Premier Modi geeft boeren de schuld van tweede coronagolf. Al bijna zes maanden duren de boerenacties in India voort. Duizenden en soms vele tienduizenden boeren kamperen op vier verschillende plekken aan de grenzen van New Delhi. Vele kilometers lang staan er tractors met aanhangers langs de kant van de verschillende snelwegen. Het is de grootse boerenactie sinds India’s onafhankelijkheid in 1947. De boeren ‘belegeren’ de hoofdstad van het land omdat de autoritaire hindoefundamentalistische regering van Narita Modi drie wetten door het parlement gejaagd heeft die grote Indiase en buitenlandse bedrijven veel meer macht geven en die het bestaan van miljoenen en miljoenen kleine boeren bedreigen.

(Door Jan Paul Smit, oorspronkelijk verschenen bij Doorbraak)

De neo-liberale regering houdt koppig vast aan de drie “zwarte wetten” en negeert de massale en langdurige acties. Geen gelegenheid laat zij voorbij gaan om de boeren te beschuldigen. Het zouden “Naxalites” zijn, dat wil zeggen guerrilla’s die de Indiase staat met veel geweld omver willen werpen; of “Khalistani’s”, separatisten die onafhankelijkheid van de noordelijke deelstaat Punjab nastreven; of “terroristen”: kortom “anti-nationalisten”. En nu zijn de boeren volgens Modi verantwoordelijk voor de huidige dood en verderf zaaiende tweede coronagolf in India. Boerenleiders reageren verontwaardigd dat de protestbeweging midden in de coronatijd begonnen is en dat er nooit sprake geweest is van een corona-uitbraak in de protestkampen. Dat de regering met concrete gegevens moet komen in plaats van met vage beschuldigingen. En dat zij maar liever vaccins uitdeelt aan de boeren.

Hoe is het allemaal begonnen? September 2020, midden in de coronacrisis (“never waste a good crisis”), liet premier Modi het Indiase parlement drie landbouwwetten aannemen die grote Indiase en buitenlandse bedrijven veel meer speelruimte geven. Boerenorganisaties beseften dat dit een enorme bedreiging vormde voor het inkomen van de boeren. In de Punjab (Noord-India) organiseerden boerenvakbonden twee maanden lang protestbijeenkomsten in tal van dorpen om de boeren te informeren. Vakbondsactivisten gingen van deur tot deur. Er waren demonstraties en bezettingen van snelwegen en stations. Langzaam maar zeker begon iedereen te beseffen hoeveel er op het spel stond. En langzaam maar zeker groeide ook de verontwaardiging dat de regering zich volstrekt doof hield. Totdat het eind november genoeg was en de actie “Dilli Chalo” (“Op naar Delhi”) startte. Tienduizenden boeren uit de Punjab en een paar andere deelstaten trokken op naar de hoofdstad om de regering duidelijk te maken dat de wetten onacceptabel waren. Aan de buitengrenzen van Delhi werden de vreedzaam demonstrerende boeren onthaald op politieknuppels, waterkanonnen, traangas en blokkades. Ze kwamen Delhi niet in. De boeren besloten ter plekke langs de snelwegen te gaan kamperen. Dat was niet eenvoudig, want het was ijzig koud. Veel boeren sliepen in aanhangwagens of eenvoudige tenten. Heel wat boeren zijn aan onderkoeling gestorven.

Ondertussen waren er onderhandelingen met de regering. Maar veel resultaat hebben die niet opgeleverd, want de boeren eisten dat de drie wetten ingetrokken werden en de regering zei dat daar geen sprake van kon zijn. De regering zal gedacht hebben dat het coronavirus zijn werk wel zou doen, of anders de kou. Of dat de boeren op den duur wel genoeg zouden krijgen van het kamperen.

Organisatie

Hoe is het mogelijk dat de boeren hun massale protest al zo lang volgehouden hebben, ondanks de lelijkste verwijten in de media? Sushovan Sircar, journalist van de kritische Indiase internetkrant The Quint, ondervroeg een heel stel actievoerders en kwam tot de volgende conclusies:

  • Ongetwijfeld zijn de eerste twee maanden in de Punjab cruciaal geweest voor de boerenorganisaties om te begrijpen hoe ze de details van de wetten moeten uitleggen aan gewone mensen en om tot de eisen te komen die ‘iedereen’ van harte kan ondersteunen. Deze actie is echt bottom-up opgebouwd.
  • De actie heeft een heel duidelijk doel. Er is één centrale eis: intrekking van de drie gewraakte wetten. Daar kan niet over onderhandeld worden met de overheid.
  • Overal hebben boerenactivisten lokaal politieke partijen benaderd om zich uit te spreken tegen de drie wetten, maar politici hebben nooit grip gekregen op de actie. Alle vier de kampeerplekken hebben een podium waarop ieder die dat wil een aantal minuten spreektijd krijgt, maar alleen als je niet met een partijpolitiek verhaal komt. Dat houdt de podiumcoördinator goed in de gaten. Het podium is niet beschikbaar voor politici. Het is en blijft een boerenactie.
  • De boerenorganisaties doen geen moeite om op de televisie te komen. Omdat het gros van de media zo negatief is over de actie, hebben de boeren hun eigen social media kanalen en goede contacten met bevriende internettijdschriften.
  • De sfeer in de kampementen is heel vriendelijk en rustig. De boerenactivisten letten daar goed op, om te voorkomen dat het grote publiek een negatieve indruk krijgt van de acties.
  • Hoewel de boerenleiders heel weinig vertrouwen hebben in de regering, hebben ze van het begin af aan aangedrongen op overleg, omdat ze gehóórd willen worden. Dit om het grote publiek te laten zien dat de regering autoritair en arrogant is.
  • Veel Indiase burgers hebben sympathie voor de actie, niet omdat ze zelf boer zijn, maar omdat hun ouders of grootouders of tantes en ooms boer zijn. Iedereen is in de kampen van harte welkom voor een praatje en mag altijd blijven eten. Zo krijgen steeds meer mensen een positief beeld van de actie.

De solidariteit met de actievoerders is overweldigend. Van alle kanten krijgen zij voedsel of tenten. Dokters, verpleegkundigen, advocaten en mensen van allerlei beroepen zijn naar de kampen gekomen om ter plekke gratis te helpen. De meeste hulp krijgen de boeren echter van de dorpen waar zij vandaan komen. Achtergebleven familieleden en buren zamelen voedsel in en zorgen voor de dieren en het land. Er zijn hele roulatieschema’s voor actievoerders die tijdelijk naar huis gaan en dan vervangen worden door dorpsgenoten. Toen de regering water en elektriciteit voor de kampen afsloot, kwamen er meteen mensen een waterput boren of een lange waterslang aanleggen naar een nabijgelegen dorp; anderen brachten dieselgeneratoren en weer anderen zamelden dieselolie in.

Begin december 2020, toen de actie nog geen twee weken oud was, schreef de kritische internetkrant The Wire al dat er opvallend veel vrouwen meededen aan de actie. In een van de kampen waren naar schatting 20 tot 25 duizend vrouwen aanwezig en in een ander tienduizend. Een van de boerinnen, Amandeep Kaur Deol, zegt: “Vrouwen worden nu al behandeld als tweederangs burgers. Dat zal alleen nog maar erger worden als de boereninkomsten een klap krijgen door deze drie wetten.” En boerin Surinder Kaur: “We hebben maar een snippertje land. Als dat ook nog weggegeven wordt aan Ambani-Adani (twee superrijke Indiase grootindustriëlen), hoe zullen we dan eten?” Sommige boerinnen reizen iedere ochtend vanuit hun dorp naar het kamp om ‘s nachts weer terug te gaan om het vee eten te geven.

De acties verspreiden zich

In het begin kwamen de actievoerende boeren uit de Punjab en een paar andere deelstaten in de buurt van Delhi. Maar al gauw begonnen de protesten zich over het enorme land te verspreiden. In allerlei deelstaten werden in veel steden en dorpen massabijeenkomsten gehouden om de boeren te informeren. Zo hielden van 24 tot 26 januari 15.000 boeren uit twintig districten van de deelstaat Maharastra een sit-in protestbijeenkomst in Mumbai, samen met arbeiders en activisten. Een van de boeren, de 73-jarige Narayan Gaikwad, vertelt dat hij en zijn vrouw 400 kilometer gereisd hebben om bij deze bijeenkomst te zijn. In hun district alleen al zijn tien demonstratieve bijeenkomsten geweest. Als zo’n protestvergadering niet al te ver weg is, staat Gaikwad ‘s ochtends om vier uur op, doet zijn werk op het land en stapt om tien uur op zijn motor. Tegen vijf uur komt hij dan terug om de vogels van de akkers te verjagen. Ongeveer 500 Indiase boerenvakbonden bestrijden nu de drie gehate wetten.

Ook internationaal is er behoorlijk wat aandacht voor de actie van de Indiase boeren. Begin december demonstreerden 1.500 Nieuw-Zeelanders met een Indiase achtergrond in Auckland om de boeren te steunen en eind januari hielden meer dan duizend Indiase Amerikanen een auto-demonstratie in Detroit. Half februari stond er een paginagrote advertentie in de New York Times van de vereniging Justice for Migrant Women en ondertekend door zo’n tachtig grotere en kleinere Amerikaanse organisaties: “Wij – boeren, activisten en burgers van de wereld – zijn solidair met de boeren in India die protesteren om hun bestaan te beschermen. (…) Jullie hebben een van de grootste protesten in de wereldgeschiedenis ontketend. Van de akkers in Punjab, tot de dorpen van Kerala, tot de straten in New Delhi echoën jullie stemmen door de wereld.” António Guterres, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, riep de Indiase regering op de demonstraties toe te staan. “Mensen hebben het recht om vreedzaam te demonstreren.” Ook Justin Trudeau, premier van Canada, sprak zich openlijk uit tegen de mishandeling van de demonstrerende boeren.

Ecologische problemen

Achin Vanaik, voormalig professor Internationale Relaties aan de universiteit van Delhi, is enthousiast over de grote boerenactie omdat deze de Modi-regering een flinke dreun gegeven heeft. De onafhankelijkheid van politieke partijen en de goede onderlinge samenwerking tussen zoveel boerenorganisaties vindt hij een voorbeeld voor de Indiase vakbeweging. “Het intrekken van de drie landbouwwetten is zeker noodzakelijk, maar niet voldoende”, voegt Vanaik hieraan toe. Boerenorganisaties zouden ook de grote ecologische problemen van de huidige landbouw (overmatig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest en water) aan moeten pakken. En boeren zouden in coöperaties moeten gaan werken, in plaats van alsmaar als familiebedrijf een plekje proberen te behouden binnen de kapitalistische economie.

Om de drie wetten ingetrokken te krijgen is het, volgens Vanaik, niet voldoende alleen maar door te gaan met de bezettingen, maar zouden boerenorganisaties de vakbonden ervan moeten zien te overtuigen om grootscheepse estafettestakingen te organiseren. “Dit tast het gezag van de regering direct aan, en raakt haar achterban van grote bedrijven op haar gevoeligste plek: de portemonnee.”

Bijna zes maanden duren de boerenacties nu. De ijskoude winter en de gloeiend hete zomer (april-mei) hebben de boeren niet afgeschrikt. Verdachtmakingen in de officiële media, intimidatie door de politie en een tweede coronagolf ook niet. Tijdens de tarweoogst was het inderdaad wat rustiger in de vier kampen aan de grenzen van de Indiase hoofdstad, maar in eind april keerden vele duizenden boeren terug naar de actie. De stemming zit er nog steeds goed in en de boerenorganisaties hebben een hele serie manifestaties gepland voor de komende maanden. De boeren zetten door, want ze beseffen dat hun bestaan op het spel staat. En de solidariteit die ze ontmoeten vanuit alle hoeken en gaten van het immense land is een fantastische steun in de rug.

Verder lezen? Interessant zijn deze twee (1, 2) berichten in Frontline (heb je last van de betaalmuur, klik dan op “Lezerweergave”, het rechthoekige icoontje, rechts in de adresbalkuur), deze artikelen in Pari en deze in The Wire.

Jan Paul Smit