Dit was heel even mijn conclusie, toen het Forum twee dagen bezig was. Vandaag ben ik er lang niet meer zo zeker van. Misschien zitten we nog steeds met dat oude apolitieke forum en met een machteloze Internationale Raad. Hoe moet het dan verder?

(Door Francine Mestrum, oorspronkelijk verschenen bij Uitpers, foto Nate Cull cc/flickr WSF 2009 in Belem)

Salvador de Bahia in Brazilië is een heerlijke stad. Een zeer diverse en vrolijke bevolking, veel zwarten en vooral veel gewoon gekleurden, veel muziek, een prachtige hoewel vervallen oude stad, de Pelourinho, warm weer en veel kust met prachtige stranden.

Hier vond dus het Wereld Sociaal Forum plaats, van 13 tot 17 maart 2018. Toen het begon had ik al drie dagen interessante discussies achter de rug in het forum over gezondheid en sociale bescherming, zeg maar sociale rechtvaardigheid. Ook het ABVV had er een spreker. We sloten af met een grote eensgezindheid over het belang van een universele sociale bescherming en over de noodzaak om het sociaal beleid zo breed als mogelijk te bekijken.

Koerden, Sarawi’s en Palestijnen

Het Wereld Sociaal Forum begon zoals gewoonlijk met een grote betoging: tienduizenden mensen trokken door de stad, vrolijke gezichten, veel hoop, een geweldige mobilisatie die erg motiverend is. Je doet er altijd genoeg energie op om weer een jaar verder te kunnen.

Je ontmoet weer je vrienden en je praat met Palestijnen, Koerden, Fransen, Duitsers, Finnen, Marokkanen, Tunesiërs, Sarawi’s en Cubanen en nog zoveel meer goed volk. Je loopt op wolkjes.

’s Anderendaags begon het echte werk. Een programma van meer dan honderd pagina’s doorworstelen is nooit makkelijk, zeker niet op scherm. Zoeken in die grote universiteit naar de juiste faculteit en de juiste zaal evenmin. Maar het lukt. De sfeer is geweldig, het geloof groot en de hoop navenant.

De twijfel begint bij de tweede dag. Wat is er mondiaal aan dit forum? Meer dan 80 %, zoniet 90 %  van de deelnemers zijn Brazilianen. Er zijn heel wat mensen uit Latijns-Amerika en zelfs uit Afrika. De banden tussen Salvador de Bahia en Afrika zijn dan ook vrij sterk. De Europese aanwezigheid is veel zwakker en Azië ontbreekt nagenoeg volledig.

De derde dag dringt het door dat er weinig erg politiek is, behalve voor de Brazilianen zelf. Een zeer grote meerderheid van de meer dan 2000 activiteiten is zuiver mobiliserend, slechts een kleine minderheid is gericht op de uitbouw van alternatieven of op strategie. De grote thema’s van vroeger, de internationale financiële instellingen, de vrijhandel, de conflicten, de klimaatverandering : je moet er met een vergrootglas naar op zoek.

Een positieve noot had moeten komen van de verschillende parallelle grote bijeenkomsten: een vrouwenassemblee, een assemblee van democratieën waar Lula kwam spreken, een assemblee van sociale verzetsbewegingen. Dat viel allemaal wat tegen. Dit WSF heeft zeer zeker het feminisme voluit op de kaart gezet, vrouwen speelden een enorm grote rol, maar hun actieprogramma laat te wensen over. De assemblee met Lula was een mobilisatiemoment en uiteraard vooral Braziliaans. De assemblee van de sociale bewegtingen was ronduit een mislukking, wegens de actieve boycot van enkelen.

Een machteloze internationale raad

De internationale ontgoocheling doet niets af van het enorme succes van dit forum voor de Brazilianen, in politiek erg moeilijke omstandigheden. Ze zijn er, ondanks de actieve boycot van enkelen, in geslaagd een forum met bijna 80.000 deelnemers op de been te brengen. Er gaat dan ook geen enkel woord van kritiek naar de organisatoren, ze waren geweldig.

Wel moeten er vragen gesteld worden over de beperkte participatie van Europa en Azië. De prijs van de tickets verklaart iets in deze soberheidstijden, maar lang niet alles. Veel intellectuelen hebben er al lang geleden de brui aan gegeven en dat verdient op zijn minst een grondige analyse.

De vergadering van de Internationale Raad was kort: twee halve dagen. Als je weet hoe groot de behoefte is van de Brazilianen om allemaal het woord te voeren, het liefst om dingen te zeggen die eigenlijk niet op de agenda staan, dan kan je je de chaos van zo’n vergadering voorstellen. Drie tot vijf minuten spreektijd voor iedereen, geen discussie. De oude standpunten worden herhaald. Er is geen oplossing.

Een impasse

Een andere wereld is mogelijk’, dat was de mobiliserende slogan toen in 2001 het eerste Forum werd gehouden in Porto Alegre. Met duizenden stroomden ze toe, intellectuelen en basisbewegingen van over de hele wereld. De bedoeling was een antwoord te geven aan het Wereld Economisch Forum in Davos, om mondiale alternatieven en strategieën uit te werken, om een mondiale tegenmacht op te bouwen in tijden van neoliberale mondialisering.

Om dat mogelijk te maken werden een aantal basisregels vastgelegd in een ‘handvest’, vooral om te vermijden dat de erg gefragmenteerde linkse groepen hun ideologische strijd onder elkaar zouden uitvechten in plaats van met de gemeenschappelijke vijand.

Maar mettertijd is dit handvest een rem geworden op politieke actie. Niemand kan spreken ‘namens’ het Forum, fair enough, maar moet dit betekenen dat het Forum helemaal en nooit een stem heeft? Dat de internationale Raad nooit of te nimmer een standpunt kan innemen? De stichters van het Forum, die nog steeds sterk aanwezig zijn, blokkeren alles, zelfs bij punten waar een grote overeenstemming over bestaat, zoals een veroordeling van de coup tegen President Dilma Roussef in Brazilië, of een veroordeling van de moord op Marielle Franco vorige week in Rio de Janeiro. Dat stuit zeer terecht op onbegrip en veel frustratie.

Een tweede heet hangijzer is de zogenaamde horizontaliteit. Opnieuw, waar we het allemaal eens kunnen zijn over het vermijden van verticale hiërarchieën en verlammende structuren, is het vasthangen aan de horizontaliteit inmiddels een dekmantel geworden voor de reëel bestaande machtsverhoudingen. Er is geen enkele structuur, niemand heeft enige verantwoordelijkheid en niemand moet dus ooit verantwoording afleggen. Er is geen enkele transparantie.

Diezelfde horizontaliteit speelt door bij de activiteiten van het Forum. Het afwijzen van elke hiërarchie brengt met zich dat een workshop over ‘vrouwen en voetbal’ of ‘LGBT en hiphop’ even belangrijk zijn als een rondetafel over de financiële crisis of over oorlog en vrede. Een voorstel voor een conferentie met vooraanstaande linkse intellectuelen wordt afgedaan als ‘luisteren naar de goeroes’. Alternatieven en strategieën komen nog nauwelijks aan bod, ‘daar moeten de bewegingen zelf voor zorgen’, heet het dan.

Of met andere woorden, de hond bijt in zijn eigen staart.

Een gebrek aan politiek

Deze problemen binnen het Forum worden vaak toegeschreven aan een tegenstelling tussen NGO’s en sociale bewegingen. Niets is minder waar. Er zijn conservatieve bewegingen en progressieve, politieke NGO’s. En er is vooral een voor buitenstaanders onzichtbare leiding die zich laat bijstaan door bewegingen met angst voor politiek en een misplaatst geloof in de weldaden van de ‘civil society’.

De hamvraag luidt natuurlijk wat het nut van een dergelijk apolitiek forum kan zijn? Zeker, voor Brazilië en nog meer voor Salvador de Bahia was dit forum erg nuttig. Maar voor alle anderen? Als het Forum niet kan bestaan als Forum, maar enkel als een optelsom van duizenden bewegingen, wordt het politiek totaal irrelevant. Als de Internationale Raad niet bestaat als politiek collectief maar opnieuw enkel als verzamelplaats voor enkele uitgekozen vertegenwoordigers van sociale bewegingen, wat is dan nog zijn rol?

Is er dan geen behoefte meer aan een mondiaal antwoord, aan een mondiale politieke actor, aan een mondiale strategie? Ook in Europa wordt vastgesteld dat veel bewegingen zich terug trekken op het nationale en zelf lokale vlak, en er mag geen twijfel over bestaan dat lokale acties belangrijk zijn. Lokale utopieën kunnen bijzonder interessant zijn, maar zijn ze ook voldoende? Wanneer dit ten koste gaan van nationale, Europese en mondiale acties, ontstaat er een echt probleem. Want noch de klimaatverandering, noch de digitale databescherming, noch fiscale of sociale rechtvaardigheid kunnen nationaal afdoende aangepakt worden, laat staan lokaal te lijf worden gegaan.

We zijn een open ruimte, we creëren hoop en hebben een andere visie op politiek’, zo luidt keer op keer het antwoord op de twijfel en de kritiek. In werkelijkheid is er géén politiek en eindigt het doel bij de mobilisatie. Het meest sprekende voorbeeld is het ‘succes’ van 2003 waar steeds naar verwezen wordt, toen miljoenen mensen de straat op gingen tegen de oorlog in Irak. Enkele weken later, precies vijftien jaar geleden, is die oorlog ook begonnen. Hoezo succes?

Het is de articulatie tussen de verschillende politieke niveaus die van wezenlijk belang is om ook maar iets politiek en mondiaal te kunnen betekenen. De rechterzijde weet dit zeer goed en handelt er naar. Links blijft al te vaak navelstaren. Een grote kermis is leuk en mobiliserend, maar op zich zeer ontoereikend. Op een ogenblik dat de woede en het verzet wereldwijd zo groot zijn, is het zorgwekkend dat nergens wordt getracht dit te kanaliseren en te activeren. Want ondertussen neemt de repressie en de criminalisering van sociale bewegingen toe.

Het oude, apolitieke Wereld Sociaal Forum heeft geen toekomst, tenzij het kan bijdragen tot de coördinatie van acties en de organisatie van bewegingen. Het is lang niet het enige mondiale forum, wel het enige met een potentieel om transversaal te werken. Doodjammer zou het zijn mocht dit verloren gaan. Volgend jaar is het WSF 18 jaar oud, de leeftijd voor politieke meerderjarigheid. Misschien ook de leeftijd om autonoom en ongehoorzaam ter worden?