Door de toenemende invloed van de economie op de samenleving, neemt ook de invloed van de industrie op de wetenschap toe. Zolang de onafhankelijkheid en de waarheidsvinding van de wetenschap gewaarborgd blijft, hoeft die invloed niet slecht te zijn. Onafhankelijke wetenschappers die werkzaam zijn in de Life Sciences menen echter die waarborging in hun discipline wel in gevaar wordt gebracht. Ze maken zich grote zorgen over de recente intrekking van een publicatie van  Gilles-Eric Séralini en zijn co-auteurs door het wetenschappelijke tijdschrift Food and Chemical Toxicology. Volgens hen verstevigt de biotech-industrie hiermee haar grip op het bedrijven van wetenschap in de Life Sciences.

(Bron: Konfrontatie digitaal)

 

Séralini en zijn medewerkers vonden na uitgebreid onderzoek ernstige vergiftigingsverschijnselen bij ratten die gevoerd waren met Monsanto's genetisch gemodificeerde NK603 maïs en/of het bijbehorende herbicide Roundup. Naast overbelaste levers, plaatselijke afsterving van lichaamsweefsels, en nieraandoeningen, namen de onderzoekers een verhoogde incidentie van tumoren en hogere sterfte waar. Na de publicatie – ruim een jaar geleden - kwam het tijdschrift zwaar onder vuur te liggen van wetenschappers die banden hebben met de biotech-industrie en ‘onafhankelijke adviseurs’ van de Europese Commissie. Zij eisten dat de publicatie zou worden ingetrokken. Ondanks de uitgebreide en heldere antwoorden op de brieven van deze lieden, is het vakblad uiteindelijk onder de enorme druk van de biotech-industrielobby gezwicht. In Nederland is vooral Louise Fresco een groot pleitbezorger van de biotech-industrie. Zij noemt Séralini zelfs een fraudeur. Ook een medium als NRC Handelsblad blijkt een uitgesproken voorstander te zijn de bedenkelijke invloed van de biotech-industrie op het wetenschappelijke bedrijf. De nuance lijkt zoek.

persverklaring Elsevier en reactie Séralini

Uitgever Elsevier maakt op 28 november bekend dat de Séralini-studie is ingetrokken. In een persverklaring stelt hoofdredacteur Dr. A. Wallace Hayes dat er "geen aanwijzingen zijn voor fraude of een bewust onjuiste voorstelling van de gegevens." De enige reden die hij meldt voor de terugtrekking is dat "de gepresenteerde resultaten (hoewel niet onjuist) geen conclusies toelaten." Volgens Hayes staat het lage aantal ratten en de gevoeligheid voor tumoren van de rattenstam die is gebruikt geen definitieve conclusies toe.

In een schriftelijke reactie op de persverklaring zegt Séralini: “Wij, auteurs van het artikel [..] aanvaarden de discussie over het feit dat deze studie niet doorslaggevend is vanwege de rattenstam of het aantal gebruikte ratten als niet wetenschappelijk overtuigend. Wij handhaven onze conclusies.”

Op een persconferentie in het Europees Parlement wordt het besluit van Elsevier door Séralini en Europarlementariër Corinne Lepage sterk veroordeeld. Séralini legt uit hoe het tijdschrift hem de keuze liet om de studie zelf terug te trekken - hetgeen hij weigerde - of dat de redactie van het vakblad het artikel zou terugtrekken. Het CRIIGEN-team, Séralini's instituut, heeft Amerikaanse advocaten ingehuurd om het besluit aan te vechten.

andere reacties op de persverklaring

In een reactie op de persverklaring van Elsevier verklaart het European Network of Scientists for Social and Environmental Responsibility (ENSSER) dat Hayes een verkeerd beeld schetst van de aard van het onderzoek en de onderzoeksmethode: "Séralini en zijn co-auteurs trekken geen definitieve conclusies [..]. Ze rapporteren gewoonweg hun waarnemingen en formuleren hun conclusies zeer zorgvuldig. Ze zijn zich zeer bewust van de onzekerheden. Het betreft een lange-termijn onderzoek naar chronische toxiciteit en geen compleet onderzoek naar carcinogeniteit, want dat zou het gebruik van veel meer ratten vergen. Het is nooit de intentie geweest van de onderzoekers om specifiek naar tumoren te kijken, maar een toename van tumoren konden ze moeilijk negeren." ENSSER merkt fijntjes op dat de beoordelaars van het vakblad voorafgaand aan de publicatie op geen van de beide argumenten die Hayes nu aan de orde stelt (aantallen ratten en hun tumorgevoeligheid) tegenwerpingen hebben gemaakt.

Een ander punt van kritiek van ENSSER en onder meer Corporate Europe Observatory (CEO) is dat de redenen die Hayes noemt niet stroken met de richtlijnen die het Comité voor de Ethiek van de Publicatie (COPE) heeft opgesteld voor het intrekken van wetenschappelijke publicaties. Dat onderzoeksresultaten geen conclusies toelaten is bij COPE geen reden voor intrekking. Keiharde conclusies zijn sowieso zeldzaam in de wetenschap. Onzekerheid is inherent aan wetenschap. Bovendien, zo stelt ENSSER, moet een besluit tot het intrekken van een publicatie niet door één redacteur in overleg met een geheim team genomen worden. “De criteria en methoden die gehanteerd worden moeten transparant zijn” en: “Onafhankelijke wetenschap houdt op te bestaan ​​als dit een geaccepteerde procedure zou worden,” volgens deze vereniging van wetenschappers.

Ook een onafhankelijke toezichthouder op het intrekken van wetenschappelijke publicaties, Retraction Watch, heeft grote bedenkingen, die voor een deel aansluiten op de bevindingen van ENSSER. Medewerkers beschouwen het besluit voor intrekking als zeer controversieel en zijn benieuwd hoe de wetenschappelijke gemeenschap hierop gaat reageren.

“druk vanuit de industrie is een patroon geworden”

In een oproep aan de redactie van Food and Chemical Toxicology een maand voorafgaand aan de intrekking van Séralini’s publicatie schrijft Dr. Doug Gurian-Sherman  van de Union of Concerned Scientists in de Verenigde Staten: “Dit is niet alleen een kwestie van een enkele publicatie of auteur, maar een voorbeeld van wat nu een patroon is geworden door de voorstanders van een bepaald gezichtspunt die de wetenschappelijke gemeenschap proberen hun wil op te leggen.” [..] “Ik verzoek u dringend om u te houden aan de maatstaven van de redacteur van de Proceedings of the National Academy of Sciences, in de Verenigde Staten, waar een soortgelijke lobby in 2007 de publicatie van Rosi-Marshall et al. in diskrediet bracht. Die redacteur heeft toen correct gehandeld door de eisen van de opponenten te verwerpen.”

Gurian-Sherman doelt op een hele reeks onafhankelijke wetenschappers die slachtoffer zijn geworden van georkestreerde lastercampagnes vanuit de industrie, die hun carrières hebben verwoest. Volgens Ann Clark van het Canadian Biotechnology Action Network verloopt dat proces als volgt. De geloofwaardigheid van een studie wordt in twijfel getrokken en de resultaten betwist. Normaliter volgt dan een debat en een follow-up als onderdeel te zijn van het wetenschappelijk proces. Maar in plaats daarvan volgen er gecoördineerde afwijzingen door "experts" en vinden er karaktermoorden plaats. Het is een voorspelbaar onderdeel geworden van de werkwijze van de biotech-industrie. Terwijl het ordenen van de legitieme wetenschappelijke vragen uit de vooral misleidende argumenten vanuit de industrie druk aan de gang is, wordt in de tussentijd de aandacht afgeleid van het werkelijke probleem. Namelijk de terechte vragen die de onafhankelijke onderzoeker aan de kaak stelt over de veiligheid van GM-voeding en de al lang bestaande problemen met de regelgeving van overheden voor genetisch gemanipuleerde organismes (GGO's).

“de EFSA meet met twee maten”

Achter de intrekking van Séralini's artikel gaat een veel dieper liggend fundamenteel politiek probleem schuil. Zijn publicatie brengt de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) en onderzoekers die nauwe banden onderhouden met de biotech-industrie in de problemen. Het is een gedetailleerd lange-termijn onderzoek, uniek in zijn soort, dat in wezen een herhalingsonderzoek betreft van een eerdere studie van Monsanto uit 2004 in hetzelfde tijdschrift. Deze publicatie van Monsanto is gebruikt om de NK603 Roundup tolerante maïs van Monsanto goedgekeurd te krijgen door de EFSA. Met andere woorden: erkenning van Séralini's onderzoek zou betekenen dat de toestemming voor deze GM- maïsvariant op zwakke gronden is verleend. De aanwijzingen dat dit inderdaad het geval is worden verder versterkt door een studie die toevallig vrijwel tegelijk met de intrekking van Séralini's artikel verscheen in het tijdschrift Environmental Sciences Europe. Twee Duitse onderzoekers hebben hierin de criteria die de EFSA gebruikte om de Séralini-studie te negeren, toegepast op de Monsanto-studie uit 2004. Ze stellen vast dat ook deze publicatie had moeten worden ingetrokken. Daarmee verdwijnt de basis onder de toelating van de NK603 maïs in 2005. De Duitse onderzoekers hebben bovendien nog 21 andere rattenproeven uit de wetenschappelijke literatuur onder de loep genomen, waarbij allerlei stoffen (geen gentechgewassen) in het voer getest werden op hetzelfde type ratten en onder dezelfde condities als in de Séralini-studie en de Monsanto-studie. Vele van die 21 proeven voldeden evenmin aan de criteria van de EFSA. "Deze benadering lijkt een tactiek te zijn om lastige resultaten te vermijden en gunstige resultaten te selecteren," menen de onderzoekers . Ze vinden dat door de handelwijze van de EFSA de objectiviteit van de wetenschap in het geding komt. "Het is tijd om op te houden met het selectief aanvallen van methoden en te beginnen naar de resultaten te kijken." CRIIGEN deelt deze mening. Het verklaart dat de EFSA eenzijdige kritiek heeft uitgeoefend op Séralini's studie en daardoor met twee maten meet. CRIIGEN vindt dat Food and Chemical Toxicology ook de studie van Monsanto moet terugtrekken. Het heeft aangekondigd dat als dat niet gebeurt, zij het tijdschrift zullen aanklagen.

rol van Anne Glover

Europarlementariër Corinne Lepage stelt dat de biotech-industrielobby een aanval uitvoert op de normen inzake voedselveiligheid. Ook de rol van de belangrijkste wetenschappelijke adviseur van de president van de Europese Commissie, Anne Glover, trekt zij in twijfel. Zij veegde het onderzoek van Séralini in zeer felle bewoordingen van tafel staat bekend als een echo voor de slogans vanuit de industrie dat “genetisch gemodificeerde gewassen de sleutel zijn tot het voeden van de wereld” en dat “de veiligheid van gentechvoeding boven alle twijfel is verheven”. Dit soort uitspraken staan ver verwijderd van het “onafhankelijke deskundig advies over alle aspecten van wetenschap, technologie en innovatie” dat in haar mandaat bij de Europese Commissie is vastgelegd. Lepage roept Anne Glover op af te treden.

Belangenverstrengeling redactieleden

Corporate Europe Observatory (CEO) en GM Watch wijzen erop dat slechts een paar maanden geleden een voormalig onderzoeker van Monsanto, Richard Goodman, lid werd van de redactie van Food and Chemical Toxicology. Verscheidene andere leden van de redactieraad hebben banden met het biotechbedrijf Pioneer en het International Life Sciences Institute (ILSI), een lobbygroep van de biotech-industrie. Dat kan verklaren waarom de redactie van het tijdschrift uiteindelijk heeft gebogen onder de enorme druk vanuit de biotech-industrie. Het zeldzame onderzoek van Séralini naar de lange termijn gezondheidsrisico's van GGO's en pesticiden moet blijkbaar worden uitgewist, omdat het schadelijk is voor de business van de biotechbedrijven. Er is geen bewijs dat Goodman verantwoordelijk was voor het terugtrekken van Séralini’s studie. Maar zijn benoeming zo vlak na de ‘Séralini affaire’, samen met het uitblijven van het publiceren van een lijst met de belangen van zijn redacteurs, roept vragen op over de invloed van de biotech-industrie op de redactie van het tijdschrift.

HollandBio

De belangenvereniging van de biotech-industrie in Nederland heet HollandBio, voorheen NIABA en BioFarmind. De naam doet een lobbyvereniging vermoeden van biologische producten. Maar niets is minder waar! Het is niet ‘bio’. Deze lobbyorganisatie is druk bezig om politici te overtuigen dat gentechgewassen van cruciaal belang zijn om de wereldbevolking te voeden en dat de veiligheid ervan allang zou zijn bewezen. Ze organiseren debatten en worden gesteund door Nederlandse wetenschappers die nauwe banden hebben met de biotech- en/of voedingsindustrie, waaronder Louise Fresco, Harry Kuiper (voorheen werkzaam bij het onderzoeksinstituut RIKILT en jarenlang voorzitter van het GMO-panel van de EFSA), Gijs Kleter (RIKILT en ILSI), en Evert Jacobsen (WU Plant Sciences). ASEED en CEO roepen de woordvoerders in de Tweede Kamer op kritische vragen te stellen over deze progentech lobbyactiviteiten.

Louise Fresco

Louise Fresco is een in Wageningen geschoolde vooraanstaande voedseldeskundige en tegenwoordig hoogleraar duurzaamheid (jazeker! net als kernenergie wordt biotech tegenwoordig ook van het etiket ‘duurzaam’ voorzien, HvdK) aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is ze onder meer commissaris bij de Rabobank, lid van de raad van bestuur van Unilever, adviseur van de WHO en lid van de Trilaterale Commissie. De Rabobank geldt als een spin in het web van de gentech-industrie in de landbouw. Het helpt bedrijven als Monsanto, Syngenta, Pioneer, Dow Agro Science en Bayer Crop Science om hun GM-zaden te verkopen. In het voorjaar van 2013 pleitte Louise Fresco in het tijdschrift Science voor het versneld toelaten van nieuwe gentech-gewassen, want die zouden de wereld moeten gaan voeden. Het bewijs dat ze dat niet doen en dat er hele andere oplossingen nodig zijn is overweldigend. Zo zeer zelfs dat Rob Janssen van de lobbyorganisatie NIABA in 2008 toegaf dat de biotech-industrie het hongerargument jarenlang had misbruikt en dit niet meer te zullen doen. In die tijd had de industrie grote verwachtingen van de markt voor biobrandstoffen, waardoor voedselzekerheid als argument voor GGO’s niet meer in hun straatje paste. Nu is dat argument weer helemaal terug, waarbij Fresco zelfs zo ver gaat de biologische landbouw ervan te beschuldigen een gevaar te zijn voor de voedselzekerheid.

In haar column in het NRC Handelsblad van 18 december 2013 schrijft Fresco: “De wetenschappelijke transparantie zegevierde dit jaar: de Franse hoogleraar Seralini die zijn monsterlijk misvormde ratten toonde als bewijs van de gevaren van het eten van genetische modificeerde mais, waardoor een vloedgolf van bezorgdheid door de wereld spoelde, moest zijn resultaten terugtrekken. Nederland heeft zijn affaire Bax, de schikking van Stapel en nieuwe ethische codes voor onderzoekers.” Hoe duurzaam is eigenlijk het begrip wetenschappelijke transparantie in de vocabulaire van Louise Fresco? In de theorie van Ann Clark is zij de zogenaamde expert in het spel dat de biotech-industrie speelt. Hoewel Fresco niet over de wetenschappelijke kwalificaties beschikt om het werk van Séralini te kunnen beoordelen, zet zij deze respectabele wetenschapper weg als een fraudeur, als een querulant die het waagt haar business te verzieken. Ze gebruikt haar maatschappelijke status ten faveure van de biotech-industrie. Daarmee is Fresco een belangrijk werktuig in de geraffineerde propaganda van de industrie. Een grote groep mensen volgt blindelings wat zij zegt, inclusief de redactie van het NRC Handelsblad.

het aanzien van de wetenschap en de media

Onafhankelijkheid en waarheidsvinding behoren belangrijke pijlers te zijn van de wetenschap en de media. Maar in een neoliberale heerschappij lijkt de wetenschap en de samenleving vooral in dienst te staan van schimmige grootindustriële belangen. Artikelen in het NRC Handelsblad over biotechnologie in de landbouw zijn ronkende marketingverhalen van de industrie. Het probleem van Monsanto: een zwart imago van Diederik van Hoogstraten in het economiekatern van NRC Handelsblad van 20 december lijkt in die reeks een voorlopig hoogtepunt. Je vraagt je af hoe hij het bij elkaar heeft kunnen verzinnen. Hij laat alleen maar wetenschappers aan het woord die banden hebben met Monsanto. Meningen van onafhankelijke wetenschappers heeft hij niet nodig, want die kun je volgens hem niet voor vol aanzien: “[..] steeds meer onafhankelijke deskundigen, aan beide zijden van het politieke spectrum, nemen het verzet tegen gmo’ s net zomin serieus als twijfel aan de evolutieleer of de weerzin tegen vaccinaties.” Dit past niet in een kwaliteitskrant die zegt prat te gaan op de nuance en zichzelf presenteert als slijpsteen van de geest. Dit is het dédain van een gemakzuchtige  journalist die zich laat vleien door de mooie praatjes van de industrie en hun handlangers in de wetenschap, maar absoluut geen inzicht heeft in de materie. Hij had bijvoorbeeld zijn oor te luisteren kunnen leggen bij één van de 300 wetenschappers in dit vakgebied die zijn aangesloten bij ENSSER om te vernemen wat hun argumenten zijn bij hun verklaring dat de veiligheid van GGO’s niet is bewezen.  

Het Duitse onderzoek in Environmental Sciences Europe laat er geen misverstand over bestaan dat de EFSA met twee maten meet door Séralini’s studie af te wijzen maar Monsanto's eigen onderzoek naar dezelfde gentechmaïs goed te keuren. Hoe bestaat het dat een ‘onafhankelijke autoriteit’ alleen onderzoeksresultaten accepteert die gunstig zijn voor een gentechproduct en negatieve onderzoeksresultaten consequent negeert? ENSSER noemt het besluit om Séralini’s publicatie in te trekken “een flagrant misbruik van de wetenschap en een klap voor de geloofwaardigheid en onafhankelijkheid van de wetenschap. Het is schadelijk voor de reputatie van zowel het tijdschrift Food and Chemical Toxicology als zijn uitgever Elsevier. Het zal het vertrouwen van het publiek in de wetenschap verlagen.” Goed beschouwd heeft ook de reputatie van het NRC Handelsblad een flinke deuk opgelopen.

Politici zouden er goed aan doen zich te verdiepen in 'de affaire Séralini' alvorens tot een oordeel te komen over de veronderstelde voordelen van GM-voeding. Het is een schoolvoorbeeld van hoe een goedkeuringstraject van GGO’s beslist niet behoort te verlopen.

De auteur is redacteur van gentech.nl en heeft dit artikel op persoonlijke titel geschreven.