Komende zaterdag, 13 januari, is de landelijke start van het FNV-offensief ‘tegen de race naar beneden’. De FNV wil ‘een beweging voor fundamentele verandering op gang brengen, zodat Nederland eerlijk wordt’. De bond gaat strijden voor ‘maatregelen die de concurrentie tussen werkenden stopt. En maatregelen die ervoor zorgen dat iedereen, ook bedrijven en aandeelhouders, eerlijk gaat meebetalen aan onze samenleving.’

(Door Willem Bos, oorspronkelijk verschenen op konfrontatie.nl)

Met deze offensieve benadering laat de FNV zien dat de vernieuwing die de grootste vakbond van het land de afgelopen periode heeft doorgemaakt niet beperkt blijft tot de interne structuur, maar dat het de intentie is om een fundamenteel andere koers te gaan varen, om te breken met decennia van polderen, achteruit onderhandelen, en hopen op betere tijden. Maar om de doelstelling van het offensief te realiseren zal er nog heel veel moeten gebeuren.

Vernieuwing
Het minste dat je kan zeggen over de vernieuwing die de FNV de afgelopen jaren heeft doorgemaakt is dat de wal het schip eindelijk heeft gekeerd. Tientallen jaren polderen, samenwerking met werkgevers en overheid, de feitelijke acceptatie van de neoliberale politiek en de omvorming van de vakbeweging van collectieve strijdorganisatie naar service-instituut voor individuele leden heeft de bond aan het begin van deze eeuw aan de rand van de afgrond gebracht.

Het breekpunt kwam in 2010. De kloofdichters in de overheidsbond Abvakabo wisten toen, tot veler verrassing, een meerderheid in het bestuur van hun bond te veroveren. Voorzitster Edith Snoey kreeg maar een krappe meerderheid van de stemmen. Haar medestander Xander den Uyl werd niet herkozen, en niet lang daarna moest ook Snoey als gevolg van haar rol in de AOW-crisis haar biezen pakken. In het zelfde jaar brak in de hele FNV de pleuris uit toen het FNV-bestuur onder leiding van Agnes Jongerius in strijd met eerdere besluiten en de wil van een duidelijke meerderheid van de FNV leden instemde met een verhoging van de AOW leeftijd.

De crisis leidde tot een vernieuwing van de FNV waarbij - dankzij de tomeloze inzet van kaderleden - de invloed van de leden werd vergroot en het door de leden gekozen ledenparlement het hoogste orgaan werd in de bond. Dat was een belangrijke stap vooruit, maar zeker nog geen garantie voor een strijdbaardere koers. Dat die strijdbaardere opstelling er toch is gekomen is, behalve van de druk van kritische (kader)leden, ook het gevolg van het instorten van de positie van de PvdA die lang een zeer grote invloed had in de bond.

Nu er niet meer gehoopt kan worden op de welwillendheid van minister Asscher of welke andere PvdAer dan ook, blijft er niets anders over dan een strijdbare opstelling. Maar ondanks de zeer strijdbare taal waarmee het offensief wordt aangekondigd kent de huidige opzet ook een aantal belangrijke zwakheden.

Een echt offensief
Het FNV-offensief is zowel tegen de werkgevers als tegen de regering gericht en heeft een duidelijke politieke benadering. De FNV wil een ‘echte verandering’, ‘maatregelen die de concurrentie tussen werkenden stoppen en maatregelen die ervoor zorgen dat iedereen, ook bedrijven en aandeelhouders, eerlijk gaat meebetalen aan onze samenleving’, zo wordt het in de oproep voor 13 januari omschreven. Dat is niet niks en er wordt dan ook terecht gesteld: ‘Met het Offensief gaan we iets doen dat we in geen tijden in deze omvang hebben gedaan.’ Het is dan ook wat vreemd om in dezelfde flyer te lezen: ‘De FNV is nog altijd de grootste vakbond van ons land. Als alle leden meedoen, zijn deze problemen snel opgelost.’ Dat is wel een erg lichtzinnige benadering.

In werkelijkheid zal het een helse klus worden om de huidige race naar beneden te stoppen en het zou goed zijn als de FNV haar leden daar op voorbereidt en haar strategie daar op afstemt.

Een breed offensief
In de uitwerking van de campagne in de brochure ligt sterk de nadruk op de concurrentie op arbeidskosten en op de flexibilisering. Nu zal niemand ontkennen dat dat belangrijke en funeste ontwikkelingen zijn en dat de strijd daartegen tot de corebusiness van de vakbeweging behoort. Maar die ontwikkelingen kunnen niet los gezien worden van de bredere ontwikkeling in het neoliberalisme: van globaliseren en versterking van internationale marktwerking. En de gevolgen daarvan gaan verder dan alleen de arbeidskosten en arbeidsomstandigheden, die raken alle aspecten van ons leven.

Een van de positieve ontwikkelingen in de FNV in de afgelopen jaren is de groeiende aandacht voor zaken die van groot belang zijn (ook voor de FNV leden) maar die lange tijd vrijwel buiten beeld bleven, zoals de klimaatverandering, internationale handelsverdragen en de strijd tegen racisme. Maar in de opzet van het offensief komen deze zaken nauwelijks aan bod. Dat is een gemiste kans. Niet alleen omdat ze op zich van groot belang zijn, maar ook omdat zo een kans blijft liggen om de bondgenootschappen die er de afgelopen tijd zijn ontstaan tussen de FNV en andere sociale bewegingen ook in het offensief in te zetten en verder te verdiepen.

Er is niet alleen sprake van een race naar beneden op het vlak van lonen, de arbeidscontracten en arbeidsomstandigheden, maar ook wat betreft het milieu en het klimaat. De toenemende concurrentie op arbeidskosten kan niet los gezien worden van de wijze waarop mensen tegen elkaar worden opgezet en verdeeld, en de rol die racisme daarin speelt. En er is niet alleen sprake van nationale regelgeving en een nationale praktijk van flexibilisering en verslechtering van arbeidsomstandigheden, maar we worden ook geconfronteerd met internationale verdragen als TTIP, CETA en TiSA die dat op nog veel grotere schaal mogelijk willen maken. Ook tegen die zaken zou het FNV-offensief zich moeten richten. Samen met andere sociale bewegingen.

Campagnedoelen en speerpunten
Aan de ene kant zou de campagne breder van opzet moeten worden dan nu het geval is en zou er serieus moeite moeten worden gedaan om ook anderen buiten de FNV erbij te betrekken. Aan de andere kant zouden er voor de campagne duidelijke doelen gesteld moeten worden. Noch een algemene benadering als ‘stop de race naar beneden’ en ‘voor echte verandering’, of ‘voor echte banen en een menswaardige maatschappij’, noch een lijst van eisen als: ‘Stop de concurrentie op arbeidskosten, flex moet duurder zijn dan vast. Een vast contract moet de norm zijn. Arbeid en kapitaal moeten worden herverdeeld. Iedereen die dat wil moet een echte baan kunnen krijgen. Het sociaal minimum moet omhoog’ zijn erg concrete campagne-doelen. Die zouden op zijn minst in duidelijke eisen geconcretiseerd moeten worden.

Daarnaast zou het goed zijn als er concrete speerpunten in de campagne komen. Een eerste voor de hand liggende speerpunt lijkt mij de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting. Dat is hét voorbeeld van de presentjes voor de grote multinationale bedrijven en hun (buitenlandse) aandeelhouders, en een punt dat bij zeer grote delen van de bevolking op flinke weerstand stuit. Het zou wel eens de achilleshiel van dit kabinet kunnen zijn. De hele parlementaire oppositie is er tegen en ook binnen de andere regeringspartijen dan de VVD is men niet echt enthousiast. Een overwinning op dit punt zal een flinke klap betekenen voor het kabinet en een gigantische opsteker voor het verzet daartegen.

Discussie en uitwerking
In het FNV-ledenparlement en elders in de bond zijn de afgelopen tijd verhitte discussies gevoerd over ‘het offensief’. Dat is logisch en positief. Een werkelijk offensief betekent een breuk met de op overleg en overeenstemming gerichte koers van het FNV van de afgelopen decennia. Een organisatie met meer dan een miljoen leden en vele honderden werknemers verandert niet zo maar van koers. Daarvoor is veel discussie en verduidelijking nodig. Discussie die zo breed mogelijk in de bond gevoerd zal moeten worden.
Met de lancering van dit campagneplan, is ondanks de zwaktes daarin, een belangrijke stap gezet op weg naar een strijdbaardere koers. Aan ons allen als FNV-leden om die verder uit te bouwen. Om te beginnen door met zo veel mogelijk (potentiele) medestanders zaterdag naar Utrecht te komen.