Ga naar de inhoud

Het rookgordijn van Schokland

De
sterrenshow van minister Koenders op het ingepolderde eiland Schokland, heeft
ongetwijfeld de harten van liefhebbers van de goede oude ontwikkelingshulp
sneller doen kloppen. Maar of de minister daarmee die hulp een tweede leven
heeft kunnen verschaffen, lijkt niet erg waarschijnlijk.

10 min leestijd
Placeholder image

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Ravage Digitaal

Op 30
juni sloten bedrijven, instellingen en particulieren akkoorden met de overheid
om een bijdrage te leveren aan de Millennium Ontwikkelingsdoelen. Het kabinet
ondersteunt de plannen en initiatieven met 50 miljoen euro. Dit maakte minister
Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) bekend tijdens een publieksevenement
Schokland (Noordoostpolder).

Meer
dan vierduizend mensen bezochten het evenement. Inmiddels zijn 37 akkoorden
afgesloten met in totaal 400 bedrijven, instellingen en organisaties. Ook
hebben talloze particulieren een akkoord gesloten. Het evenement werd
georganiseerd door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het komt voort uit
Project 2015, een van de tien kabinetsbrede projecten uit het coalitieakkoord.

In de
Kabinetsagenda 2015 van 29 juni 2007 schrijft minister Koenders (PvdA) dat ook
het kabinet zich extra inzet om de Millennium
Ontwikkelingsdoelen dichterbij te brengen. Dat gebeurt onder meer op het gebied
van hulp, handel, intellectueel eigendom, het geïntegreerde buitenlands- en
defensiebeleid, aandacht voor het klimaatprobleem en vrouwenrechten.

'Nieuw
geluid'

Inzet
van de show op Schokland waren de acht zo genoemde Millennium
Ontwikkelingsdoelen (in het Engels afgekort als MDG's), die in 2000 door de
Verenigde Naties zijn vastgesteld als hun ontwikkelingsprogramma voor de
komende vijftien jaar.

Spoedig
na de top van de G8 van twee jaar geleden in Schotland, toen Blair met zijn
vriendjes uit het bedrijfsleven en de showbusiness massa's goedwillende maar o
zo naïeve jongeren wijsmaakte dat het einde van de armoede in de wereld binnen
bereik lag, werd duidelijk dat de MDG's niet gehaald zouden worden.

Ook in
Nederland stortte toen de campagne voor die doelen als een kaartenhuis in
elkaar. Maar zie: het zoveelste kabinet-Balkenende bracht ons dit jaar een
politieke 'nieuwe lente', waarin de MDG's werden herontdekt en opgepimpt als
'nieuw geluid' voor de brave polderburger die zich nog niet van de rest van de
wereld heeft afgekeerd.

Minister
Koenders liet al kort na de bordesfoto met de koningin blijken dat hij uit
hetzelfde hout gesneden is als zijn voorgangers. Hij dreigde een aantal landen
met minder of geen hulp, als ze niet meer werk zouden maken van het thema
vrouwenrechten. (Als jullie niet zus of zo, wordt pappa boos!)

Project
2015

Die
indruk werd vervolgens bevestigd door de manier waarop hij de MDG's omarmde als
speerpunt van zijn beleid. Het is de bekende vlucht naar voren van politici,
die zonder blikken of blozen oude wijn in nieuwe zakken gieten en misbruik
maken van het nogal gebrekkige geheugen van de gemiddelde kiezer.

In
plaats van die doelen nu eens tegen het licht te houden en zich iets gelegen te
laten liggen aan de kritische kanttekeningen die daar de laatste tijd in
binnen- en buitenland bij zijn geplaatst, wist de minister niets beters te
bedenken dan ze – in een nog meer vereenvoudigde en vooral tranentrekkende vorm
– opnieuw in de charimarkt te zetten onder de pakkende naam 'Project 2015'.

"Ik
zet me ervoor in dat in 2015 de armoede in de wereld is gehalveerd",
declameerde hij op zijn webstek. De vraag hoe liet hij bij voorkeur aan ons
over: "Denk met me mee. Mail me uw ideeën. Doe mee aan de debatten. Het
woord is aan u, aan jou."

Kosten
noch moeite werden de afgelopen maanden gespaard om 'de Nederlandse
samenleving' bij dit fantastische project te betrekken. Elke
ontwikkelingshulpclub moet tegenwoordig zijn overheadkosten binnen de perken
houden om zijn subsidie niet te verliezen, maar het ministerie en zijn
dochteronderneming NCDO (Nationale Commissie voor internationale samenwerking
en Duurzame Ontwikkeling) hebben nooit geld te kort, als het erom gaat anderen
voor hun karretje te spannen.

Dus
werden in april en mei, in de Randstad, zes consultaties met videoverslagen en
foto-impressies op touw gezet en kwamen meer dan driehonderd BN'ers,
maatschappelijke organisaties, bedrijven en instellingen in het geweer om het
Akkoord van Schokland voor te bakken, dat zaterdag zijn beslag kreeg.

Symptoombestrijding

De
extreme armoede met de helft verminderen betekent dat de andere helft rustig
kan sterven, stelde Francine Mestrum van Attac-Vlaanderen in 2005 vast. Met
andere woorden: wat zegt dat gegoochel met cijfers en percentages, om wie gaat
het eigenlijk, is het leven van de een meer waard dan dat van de ander?

Image

Wat in
ieder geval opvalt is dat de doelen uitblinken in symptoombestrijding.
Natuurlijk ben je voor basisonderwijs voor iedereen en wil je dat veel
voorkomende ziekten worden teruggedrongen en zo voort, maar dat is heel iets
anders dan de fundamentele oorzaken van al die problemen aanwijzen en daarmee
de strijd aanbinden.

Het is
niet toevallig dat juist het laatste doel het meeste verzet oproept. Dat is
namelijk het enige dat wel in de buurt van die oorzaken komt en dat, met name
in een terloops pleidooi voor 'een open handels- en financieel systeem', iets
laat zien van de ideologie die aan de MDG's ten grondslag ligt.

Dit
laatste kwam ook zaterdag in Schokland even aan de oppervlakte, toen staatssecretaris
Heemskerk van Economische Zaken het niet kon laten vrijhandel met Europa aan te
prijzen als gunstig voor de consumenten in ontwikkelingslanden. Het goed
georganiseerde rookgordijn van de show heeft dat aan het oog van de meeste
aanwezigen onttrokken, maar gelukkig kreeg de staatssecretaris een dag later
lik op stuk van de ontwikkelingsorganisatie ICCO, die hem erop wees dat
goedkope en vaak gesubsidieerde producten uit Europa maar al te vaak de markt
voor lokale producenten in Afrika bederven.

Stuiptrekking

Het
Akkoord van Schokland is niet alleen een vlucht naar voren van een politicus op
zoek naar eeuwige roem, maar ook de stuiptrekking van een maatschappelijke
sector – ontwikkelingshulp of -samenwerking genoemd – die zijn langste tijd
heeft gehad. Kritiek op ontwikkelingshulp is er altijd wel geweest en zeker ten
tijde van de Koude Oorlog was die vaak te herleiden tot de traditionele
tegenstellingen tussen rechts en links.

Sinds
1989 is de sector de partijpolitieke tegenstellingen ontstegen en heeft hij
zich, niet in de laatste plaats door de inspanningen van de NCDO als
draagvlakorganisator, een moreel onschendbare status aangemeten. De
professionals van de hulp zetten een hek om de sector en keerden de eigen
samenleving de rug toe, want zij hadden wel wat beters te doen.

Ondertussen
kon, een halve eeuw na de totstandkoming van de sector, het uitblijven van
concrete resultaten van al die hulp
natuurlijk niet onopgemerkt blijven. Dat riep twee soorten reacties op:
scherpere kritiek van buitenstaanders en voormalige insiders, met ideologisch
sterk verschillende argumenten, en een explosieve toename van particulieren die
zelf, individueel of groepsgewijs, ontwikkelingshulp bedrijven.

De
critici bepleiten afschaffing of een radicale hervorming van de sector. Ze
verschillen onderling vooral in hun visie op de staat en de economie. Zo staat
in een recente publicatie van het Netherlands Institute of International
Relations Clingendael (Verboden Toespraken, jan. 2007) de conclusie dat je ook
in de Derde Wereld 'de markt haar werk moet laten doen' en dat 'een deadline
voor de uitfasering van de hulp dient te worden vastgesteld'.

Daartegenover
staan de critici die de noodzaak van een wereldwijde herverdeling in
financieel-economische zin centraal stellen en zich nog altijd beroepen op de
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, als tegenpool van de modieuze
filantropie van de goede doelenverering.

Het
bloeiende particuliere initiatief weerspiegelt de kloof tussen het geïnteresseerde publiek en de
zelfgenoegzame professionals, die wel behoefte hadden aan een politiek
draagvlak (om te kunnen voortbestaan) maar niet de moeite namen om met de
buitenwereld in discussie te gaan over de zin en onzin van hun werk. De omvang
van het verschijnsel is overigens nog nauwelijks onderzocht.

Schattingen
van het aantal betrokken personen en groepen lopen uiteen van tien- tot
vijftienduizend (NCDO) tot 6.400 (Bouzoubaa & Brok), maar daar zitten ook
kleine organisaties tussen die al veel langer bestaan dan enkele jaren. Hoewel
de grote organisaties, meestal zelf ook ooit klein begonnen, er aanvankelijk
nogal sceptisch tegenover stonden, stellen ze zich de laatste tijd vooral op
als de grote broer, van wie de nieuwelingen nog iets kunnen leren.

Handboek

ImageSinds
kort hebben de doe-het-zelvers ook hun eigen handboek: 'Hulp, waarom
ontwikkelingshulp moet, groeit en verandert'. De auteurs Ralf Bodelier en
Mirjam Vossen zijn zelf zeven jaar geleden 'in de hulp' gegaan en vertellen
minutieus wat ze sindsdien hebben gedaan en geleerd.

Al is
hun drijfveer 'de extreme armoede van miljarden mensen', als 'een intellectuele
en praktische uitdaging van onmetelijke proporties' (p.10), toch hoef je als
lezer niet bang te zijn voor ingewikkelde analyses van de oorzaken van die
armoede en een doorwrochte eigen visie daarop. De auteurs zijn helemaal niet zo
geïnteresseerd in oorzaken en oplossingen van allerlei problemen.

Ze
maken zich vooral sterk voor het recht van de rijke burger van een (toevallig)
welvarend land de arme medemens in verre landen te hulp te snellen. Of die
laatste daarop zit te wachten, of die hulp iets uithaalt of niet, of ze juist
schade aanricht en nieuwe problemen oproept, dat dondert allemaal niet. Als de
gever maar gever kan zijn. De wet van Bodelier & Vossen, zullen we maar
zeggen: geen hebzucht zonder hulpzucht.

Het
zijn net Baden Powell en Florence Nightingale. In een 21ste eeuwse setting ja,
maar nog altijd onbevlekt ontvangen en boven alle menselijk kwaad verheven.
'Ontwikkelingshulp is apolitiek en moet dat ook zijn.' (p. 184). 'Langzaam maar
zeker worden de contouren zichtbaar van een 'humanitair imperium'.'(p. 188) 'De
grote aanjager van deze morele globalisering is de globalisering zelf.' (p.
262) 'Caritas, filantropie, doe-het-zelf-ontwikkelingshulp, praktisch
idealisme… het zijn evenzoveel uitingsvormen van de westerse behoefte om
zichzelf te overstijgen. Toegeven aan de behoefte om ook daadwerkelijk tot
helpen over te gaan, maakt domweg gelukkig.' (p.264)

Het is
vaak volstrekt niet duidelijk, of het om een eigen opvatting van de auteurs
gaat of om de uitspraak van een ander met wie zij sympathiseren. Maar het staat
er gewoon en dat zal voor menige gebruiker van dit handboek de hoofdzaak zijn.
Mits hij met de auteurs tenminste wél van mening is dat het 'voor ons
westerlingen vooral draait om vriendschap, om waardering en erkenning. En,
belangrijker nog, om zelfverwerkelijking, altruïsme, religiositeit en
zelfreflectie.' (p.270)

Handen
uit de mouwen

Het
Akkoord van Schokland sluit naadloos aan bij de trend de handen uit de mouwen
te steken en zelf ontwikkelingshulp te gaan bedrijven. In de overheidssfeer was
dat al in de jaren '90 schering en inslag: ieder ministerie, rijksonderneming,
(deel)gemeente, provincie, waterschap, buurtraad of ander stukje staat dat
zichzelf respecteerde had wel ergens een project lopen.

Het
maatschappelijk middenveld en niet te vergeten het bedrijfsleven volgden. Nu
krijgen die allemaal een extra kans, want met een beetje goede wil kun jij je
bestaande of nieuwe project wel in verband met een van die acht doelen brengen.
Minister Koenders staat klaar met een pot van 50 miljoen euro om 'goede ideeën'
te belonen. Het zal de komende jaren dus nog drukker worden op Schiphol.

De bewindsman kon met z'n vlucht naar voren wel
eens lelijk ten val komen. De onvrede over de traditionele hulp zal niet
vanzelf wegebben. Het zijn niet alleen meer buitenstaanders die roepen dat de
bakens in het beleid drastisch moeten worden verzet. Ook de sector zelf begint
zijn nek uit te steken.

Zo
hekelde de algemeen directeur van de katholieke koepelorganisatie Cordaid, René
Grotenhuis, in mei van dit jaar in de Internationale Spectator 'de
economisering van internationale samenwerking' en brak hij een lans brak voor
'de erkenning dat ontwikkelingssamenwerking in eerste instantie gaat over de
politieke vraag naar de (in)richting van de samenleving en dan pas over de
instrumenten waarmee dat moet worden gerealiseerd'.

Zijns
inziens is het na jaren investeren in technocratische discussies hoog tijd voor
een hernieuwd politiek debat. 'Anders blijkt het meubelstuk ontwikkeling en
samenwerking over een paar jaar zo vermolmd, dat opknappen niet meer kan en de
weg naar de vuilstort onvermijdelijk is', aldus Grotenhuis.

—————————-

De
auteur is werkzaam voor Attac-Nederland, een organisatie die het bewustzijn van
de bestaande ongelijkheid in de wereld wil bevorderen, alsmede aanzetten tot de
bestrijding hiervan.

HULP.
Waarom ontwikkelingshulp moet, groeit en verandert; Ralf Bodelier en Mirjam
Vossen. Uitgeverij Inmerc. ISBN 9789066115255. Aantal pagina's: 280.
Prijs:19,95