Voor of tegen Brexit? Als u het mij vraagt oordeel ik als ‘continentale’  linkse criticus van de EU, zonder enige illusie in de hervormbaarheid ervan. Een uitstap van een lidstaat verzwakt de EU, en dat kan ook anderen aanzetten tot die stap. Wie tegen het Imperium is treurt niet om de verzwakking ervan. Opteren voor Brexit lijkt dan ook logisch. Maar ik ben er me zeer van bewust dat de keuze voor een Britse linkse criticus van de EU heel wat moeilijker is. Het referendum is er gekomen als politiek manoeuvre van Cameron, dus, net zoals het Oekraïne-referendum in Nederland, eveneens door rechtse krachten uitgelokt. Een Britse linkse stellingname kan niet anders dan ook de aspecten van binnenlandse politieke aard in rekening brengen. En die zijn in het geval van Groot-Brittannië niet gering!

(Door Herman Michiel, 21 juni 2016, Ander Europa foto Kathleen Lawton/flickr)

Er is natuurlijk de moord op Jo Cox, maar – hoe verwerpelijk ook – die verandert niets aan de aard van de EU.  Voor Brits rechts en uiterst rechts is Brexit synoniem voor ‘vreemdelingen buiten’, en net zoals voor het Front National in Frankrijk de gelegenheid om veel bedrieglijke propaganda te spuien over ‘herwonnen soevereiniteit’. Of het nu Cameron, Farage of Le Pen betreft, hun ‘herwonnen soevereiniteit’ zou enkel dienen om vakbonden en arbeidsrechten nog meer te ontmantelen en een Europees beleid te voeren dat alleen niet langer onder de auspiciën van ‘Brussel’ zou doorgaan.

Ik ben dus al niet meer zo zeker dat ik als Brit hetzelfde standpunt zou ingenomen hebben. Misschien zou ik, zoals Owen Jones, wel afgestapt zijn van een aanvankelijk Lexit-standpunt (Lexit: left exit). Waar ik echter wel zeker van ben, is dat ik als ‘Remainer’ (dus voorstander van het – eventueel voorlopig –  EU-lidmaatschap van Groot-Brittannië) geen drogargumenten zou gebruiken om dat blijvend lidmaatschap te verantwoorden. En dat is wat ik verwijt aan Remainers Hilary Wainwright en Mary Kaldor in hun standpunt So you think the EU can’t be reformed? dat onlangs verscheen in Red Pepper.

Het is interessant om dit standpunt in enig detail te ontleden, want het gaat ontegenzeggelijk uit vanuit een linkse bekommernis. Red Pepper zelf is een pluralistisch links magazine dat men iedere ‘continentaal’ kan aanbevelen. Hilary Wainwright is redacteur van Red Pepper, en medewerkster van het progressieve Transnational Institute (TNI, Amsterdam). Mary Kaldor is professor aan de London School of Economics, was medewerkster van het Zweeds vredesinstituut (SIPRI) en actief betrokken bij nucleaire ontwapeningsinitiatieven; uit haar pleidooi (2004) voor een Europese vredestichtende interventiemacht bleek wel al lang geleden een geloof in de progressieve rol die de EU zou kunnen spelen.

De EU kan dus hervormd worden, aldus de auteurs. Weliswaar worden we momenteel geconfronteerd met regeringen die verknocht zijn aan de vrije markt en het soberheidsbeleid, en wordt het beleid sterk bepaald door de lobbys van multinationale ondernemingen. Maar dat was niet altijd zo, en links heeft reeds heel wat overwinningen behaald in de strijd daartegen. Er is dus geen reden om te twijfelen aan de hervormbaarheid van de EU; dat is kort samengevat de argumentatie van Wainwright en Kaldor.

Als achtergrond wordt een beeld geschetst van twee concurrerende krachten die sinds het begin van het Europees integratieproject zouden aanwezig geweest zijn. Veel grondleggers van de EU zouden stammen uit het verzet tegen het fascisme; ze zouden een ‘kosmopolitische’ visie gehad hebben die teruggaat op Immanuel Kant, Jean-Jacques Rousseau of Jeremy Bentham. (Het is natuurlijk niet verbazend om veel verzetslieden onder de vaders van Europa te tellen als men Jean Monnet bestempelt als former resistance hero. Monnet was veel, cognachandelaar, internationaal zakenman, diplomaat, handig organisator en vertrouwensman van Washington, maar de clandestiniteit heeft hij niet gekend.) Tegenover deze ‘kosmopolieten’ waren er echter ook de ‘Europese politieke en economische elites’ die vanaf het eind van de 19e eeuw bang waren dat de ‘Europese natiestaat’ (sic) in de verdrukking zou geraken door grotere machten als de Verenigde Staten, Rusland of China (re-sic).

Volgens Wainwright en Kaldor hadden de ‘kosmopolieten’ de bovenhand tot aan het Verdrag van Maastricht (1991). Dit gaat in tegen zowat alle linkse analyses die de definitieve wending van de Europese constructie richting neoliberalisme situeren bij de Eenheidsakte (1986) en de twee opeenvolgende Commissies onder Jacques Delors. De auteurs verwijzen daarbij naar het ‘Sociaal Charter’ (1989) dat door  toedoen van Delors de rechten van de werkenden had moeten garanderen, maar helaas door Thatcher verworpen werd, zodat het niets meer dan een vod papier is. De hoop dat met Delors het ‘sociaal Europa’ er aan kwam was echter reeds veel vroeger in rook opgegaan, zoals Georges Debunne, de eermalige voorzitter van het Europees Vakverbond, moest vaststellen 1.

Te oordelen naar de analyse van de twee auteurs zouden we sinds Maastricht helaas rechtsere regeringen aan de macht gezien hebben in Europa, waardoor pogingen tot een socialere Unie tot mislukken gedoemd waren. Dit standpunt, dat populair is in Europese sociaal-democratische en groene kringen, gaat echter voorbij aan het feit dat van 1997 tot 2002 een meerderheid (11 van de 15) van de regeringen ‘socialistisch’ waren. Misschien bewust van deze zwakte in hun betoog halen Wainwright en Kaldor nog een ander argument naar voren. Vakbonden en sociale bewegingen hebben “door samenwerking met europarlementsleden en progressieve leden van de Commissie” tal van pogingen van de grote bedrijven verijdeld. Ze halen daarbij onder andere aan: ACTA, GATS, de havenrichtlijn, de campagne tegen de privatisering van water “en een hoop kleinere overwinningen en  pogingen tot deregulering”. We zijn de laatste om te beweren dat Links in Europa geen enkele overwinning behaalt, en we hopen bijvoorbeeld dat TTIP en CETA door Links gekelderd worden (wat verre van zeker is, gezien de opstelling van de sociaaldemocraten in Europa). Maar dit is iets helemaal anders dan de Europese Unie hervormen! De liberale Europese grondwet (het verdrag van Lissabon) blijft helemaal overeind, de ‘drive’ van Commissie, Raad en regeringen (wat ook hun etiket moge zijn, cfr. Frankrijk) blijft ‘pal rechts’, en als het er echt op aankomt, zoals in het geval van Griekenland 2015, is de EU een vervaarlijke machine die niet terugdeinst voor de smerigste manoeuvres.  Wainwright en Kaldor geven (evenmin als Varoufakis die tegen 2015 de EU wil gedemokratiseerd zien) geen enkele aanwijzing hoe de EU zou kunnen hervormd worden, hoe de neoliberale ‘grondwet’ kan teniet gedaan worden, en hoe nu wel mogelijk zou zijn met 28 wat niet mogelijk was met 12 of 15 lidstaten …

Nog niet tevreden met hun pleidooi pro domo europeo brengen de twee Remainers nog meer argumenten aan van geopolitieke aard, die echter evenmin kunnen overtuigen. “In its external policy, EU policy is based on peace and human rights rather than geo-political interest and military defence of borders, as is the case for NATO and individual nation-states.”, stellen ze. Maar … door het Verdrag van Lissabon (artikel 42 lid 2) wordt het Europees defensiebeleid helemaal ingeschreven in dat van de NAVO. Dat het buitenlandbeleid van de EU gebaseerd is op de mensenrechten zal men trouwens niet gemakkelijk verkocht krijgen aan  de Syrische en andere oorlogsvluchtelingen die in de modder verzinken aan de grenzen van Fort Europa. In haar houding tegenover Israël en de bezetting van de Palestijnse gebieden heeft de EU ook nog niet veel blijk gegeven van overdreven bekommernis om de mensenrechten. En dat de EU de grootste donor is voor ontwikkelingshulp, een argument dat vaak door de EU-propaganda gebruikt wordt, klopt ook niet, want het betreft fondsen van de lidstaten er niet van de EU, fondsen die trouwens steeds meer in het teken staan van handelsbelangen en machtspolitiek.

Ik twijfel er niet aan dat Wainwright en Kaldor voorstander zijn van een sociaal, vredelievend en democratisch Europa, en dat ze met hun pleidooi voor het Remain-kamp menen hieraan bij te dragen. Hun argumenten zijn echter bijna karikaturaal, en zwaar getekend door de EU-propaganda. Het is een extreme vorm van ‘links europeanisme’, dat weinig bijdraagt tot een beter inzicht in het Europees debat, en in Groot-Brittannië door de Brexiters waarschijnlijk op gegrinnik onthaald wordt.