Ga naar de inhoud

Het Begrotingsverdrag: een nieuw stuk geschut tegen de Europese bevolking

Het ‘Begrotingsverdrag’, soms ook Soberheidspact genoemd en officieel het ‘Verdrag voor stabiliteit, coördinatie en governance in de Europese Muntunie’ – luidt een nieuwe episode in van de burgeroorlog die de Europese elites ontketenden tegen de werkende bevolking. Een oorlog van de 1% tegen de 99%, in volle hevigheid losgebarsten sinds het debacle van hun muntunie, en met als inzet de realisatie van hun oude droom: de vernietiging van de georganiseerde arbeidersbeweging  en haar sociale verworvenheden.

12 min leestijd

(Bron: Website Ander Europa)

Het Begrotingsverdrag is in meer dan één opzicht een wanstaltig iets. Het begint al bij de officiële benaming: het verdrag zal gegarandeerd tot nog meer instabiliteit leiden, van economische coördinatie tussen lidstaten is nergens sprake, alleen van nog meer machtsusurpatie door de Europese Commissie. Het verdrag slaat zogezegd op de Europese Muntunie, maar 8 van de 25 verdragsluitende landen (alleen het Verenigd Koninkrijk en Tsjechië doen niet mee) hebben de euro niet als munt. Het wordt nog gekker als dit verdrag buiten het kader van de Europese Unie blijkt afgesloten te zijn: het is een internationaal verdrag tussen een aantal Europese landen. Over de rechtsgeldigheid ervan hebben zelfs de auteurs enige twijfel (“Dit Verdrag is van toepassing voor zover het verenigbaar is met de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest“) maar ze hopen deze anomalie binnen 5 jaar te kunnen rechttrekken want tegen dan zullen “de noodzakelijke stappen ondernomen [worden] met het doel om de inhoud van dit Verdrag in het rechtskader van de Europese Unie te integreren.”  Men ziet: EU-juristen kunnen heel creatief zijn als het op het bedotten van de bevolking aankomt, maar verschuilen zich achter het EU-rechtskader wanneer het gaat om een Europees minimumloon of een geharmoniseerde vennootschapsbelasting…

Begrotingsverdrag: vooral herkauwen van oud EU-braaksel

Het zal misschien nog meer verbazen dat het Begrotingsverdrag niet eens veel nieuws bevat dat al niet in een ander onderdeel van de economic governance vervat was. Ziehier de drie hoofdlijnen van het verdrag:

  1. Deze principes moeten vastgelegd‘in het nationaal recht middels bindende en permanente, bij voorkeur constitutionele, bepalingen’. De Europese Commissie, of een lidstaat die het verdrag ondertekende, kan een andere lidstaat ervan beschuldigen dat deze vastlegging in nationaal recht niet of niet correct gebeurde. In dat geval oordeelt het Europees Hof van Justitie, dat een sanctie kan opleggen van 0,1% van het BBP (België: ca. 370 miljoen €).
  2. Landen met een staatsschuld groter dan 60% van het BBP moeten die afbouwen a rato van één twintigste van het verschil met 60%. Een staatsschuld van 100% van het BBP bv. (België) moet aanvankelijk met (100 – 60)/20 of  2 BBP-punten (ongeveer 7 miljard € in het geval van België) per jaar verminderd worden [ii]
  3. Landen die zich in een ‘buitensporigtekortprocedure’ [iii] bevinden moeten een structureel aanpassingsprogramma (‘budgettair en economisch partnerschapsprogramma’) indienen dat door de Commissie moet aanvaard worden. Dit moet ‘structurele hervormingen’ bevatten die een terugkeer naar het rechte pad van de budgettaire orthodoxie garanderen. De voorbije jaren hebben ons inmiddels geleerd wat onder dergelijke hervormingen verstaan wordt door de Commissie: loonstop, verhoging pensioenleeftijd, afbouw werkloosheidsvergoeding, terugdringen vakbondsmacht, privatisering enz.

Daarnaast bevat het verdrag een aantal institutionele bepalingen zoals het in het leven roepen van topbijeenkomsten van de eurozone, met de onvermijdelijke creatie van weer een ‘president’, de president van de top van de eurozone. De ondertekening van het verdrag is ook een expliciete voorwaarde om leningen te kunnen aangaan bij het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), een stok waarmee de Ierse regering hard genoeg kon zwaaien om het Iers referendum over het Begrotingsverdrag (31 mei 2012) “gunstig” te laten uitdraaien.

Bekijken we de drie hoofdlijnen van naderbij.

Het Stabiliteitspact (1997) dat de invoering van de euro voorbereidde legde de lat voor het maximale begrotingstekort op 3% van het BBP. De sixpack, van kracht sinds november 2011, herleidde dit tot een ‘middellangetermijndoelstelling’ van hoogstens 1% deficit. Die marge wordt in het Begrotingsverdrag ‘een structureel tekort van hoogstens 0,5%’. Dit structurele betekent dat de Commissie eerst een omrekening doet om het nominale tekort (het enig bekende) van conjunctuurschommelingen te zuiveren. De économistes atterrés [iv] tonen duidelijk aan hoe afhankelijk het resultaat is van de gehanteerde ‘theorie’…

Het eigenlijke nieuwe is dat deze deficitnorm nu als ‘gouden regel’ in de  nationale wetgeving moet opgenomen worden (onder supervisie van het Europees Hof van Justitie), een eis waar de Duitse regering sinds lang op aandrong. Ziet ze hierin een bijkomende garantie? Of wantrouwt ze de Europese wetgeving? Het resultaat is in ieder geval dat ‘automatische procedures’ de plaats innemen van politieke beslissingen. Misschien is dat wel de reden waarom parlementsleden zich zo gemakkelijk een van hun belangrijke bevoegdheden lieten ontfutselen: de rechtsen willen sowieso de overheidsfinanciën kortwieken, en de ‘linksen’ zullen zelfs de schijn niet meer moeten ophouden dat ze daar tegen zijn…

Laten we het vervolgens hebben over de afbouw van de staatsschuld zoals opgelegd door het verdrag. De kwestie is natuurlijk niet dat een hoge staatsschuld iets positief zou zijn; de 11 of 12 miljard rente die België daarop betaalt zouden veel beter kunnen besteed worden. Maar de schuld afbouwen ‘met de ogen dicht’, volgens een opgelegd schema dat geen rekening houdt met de economische conjunctuur, daar komen ongelukken van. We hebben in België tijdens het voorjaar 2013 meegemaakt hoe de regering moest zoeken naar 2,7 miljard om de begroting min of meer rond te maken. Je zult daar dus de komende jaren steevast 7 miljard moeten aan toevoegen voor de afbouw van de schuld, en dit in een economische context van weinig of geen groei [v]. Welk parlementslid wil ons vertellen hoe hij/zij dit ziet gebeuren??
Maar ook hier ‘innoveert’ het Begrotingsverdrag niet: net dezelfde regel van afbouw van de schuld staat in de sixpack (verordening 1177/2011) en is sinds 2011 in voege (met een overgangsperiode).

Tenslotte de structurele aanpassingsprogramma’s. Hier bereikt de neoliberale hervormingsbeheptheid een hoogtepunt. Weinig eurocraten zullen er nog aan uit kunnen welke aanpassingsprogramma’s een lidstaat zoal hoort te volgen, en hoe die zich onderling verhouden. In het kader van het ‘Europees Semester’ moet elke lidstaat jaarlijks in april, naast een Stabiliteitsprogramma,  een ‘Nationaal Hervormingsprogramma’ indienen. Doel: structurele aanpassingen die de competitiviteit bevorderen. Voorts dienen de ondertekenaars van een ander merkwaardig verdrag, het Europluspact [vi] jaarlijks voorstellen te doen die … de competitiviteit bevorderen. Wie in de ‘buitensporigtekortprocedure’ belandt (de meeste lidstaten) moet op basis van de ‘two-pack’ [vii] een ‘partnerschapsprogramma’ indienen met ‘structurele hervormingen’ … Dus ook hier geen innovatie in het Begrotingsverdrag, alleen een soort hyperinflatie aan politico-juridische mechanismen (verordeningen, richtlijnen, EU-verdragen, internationale verdragen, informele afspraken, soft law, governance-methoden …) om toch maar zeker te zijn dat het doel bereikt wordt.  Er is trouwens nog een nieuwe avatar van de partnerschapsprogramma’s in de maak, nl. de ‘overeenkomsten van contractuele aard’ die het Plan Van Rompuy voor een ‘waarachtige monetaire en economische unie’ wil invoeren. Een lidstaat zou een contract aangaan met de EU-instanties om bepaalde hervormingen door te voeren; als lokaas zou een geringe financiële compensatie kunnen uitbetaald worden. Meer daarover op de top van december …

(Over-)leven in een begrotingsunie

Of men nu geslagen wordt met een sixpack, een twopack, een europluspact of een begrotingsverdrag doet er eigenlijk weinig toe; we zijn vooral beducht om de gevolgen.
Sinds het uitbreken van de eurocrisis (2010) hebben de Europese leiders het altijd al geweten: een muntunie kan niet zonder economische, politieke en begrotingsunie. Dit laatste betekent in de EU-versie evenwel niet dat er financiële transfers komen van overschotlanden naar tekortlanden, dat overheidsschulden gemeenschappelijk beheerd worden of dat op zijn minst de centrale bank de lidstaten afschermt van de dictatuur van de financiële markten. Nee, de Europese begrotingsunie is een soort multinational waarvan de filialen despotisch gedirigeerd worden vanuit de Brusselse headquarters; de lokale regeringen/parlementen zijn er alleen om de directieven uit te voeren (niettegenstaande zinsneden in het Begrotingsverdrag als ‘de volle eerbiediging van de prerogatieven van de nationale parlementen’… ). De gevolgen laten zich gedeeltelijk raden, al is het moeilijk te voorspellen in welk soort maatschappij men belandt na een aantal jaren van dergelijk ‘beleid’; de Griekse, Spaanse en Portugese laboratoria kunnen wel een richting aangeven. Voorspelbaar is dat nationale politici proactief gaan optreden, anticiperen op mogelijke EU-wensen, zoals we het al met het pensioen- en werkloosheidsdossier hebben meegemaakt. Een aanbeveling van de Commissie volstaat; er staan altijd voldoende De Guchts en Van Quickenbornes klaar om te zeggen dat dergelijke aanbeveling niet te nemen of te laten is, maar uit te voeren. Een tweede te voorziene evolutie is dat zowat elke deelstaat wel in de loop der jaren een aantal malen zal onderworpen geweest zijn aan een buitensporigtekortprocedure (wegens deficit of wegens schuld), en bijgevolg getekend zal zijn door  de Europese aanpassingsprogramma’s. De ene keer sneuvelt de indexkoppeling, dan wordt de draagwijdte van  interprofessionele akkoorden teruggeschroefd, en zo ontstaat een echte Europese convergentie … naar een neoliberale strafstaat.

Maar zelfs zonder Europese aanpassingsprogramma’s zullen de welvaartstaten vlug ineenschrompelen. Zonder budgettaire ruimte steeds minder openbare diensten, minder sociale zekerheid, minder democratisch onderwijs; we hebben het nog niet eens over de financiering van een ‘ecologische transitie’, waarvoor massale deficit-spending zou verantwoord zijn. Weinig opbeurend is ook de vaststelling dat de neoliberale strafstaat een goede voedingsbodem is voor vreemdelingenhaat, racisme, tot en met onvervalst nazisme, zoals het Griekse voorbeeld ons leert.

Verzet

Vanuit het standpunt van de Europese leiders heeft het Begrotingsverdrag één groot nadeel: het heeft meer dan de andere onderdelen van de economic governance  de aandacht van het publiek getrokken, en van de vakbonden in het bijzonder. Toen de sixpack van kracht werd (na anderhalf jaar sudderen in de Europese instellingen) had haast niemand er al van gehoord. Niet zo met het Begrotingsverdrag; zelfs het franstalig acroniem TSCG laat bij een aantal syndicale militanten een belletje rinkelen. Het is ook het eerste verdrag dat door het makke Europees Vakverbond (EVV) verworpen wordt.

De Belgische regering heeft het verdrag, samen met 24 andere regeringen, meteen goedgekeurd (30 januari 2012). Maar een verdrag moet ook geratificeerd worden, in België door 7 verschillende parlementaire instanties. Momenteel (augustus 2013) is dit nog niet rond (ontbreekt o.a. nog de goedkeuring door het Waals parlement). Daardoor werden ook de contestatiemogelijkheden groter. En het moet gezegd: vooral in franstalige syndicale middens heeft het verzet vrij scherpe vormen aangenomen. Syndicale kopstukken Thierry Bodson (FGTB) en Marc Becker (CSC) gewagen in een open brief aan de Waalse parlementsleden van een ‘democratische hold-up’ en verzoeken dringend het verdrag niet goed te keuren. De FGTB verspreidde een geslaagde videofilm, Tous Saignés Comme les Grecs. Op 24 juni was er een betoging van het Brussels gemeenschappelijk vakbondsfront tegen het Begrotingsverdrag; op 19 juni blokkeerden militanten van CNE en FGTB de toegang tot het federaal parlement (!), eveneens als protest tegen het verdrag. Op 4 juni werden vertegenwoordigers van de franstalige partijen stevig aan de tand gevoeld op een vakbondsbijeenkomst, en op 24 mei ging de ratificatie in de Senaat gepaard met een kleine invasie van verontwaardigde militanten (vooral CNE) die de senatoren ter verantwoording riepen. Aan nederlandstalige kant is het verzet minder gevorderd, maar niet onbestaande (o.a. vanuit BBTK) en dat is al een hele vooruitgang! 

Eindelijk worden ook de al te doorzichtige parlementaire prietpraatjes doorprikt. Zo de Ecolo- en PS-stelling dat men bij de transpositie van het verdrag in nationaal recht erover zal waken dat het verdrag niet ten koste gaat van de bestrijding van de ongelijkheid. Perscommuniqué van de CNE: ” Gauchiser le traité est juridiquement impossible”. Ook in Frankrijk zorgde de ‘TSCG’ voor een stuk politieke opvoeding, niet in het minst toen de PS het verdrag zonder meer slikte nadat François Hollande in zijn presidentskampanje nog had gepocht het te zullen heronderhandelen met Merkel.

 Natuurlijk zullen deze protesten het Begrotingsverdrag in België niet tegenhouden (het was al in voege vanaf 1 januari 2013 in de lidstaten die het voorheen ratificeerden.) Maar Francine Mestrum vergist zich als ze het “pijnlijk [vindt] om te zien hoeveel tijd en energie gestoken wordt in acties tegen het begrotingsverdrag” [viii]. Want het is dank zij dergelijke “verloren” tijd en energie dat politiek bewustzijn groeit, dat sociale bewegingen zich ontwikkelen, en dat uiteindelijk niet alleen het Begrotingsverdrag, maar de hele antisociale, ondemocratische EU-winkel zal weggeblazen worden.


[Deze tekst verscheen in het september-oktobernummer van het tijdschrift Vrede, en op de site van De Wereld Morgen van 13 september 2013.]

[i] Voor een zéér ‘voorbeeldig’ land met zeer geringe staatsschuld (naar het inzicht van de Europese Commissie) kan de grens op 1,00% gelegd worden. Van de ‘gulden regel’ kan ook worden afgeweken ‘in uitzonderlijke omstandigheden’.

[ii] De verdragtekst is zo slordig in elkaar geflanst dat, indien letterlijk genomen, de schuld zelf (i.p.v. het verschil met 60% van het BBP) met een twintigste zou moeten verminderen  (wat voor België zou betekenen 18 miljard € per jaar).

[iii] De ‘buitensporigtekortprocedure’ is een onderdeel van de Europese economic governance en treedt in werking bij een begrotingstekort groter dan 3% van het BBP, of bij een staatsschuld groter dan 60% van het BBP die onvoldoende snel vermindert. Een groot deel van de ‘sixpack’, zes Europese wetten over begrotingscontrole en macro-economisch toezicht op de lidstaten, is hieraan gewijd.

[iv] Uit L’Europe maltraitée, les économistes atterrés, Les Liens qui Libèrent,  2012. Voor Frankrijk (2011) komt de Commissie bv. aan een structureel tekort van 4,6%, de kritische economisten aan 1,4%.

[v] Tussen 1995 en 2007 verminderde de Belgische staatsschuld van 130% naar 84% van het BBP, een gemiddeld tempo dus van 3,5%/jaar. Maar de economische groei bedroeg tussen 1995 en 2000  gemiddeld 2,9%, in de periode 2004-2007 ook nog 2,6% (na een inzinking tot 1% in de periode 2001-2003). Voor de periode 2009-2012 is dit echter nog maar gemiddeld 0,3%, en in de Europese context denkt niemand aan een opverende economie. In die omstandigheden jaar in jaar uit de schuld met vele miljarden reduceren is een heel ander paar mouwen!  

[vi] ‘Merkozypact’, in februari 2011 gelanceerd door Merkel en Sarkozy.

[vii] Aanvulling van de sixpack, in voege sinds 30 mei 2013.

[viii] Francine Mestrum, ‘To be or not to be’: Waarom radicaal links het zo moeilijk heeft met ‘EuropaOpinie in De Wereld Morgen, 5 juni 2013.