie daarover Le Monde van 17 april 2020.

(2) Hoe we overigens ‘gepiepeld’ worden, door de privatisering in de zorg, lees je onder meer in de rubriek van Zihni Özdil in het NRC van 18 april 2020.