Wat doen ratingbureaus, waar dienen ze voor? De tijd dat de banken zelf nog onderzoek deden naar de kredietwaardigheid van de leningnemer – dus de vraag of hij de lening met rente terug zou kunnen betalen – ligt al ruim 30 jaar achter ons. Althans als het ging om leningen aan grote, transnationale bedrijven en staatsleningen, de zogenaamde obligaties, uitgeschreven door staten. Sinds ongeveer 30 jaar wordt deze taak steeds meer gedelegeerd naar zogenaamde ratingbureaus.

Een ‘rating’ is een oordeel in de vorm van een (rapport)cijfer over de kredietwaardigheid van een kredietnemer. In deze bijdrage bepalen we ons tot de adviezen van ratingbureaus met betrekking tot openbare kredietnemers, namelijk de staat en zijn uitgifte van obligaties. ‘Hoe groot is de kans dat een overheid als leningnemer in het kader van de door haar uitgegeven obligaties, zonder problemen de lening met rente kan terugbetalen?’ Dat is ongeveer de vraag waar ratingbureaus zich over buigen op verzoek van de financiële wereld, die trouwens goed voor dat onderzoek betaalt, en waarover die bureaus dan een advies uitbrengen.

Er zijn meerdere ratingbureaus, maar een drietal is van groot belang voor die financiële markten: Moody’s, Standard & Poor’s, en Fitch. Met hun ratings bepalen zij in overwegende mate of financiële markten wel of geen leningen zullen verschaffen aan staten en welke rente daarbij geheven wordt.

Bij de berekening van dat (rapport)cijfer betrekken de ratingbureaus zaken als omvang van de staatsschuld, het begrotingsbeleid, inflatieverwachtingen, concurrentiepositie en dergelijke. De beoordelingen lopen, globaal gezien, van de hoogste categorie ‘uitzonderlijke kwaliteit’ (prime) = AAA, via tussencategorieën, naar ‘zeer zwak’ (extremily speculative) = C.

 

Onder vuur

Het economisch systeem waarmee de wereld behept is, het kapitalisme/de ‘vrije’ markt, kan moeilijk zonder deze ratingagentschappen. Al ongeveer 70% van de bedrijfsfinancieringen in de VS en 30% in Europa loopt via deze bureaus. Die ontwikkeling wordt nog bevorderd met de invoering van nieuwe kapitaalregels voor banken, die risicovolle kredietverlening, zoals rommelhypotheken, aan banden moeten leggen.

 

De functie van deze bureaus is dus de financiële markten te behoeden voor al te risicovolle kredietverschaffing. Zij staan dus in dienst van het particulier belang. Wat van hen verwacht wordt is een advies over de risico’s voor de winstaccumulatie die particuliere kredietverschaffers, banken bijvoorbeeld, kunnen lopen. Hun prioriteit en enige doel is de bevordering van particuliere winstaccumulatie, geheel in de traditie trouwens van het kapitalisme. Een bijkomend, niet door die ratingbureaus bedoeld effect kan zijn, dat ook het maatschappelijk belang soms gediend is met hun adviezen, dat ook de samenleving profiteert van de kruimeltjes die van de tafel vallen. Want waar vanwege de ratings minder risicovol krediet wordt verleend, is ook de kans kleiner dat de financiële markten, banken bijvoorbeeld, schulden moeten afwaarderen of zelfs omvallen. Dit risico zou zonder twijfel de kredietverlening aan bedrijven in gevaar brengen, en dat kan weer de werkgelegenheid, en dus ook het maatschappelijk belang, benadelen. Dit maatschappelijk voordeel is overigens niet door deze bureaus geïntendeerd. Daar waar het kapitalisme een stelsel is waar particulier en maatschappelijk belang aan elkaar tegengesteld zijn, elkaar zelfs uitsluiten, zou men, geheel in de geest van de kredietbeoordelaars, dit maatschappelijk voordeel adequater kunnen aanduiden als ‘collateral damage’.

 

De kredietbeoordelaars liggen de laatste tijd in toenemende mate onder vuur. Waar ze betaald worden door hun opdrachtgever, de financiële markten, zouden ze niet onafhankelijk zijn en neigen naar te lage ratings. Er wordt getwijfeld aan hun objectiviteit, ze komen vaak te laat met hun advies/ratings, en ze achten zichzelf onmisbaar, ten onrechte naar blijkt, want ze hebben een reeks crises niet zien aankomen.

 

Verantwoordelijk voor de crisis?

Ofschoon de bovenstaande kritiek aanleiding vormt functioneren en nut van ratingbureaus in vraag te stellen, gaat het hier toch om een soort kritiek die tamelijk onbelangrijk is. Zij gaat namelijk voorbij aan de verwoestende werking die ratingbureaus kunnen uitoefenen op het welzijn van hele bevolkingen van staten, en tenslotte van heel de wereld. Het gaat hier om een invloed die buiten het gezichtsveld blijft van het accumulatiebelang van de financiële markten. Die verwoestende werking zien we wanneer de kredietwaardigheid van staten een lage rating toegewezen krijgt, en de financiële markten bijgevolg leningen aan zulke landen weigeren, of alleen nog tegen zeer hoge, bijna niet meer op te brengen rentes, toekennen. Het onvermijdelijk gevolg is dat die toch al zwakke landen daardoor worden gedreven naar het faillissement, de afgrond, en dat zelfs hele valutaregio’s, zoals bijvoorbeeld de euro, in een recessie raken, en daar de wereld in meeslepen. Ratingbureaus zijn de perverse uitwassen en mechanismen van een in wezen pervers economisch systeem, dat alleen maar perverse doeleinden kent, namelijk de voortschrijdende winstaccumulatie van de rijken, ten koste van solidariteit met de mens en respect voor de natuur. Maar uiteindelijk zijn die ratingbureaus niet de primair verantwoordelijke en de hoofdschuldige. Dat is het economisch systeem – de ‘vrije’ markt – waaruit zij voortgekomen zijn en wiens gedegenereerde genen zij met zich meedragen.

 

Een publiek ratingbureau?

Menig criticus die een aanpassing van de ratingbureaus voorstaat, ziet de oplossing in een openbaar ratingbureau, dat onafhankelijk van de politieke macht moet kunnen optreden. Dit is een oplossing die zich situeert binnen het kapitalisme/de ‘vrije’ markt, en die juist daarom ineffectief is. Want particulier of openbaar, de taak van een ratingbureau is onveranderd (rapport)cijfers, ratings dus, te produceren over de kredietwaardigheid van onder meer staten. En of het nu een particuliere of openbare rating is, de financiële markten zullen er evenzeer als nu, bij de huidige particuliere ratingbureaus, uitsluitend met het oog op het eigen belang naar handelen, met alle bekende perverse consequenties van dien. Kredietbeoordelaars zijn een van de mechanismen van het kapitaal om heel de wereld en de natuur in gijzeling te houden.

 

De noodzaak die zich hier aandient is het perspectief van een postkapitalistische economie, een systeem dat de juiste oplossing heeft voor het probleem van ratingbureaus: ze zijn daar niet meer nodig.