ImageOver de EPA (Economische Partnerschapsakkoorden). Deze maand zouden de onderhandelingen afgerond moeten zijn tussen de EU en de voormalige Lome-landen. Dat zou rampzalige gevolgen hebben.

Dit stuk is oorspronkelijk van Attac-France en is afkomstig van Zand in de Machine, de nieuwsbrief van Attac-Vlaanderen .

De vroegere vrijhandelsovereenkomsten tussen de EU en de 77 ACP-landen (Afrika-Caraïben-Stille Oceaangebied) staan tegenwoordig onder druk van de EU om in "Economische Partnerschapsakkoorden" te worden omgezet. De ACP-landen, vaak vroegere kolonies waarvan de helft tot de minst ontwikkelde landen behoren, zouden zich nu moeten onderwerpen aan de voor arme landen zeer ongunstige regels van de wereldhandelsorganisatie (WHO).

Sinds 1975 regelde de Conventie van Lomé de handel tussen de EU en de ACP-landen, waarbij de laatsgenoemde landen, dankzij verminderde douanetarieven, een ruime toegang tot de Europese markten kregen. Rekening houdend met de verschillende niveaus van ontwikkeling, behielden de ACP-landen het recht om invoerrechten te heffen op de uit Europa geïmporteerde producten. span> <

De daarop volgende overeenkomst van Cotonou (2000) was al strenger. Maar het ging nog altijd om een asymmetrische overeenkomst, die voordelig was voor de ACP-landen. Het is die asymmetrie die nu in vraag wordt gesteld.

De ACP-landen tellen 717 miljoen inwoners, die hoofdzakelijk op het platteland wonen, waarvan de helft met minder dan 2 USD per dag moet rondkomen, en waarvan 200 miljoen honger lijden.

Door de schuldenexplosie in de jaren 1980 konden de internationale financiële instellingen (IMF, Wereldbank) aan die landen structurele aanpassingsprogramma's opleggen, waarbij geëist werd dat ze drastisch snoeiden in de openbare uitgaven (ook gezondheidszorg en onderwijs), dat ze de exportproductie bevorderden(ook de uitvoer van landbouwproducten ten nadele van de eigen levensmiddelenproductie), dat ze de handel liberaliseerden en de beperkingen op buitenlandse investeringen verminderden, en dat ze de lokale munten aan de internationale valuta (US-dollar) koppelden. Alle besparingen of nieuwe bronnen van inkomsten moesten prioritair aan de terugbetaling van de schulden worden besteed.

Die schulden waren meestal aangegaan in een periode van overvloed van geldmiddelen op wereldniveau (oliedollars) en vaak door weinig democratische regeringen, die door de Westerse landen gesteund werden om geostrategische redenen en om hun aanvoer van plaatselijke hulpbronnen (ertsen, petroleum, hout) veilig te stellen.

Doordat de op export gerichte structurele aanpassingsprogramma's overal tegelijk werden doorgevoerd en door de hoge rentevoeten kwamen de ACP-landen in een crisis met exponentiële schuldengroei terecht. Het Comité voor de kwijtschelding van de schulden van de derde wereld (CADTM) heeft uitgerekend dat één dollar schuld van de ontwikkelingslanden in 1980 nu vijf dollar schuld is geworden, hoewel er intussen al 10 dollar zijn terugbetaald.

Onder het voorwendsel van een "partnerschap voor de ontwikkeling" gaat de EU via de Economische Partnerschapsakkoorden het programma van vrijhandel weer invoeren: alle belemmeringen voor 80 à 90% van de handel tussen de EU en de ACP-landen moeten binnen de kortst mogelijke termijn worden afgeschaft. De bescherming van gegevens, diensten en investeringen, de concurrentie, de vrijmaking van de handel en de openbare aanbestedingen maken deel uit van de onderhandelingen. Die laatste vier domeinen zijn nu net de sectoren waarover de ACP-landen in het kader van de wereldhandelsorganisatie weigerden te onderhandelen, omdat dit negatieve gevolgen heeft voor hun ontwikkeling.

De Economische Partnerschapsakkoorden impliceren wederkerigheid en de ACP-landen zullen hun markten dus wijdopen moeten stellen voor de invoer uit Europa. Na een gedifferentieerde aanpassingsperiode (meestal tien jaar) zal de toestand de volgende zijn:

* de uitvoer van de ACP-landen naar Europa zal volledig vrij zijn van invoerheffingen (nu is dit enkel het geval voor bepaalde producten);

* 80 à 90 % van de door de "minst ontwikkelde" ACP-landen ingevoerde producten uit Europa zullen ook vrij zijn van douanetarieven. Bovendien worden de ACP-landen in regionale blokken onderverdeeld en zal de EU ervoor zorgen dat de clausule van "meest begunstigde natie" op alle lidstaten van een regionaal blok wordt toegepast;

* de toegang van de Europese ondernemers tot de dienstensector van de ACP-landen zal onbelemmerd en niet-discriminatoir zijn en de opening voor investeringen zal worden bevorderd.

De Europese Commissie weigert elke toegeving en oefent tegelijk zware economische en politieke druk uit op de ACP-landen om hun beslissingen te forceren. Omdat de ACP-landen massaal afhankelijk zijn van ontwikkelingshulp, hebben de ACP-regeringen geen andere keuze dan aan de eisen van de Commissie toe te geven. Gevolgen voor de ACP-landen:

* enerzijds verminderen de douanetarieven, die voor sommige ACP-landen een groot deel van de staatsinkomsten uitmaken (vorig jaar waren de inkomsten uit douaneheffingen goed voor 38% van de totale nationale begroting van Senegal), dit ten nadele van de sociale uitgaven en investeringen zoals gezondheidszorg, onderwijs, enz;

* anderzijds zullen de Economische Partnerschapsakkoorden de dominantie en concentratie van de Europese leveranciers van goederen en diensten versterken, waardoor de sociaal-economische achteruitgang en de politieke instabiliteit van de meeste ACP-landen zal verergeren, omdat zij op de internationale markt weinig aan te bieden hebben (wereldmarktaandeel van Afrika: 2,7%).

De zwaarst getroffen sector zal de landbouw zijn, die goed is voor de inkomens van 50 à 80% van de bevolking en zowel voor het grootste deel van de export als voor de lokale basisvoeding instaat. Dit betekent dat er een sterke rem wordt gezet op alle initiatieven voor autonome ontwikkeling, met plattelandsvlucht en emigratie naar de rijke landen als onvermijdelijk gevolg. Op een moment dat de EU meer en meer een oninneembare burcht voor immigranten wordt, zullen er steeds meer mensen zijn die met gevaar voor hun leven Europa trachten te bereiken en die, als ze erin slagen, met een steeds repressiever beleid worden geconfronteerd. Wat is de logica van dit beleid van handelsovereenkomsten tot elke prijs, die de levensomstandigheden in de migratielanden verder vernietigen?

Zo wordt in naam van de vrijmaking van handel en investeringen een einde gesteld aan de doelstellingen van het uitbannen van de armoede en de duurzame ontwikkeling, die in de overeenkomst van Cotonou werden afgekondigd. Bovendien verbindt de EU er zich niet toe om het probleem van de schulden te regelen. Ze stelt enkel een tijdelijke compenserende financiële hulp aan de meest kwetsbare landen voor, die dan nog wordt afgetrokken van de Europese ontwikkelingshulpfondsen waarvoor al een programma met sociale doelstellingen was opgemaakt.

Welke ook de betrokken geografische zones zijn, al deze bilaterale overeenkomsten zijn bijzonder gevaarlijk. De sociale en milieubewegingen moeten zich mobiliseren om de ultraliberale logica van die overeenkomsten schaakmat te zetten.

Attac-Frankrijk en alle Attacs van Europa en de wereld hebben in deze strijd een essentiële rol te vervullen. Maar de tijd dringt. De deadlines van de partnerschapsovereenkomsten zijn nabij: de onderhandelingen moeten einde 2007 zijn afgesloten en vanaf 1 januari 2008 zouden de akkoorden in werking moeten treden. Hoog tijd dus om in actie te komen!

------------------------

Link naar de internationale StopEPA-campagne

De originele franse tekst van dit artikel vind je terug op attac france

Zie ook: Mo* dossier over EPA's

 

In Nederland beweegt niet veel, al houdt de Coalitie voor Eerlijke Handel zich met de zaak bezig