ImageDeze analyse is van Francine Mestrum uit België en verscheen eerder op indymedia.be. Over het Nederlands Sociaal Forum is  overigens onlangs besloten dat het  'in de slaaptoestand' wordt gezet. Maar daarover later meer.

Toen Walden Bello van Focus on the Global South zowat een jaar geleden zijn artikel schreef over 'het einde' van het Wereld Sociaal Forum, sloeg hij spijkers met koppen. Niet dat het proces van de sociale fora op zijn einde loopt, noch dat er sprake is van een zware crisis, maar wel omdat de 'eerste generatie' van de sociale fora inderdaad stilaan afgesloten wordt. Vandaar dat zijn artikel ook de titel 'World Social Forum at a crossroads' meekreeg. Op heel wat plekken in de wereld, ook in België, wordt momenteel nagedacht over hoe het nu verder moet. In dit artikel wil ik aangeven waarom dit debat plots zo dringend is geworden, wat de belangrijkste pijnpunten zijn en wat de mogelijke oplossingen.

Na de 'battle of Seattle' in 1999 en de vergadering over 'het andere Davos' (het Wereld Economisch Forum) werd duidelijk dat er 'iets' moest gebeuren, dat er ruimte was voor andere ontmoetingen en andere bewegingen, dat het verzet tegen het neoliberalisme overal in de wereld duidelijk de kop op stak. In 2001 werd het eerste Wereld Sociaal Forum in Porto Alegre, Brazilië, georganiseerd. Een 'bescheiden' bijeenkomst, met toch duizenden deelnemers. Het jaar daarop werd dat aantal verdrievoudigd en in 2003 waren er al bijna honderdduizend mensen aanwezig.

Dat grote succes kan verbazen, maar het geeft gewoon aan dat er een vraag en zelfs een behoefte was aan een nieuwe beweging. De deelnemers noemden zichzelf 'anti-globalisten' en later 'andersmondialisten'. Ze wilden een 'andere' mondialisering, niet geleid door neoliberale dogma's maar gestuurd door mensen en samenlevingen. De beweging was heel verscheiden en naast een algemene vraag naar participatieve democratie en een verzet tegen het neoliberalisme waren er weinig gemeenschappelijke kenmerken. De breuklijnen tussen de verschillende bewegingen liepen ook kriskras door elkaar, radikalen en hervormers, postmodernen, modernen en antimodernen, mondialisten en nationalisten. Vandaar dat het Wereld Sociaal Forum niets meer kon zijn dan een 'ontmoetingsplaats' een ruimte waarin bewegingen uit de hele wereld elkaar konden ontmoeten, met elkaar konden overleggen over te voeren campagnes en netwerken konden vormen. De andersmondialisten werden 'een beweging van bewegingen'.

Dat liep op wieltjes, tot het eerste zand in de raderwerkjes begon te komen. De eerste grote discussies gingen over de plek waar die fora moesten georganiseerd worden. Latijns Amerika? Afrika? Azië? Niet alle steden of landen komen in aanmerking, want wie kan honderdduizend mensen foutloos opvangen? En wie kan dat betalen? Een tweede grote discussie ging over de politieke standpunten. Een 'open ruimte' ja, maar moet dat ook een neutrale ruimte zijn? Zijn er geen punten waarop alle bewegingen toch wel een akkoord kunnen vinden? In 2003 werd wereldwijd tegen de oorlog in Irak gemanifesteerd, dus het kon. Het Handvest dat de principes voor de Fora vastlegt, maakt het ook mogelijk, maar de tegenstand is erg groot. Een derde probleem tenslotte is dat een aantal grote bewegingen vrij snel tot efficiënte netwerken kwamen. Rond de schuldenlast van de derdewereldlanden, rond de democratisering van de internationale instellingen, rond voedselsoevereiniteit, rond mensenrechten zijn er nu wereldwijde netwerken die goed functioneren. Voor hen heeft het Wereld Sociaal Forum zijn rol gespeeld. Is het dan nog nodig?

De strategie van de beweging

Het verwijt dat de andersmondialiseringsbeweging vaak te horen krijgt is dat ze geen alternatieven aanreikt. Niets is minder waar. De beweging wil zeker geen nieuwe 'pensée unique' de wereld insturen, maar diverse groepen hebben duidelijke alternatieven. De tijd is voorbij dat een sociale beweging op alle onderdelen van de wereldwijde problematiek een kant-en-klare oplossing dient aan te reiken. Democratie betekent immers in de eerste plaats dat elke samenleving voor zichzelf moet beslissen welke plaats de markt krijgt of niet krijgt, welke landbouw of welke industrie men wel ontwikkelen. Samen moeten we kijken naar de instellingen die we willen voor een zekere mate van wereldbestuur, voor de handhaving van de vrede, voor de voorziening in mondiale publieke goederen. De hele beweging is ervan overtuigd dat alle mensenrechten moeten gerespecteerd worden en dat een ecologisch duurzame ontwikkeling de grootste prioriteit moet krijgen. Alle alternatieven zijn al decennialang beschikbaar, maar we hebben niet de macht ze ook door te drukken. Vandaar dat een debat over de strategie van de beweing ook belangrijk is. Hoe kunnen we meer politieke invloed krijgen?

Het zijn al deze vragen die op de agenda stonden van een vergadering eind maart van de internationale raad van het Wereld Sociaal Forum. Het debat was voorbereid met een vragenlijst aan alle bewegingen en meer dan honderd schriftelijke bijdragen vormden de achtergrond voor de discussie. De eerste vraag ging over de verandering van de geopolitieke situatie sinds 2001. De tweede vraag over de stand, de sterkte en de zwakte, van de sociale bewegingen. De derde vraag ging over het Forum als 'ruimte' of als plek voor actie, en de vierde vraag tenslotte ging over de toekomst van het Sociaal Forum.

Over de eerste twee punten waren er geen al te grote meningsverschillen. Sommigen stellen neoliberalisme wel gelijk met kapitalisme en willen niet horen spreken over een niet-neoliberaal kapitalisme. Wat het tweede punt betreft zijn er wel meningsverschillen, maar diverse deelnemers wijzen er op dat er in Latijns Amerika een duidelijke invloed is geweest op het politieke proces. De vele progressieve regimes die er momenteel aan de macht zijn hadden er niet kunnen komen zonder sterke sociale bewegingen. Ook in Indië en Kenya hebben de progressieve partijen baat gehad bij de organisatie van het Sociaal Forum. De andersmondialiseringsbeweging zorgt met andere woorden voor een grotere bewustwording van het feit dat er inderdaad een andere wereld mogelijk is.

Over de derde vraag is er nog steeds geen consensus, maar de discussie bracht de standpunten zeker dichter bij elkaar. De voorstanders van een 'socialisme van de 21ste eeuw' beseffen dat ze niet moeten aandringen op het akkoord van de hele beweging, maar ze kunnen een heel eind op weg met een brede alliantie van bewegingen die hun visie wel delen. Ook de tegenstanders van oorlog die hun eisen in termen van anti-imperialisme formuleren hebben geen eenparigheid nodig.

De vraag of het Handvest van het Forum moet worden gewijzigd blijft voorlopig onbeantwoord. Op zich is het niet nodig om acties en algemene standpunten in te nemen, maar er is wel een ander probleem. De beweging moet zich dringend uitbreiden in regio's waar ze tot nog toe zeer zwak staat: China, Rusland en Oost-Europa, het Midden-Oosten. Met de Wereldwijde actiedag van januari 2008 werd heel veel bereikt in Palestina, Irak en Libanon. De kansen zijn er groot om tot een betere vertegenwoordiging te komen. Echter, de bewegingen ginder zijn niet bereid om ook alle verworven standpunten van de beweging over te nemen, met name op het vlak van reproduktieve rechten en seksuele minderheden. Vandaar dat de feministen er op te staan het respect voor die rechten ook als voorwaarde voor deelname aan het Forum te stellen.

Een ander heikel punt is het openstellen van de discussies voor diegenen die onze standpunten niet delen. Partijen en regeringen zijn niet gewenst op het forum, maar wat met de progressieve regimes in Latijns Amerika? Brengen zij de autonomie van de sociale bewegingen in gevaar? En moeten we uiteindelijk niet ook met mensen van de Wereldbank het debat durven aangaan, zo vragen sommigen zich af. Voor de sociale bewegingen uit Venezuela, Ecuador of Bolivia is het evident dat zij weinig belangstelling hebben voor een forum dat geen rekening houdt met wat in hun landen al werd bereikt. Zij willen dus zeker een stap verder zetten.

De meerwaarde van het Sociaal Forum

De moeilijkste vraag heeft voorlopig ook nog geen antwoord gevonden, niet mondiaal en niet in België. Hoe kan het Sociaal Forum zijn relevantie behouden? Wat als de grote netwerken zijn gevormd en bewegingen afhaken? In België is dit aan het gebeuren met de vakbonden. Zij hebben in Porto Alegre de NGO's gevonden en zijn gaan samenwerken. Dit en volgend jaar voeren zij in België samen campagne rond 'decent werk'. Voor hen is het Forum niet langer noodzakelijk als dat Forum voor hen geen meerwaarde te bieden heeft. Voor een 'open ruimte' als ontmoetingsplaats zonder meer moeten de bewegingen geen milieu-onvriendelijke intercontinentale reizen gaan maken.

In België staat het Sociaal Forum dus zeker op een kruispunt. Er is een grondige bezinning begonnen over de manier waarop kan worden verder gewerkt, en dat is op zich al erg positief. De houding van de vakbonden is gelukkig ook niet negatief, ze kijken even de kat uit de boom. De NGO's doen er voorlopig het zwijgen toe. De meerwaarde die het Forum kan bieden aan de bewegingen moet duidelijk in kaart worden gebracht, want het potentieel is groot. En om echt representatief te zijn zal het Forum ook moeten uitbreiden.

Op wereldvlak zal het Sociaal Forum van Belen, Brazilië, in januari 2009 moeten tonen dat vernieuwing kan. De wereldwijde actiedag van januari 2008 was al een begin. Meer dan 170.000 mensen in tientallen landen waren er rechtstreeks bij betrokken. Het is een ideale manier gebleken om de lokale strijd een modiale dimensie te geven, om het lokale met het mondiale te verbinden. Die weg moet worden verder gegaan, want veel basis bewegingen kunnen het zich financieel gewoon niet veroorloven dit soort grote reizen te maken.

De discussies in de internationale raad hebben bewezen dat er akkoorden mogelijk zijn. Maar alles vergt tijd. En de beweging is meer dan enkel het Wereld Sociaal Forum. Het meest positieve feit is dat de bereidheid om te debatteren aanwezig is en dat niemand twijfelt aan het nut van de sociale fora. Belen 2009 wordt ook een 'panamazonas' forum, met mensen uit de negen landen die een stukje Amazonewoud hebben. Latijns Amerika heeft al eerder in de geschiedenis het voorbeeld gegeven aan het oude continent. Het was het laboratorium voor neoliberale experimenten die met enige vertraging ook in Europa worden toegepast. Het is nu het toneel van progressieve experimenten die met de grootste aandacht in Europa worden gevolgd. Waarom zouden we ook dit voorbeeld niet kunnen overnemen?

Francine Mestrum

Voor alle nieuws over het Wereld Sociaal Forum, zie website