Ga naar de inhoud

Griekenland: ‘Burdened with Debt’

Je kan vandaag de dag geen krant openslaan en geen journaal of actualiteitenprogramma kijken zonder dat het minstens een keer over Griekenland, de crisis en de langzaam afbrokkelende Eurozone gaat. Politici, financiële ‘experts’, bankiers en economen: de hele poppenkast passeert de revu in een onophoudelijke stroom van steeds hetzelfde voorgekauwde geklets. Dit is een interview met de Griekse anti-autoritair/libertair communistische groep Ta Paidia Tis Galarias (‘Kinderen van de gallerij’) over de crisis, de situatie in Griekenland en de klassenstrijd tegen de bezuinigingsmaatregelen en werpt een heldere blik op wat er daar de afgelopen tijd speelt vanuit een revolutionair perspectief. Ook gaat men kort in op de rol van de anarchisten/anti-autoritairen en ‘links’ (waar anarchisten, anti-autoritairen en libertair communisten niet onder gerekend worden maar waarmee de parlementaire, reformistische en autoritaire groeperingen worden bedoeld) in de recente conflicten.

35 min leestijd
griekaug2012

Het interview werd origineel afgenomen door Juraj Katalenac en verscheen in het Kroatische actualiteiten- en literaire blad Zarez (‘Komma’), vergelijkbaar qua inhoud en politieke oriëntatie met De Groene Amsterdammer. Origineel Nederlandse vertaling bij ASB

In 2010 publiceerden jullie het artikel ‘Burdened with Debt’ wat jullie presenteerden op een zomerkamp. In dit artikel schreven jullie over de manier waarop deze crisis, een systeemcrisis van het kapitalisme, uitpakt in Griekenland, namelijk de ‘schuldencrisis’ en de ‘schoktherapie’ van de PASOK regering in samenwerking met de EU en het IMF. Ook bespraken jullie de mogelijkheden van de klassenstrijd in wat jullie de ‘zwaarste aanval op onze klasse sinds het einde van de 2e wereldoorlog’ noemen. Recentelijk, op 12 april, publiceerden jullie een toevoeging op dit artikel genaamd ‘Burdened with Debt: Reloaded’. Kunnen jullie ons een korte analyse geven van de situatie in Griekenland?

In onze eerste artikelen hebben we uitgelegd hoe een verergering van de uitgerekte kapitalistische reproductie crisis altijd uitgesteld is door een bepaalde financiële politiek die het financieel kapitaal relatief autonoom had gemaakt en de interactie tussen de kapitaalexporteurs/gelduitleners enerzijds en  de leners anderzijds nauwer had gemaakt, met een toename in private en publieke schulden als gevolg (op het niveau van de EU kwam dit tot uitdrukking in een hiërarchische interactie tussen de Europese ‘kern’ en haar, vaak zuidelijke, ‘periferie’). Met het klappen van de vastgoedbubbel in de VS en het arriveren van de globale financiële crisis in 2008 kwamen hier nog eens extra publieke schulden bovenop door het ‘socialiseren’ van de kapitalistische verliezen en het overeind houden van de banken. In Griekenland was er sprake van een accumulatieregime van de jaren ’90 tot 2000 dat gebaseerd was op een toename in vaste activa en arbeidsproductiviteit, tweedeling op de arbeidsmarkt en hoge publieke en private uitgaven die mogelijk werden gemaakt door een lage rentevoet in de periferie van de Eurozone (door de hogere inflatie vergeleken met de ‘kern’) en de corresponderen toevloed van kapitaal vanuit de overschotten vanuit de kern. Dit regime, dat in verval begon te raken sinds het midden van de jaren ’00, stortte compleet in met de komst van de financiële crisis.

De eerste bezuinigingsmaatregelen ontwikkelden zich tot een totale schoktherapie met de devaluatie van kapitaal, iets wat de recessie deed verdiepen en de publieke schulden deed toenemen. Een hoofdingrediënt van deze devaluatiepolitiek is de waardevermindering van de arbeidskracht die zich er op richt om de positie van de arbeidersklasse te verzwakken door een permanent bezuinigingsregime op te zetten met haar disciplinerende mechanismen en door een grote arbeidsreserve van werkelozen op te bouwen. Bovendien werd deze waardevermindering van de arbeidskracht versterkt door het consequent afschaffen van de CAO’s, een proces wat, voor een groot deel, de hele functie van de arbeidsvertegenwoordiging ondermijnt. Deze politiek, met haar herkapitalisatie van de banken, eliminatie of overheveling van de kleine bedrijven die niet genoeg kapitaaloverschot konden opbouwen, richt zich op de centralisatie van het kapitaal, de zogenaamde ‘primitieve accumulatie’ en het verenigen van de verschillende momenten waarop het kapitalisme werd gereproduceerd voor de crisis. Ondanks dit alles zijn er in het midden van dit devaluatieproces nog steeds bepaalde investeringsplannen, met name in de energiesector (zonne-energie, olie en koolwaterstof), en is er een lange lijst aan privatiseringen van publieke diensten en staatsbedrijven die op de agenda staan maar die door de diepe recessie en het gebrek aan staatsinvesteringen erg onzeker zijn.

Enkele cijfers en gegevens over de situatie

Ter illustratie van het bovenstaande hebben we de meest recente data verzameld:

  • In 2010-2011 nam het BBP (in prijsindexcijfers 2000) af met 10% (over de gehele recessie van 2008-2011 is dit 16.3%). De totale consumptie is afgenomen met 12.6% (-10.7% voor de private consumptie en -14.5% voor de publieke consumptie). De bruto investeringen in de vaste activa namen af met 17.9%.
  • De export van goederen en diensten zijn toegenomen met 14.5% in 2010-2011. Dit is het gevolg van een toename in de internationale handel als gevolg van een toename in de externe vraag in alle landen. Als we dit dus in een internationale context plaatsen is de export van goederen en diensten vanuit Griekenland dus afgenomen met 1% ten opzichte van 2009, de slechtste cijfers in de afgelopen 20 jaar. De export correspondeert slechts met 1/5e van het BBP.
  • In het tweede kwartiel van 2011 is de werkgelegenheid afgenomen met 6.1% en de werkeloosheid toegenomen met 36.% vergeleken met het tweede kwartiel van 2010. Het werkeloosheidspercentage was 20.9% afgelopen november, dat zijn meer dan 1 miljoen mensen. Hieronder vallen vooral vrouwen in de leeftijd van 15 tot 34 jaar met een werkeloosheidspercentage van 32% en jonge mensen (in de leeftijd van 15 tot 24 jaar) in het algemeen wiens werkeloosheidspercentage 48% bedraagt. De GSEE (algemene vakbond gelieerd aan de toen regerende sociaaldemocratische PASOK partij) schat dat de werkeloosheid in 2012 tot 26% zal oplopen, vergelijkbaar met de vroege jaren ’60 toen honderdduizenden Grieken naar midden Europa, noord Amerika en Australië emigreerden. Let wel op dat de schattingen over 2012 de aanstaande ontslagen in de publieke sector nog niet eens hebben meegeteld: minimaal 15.000 mensen worden dit jaar nog ontslagen en het plan is 150.000 ontslagen tegen 2015. De enige sector waar de werkgelegenheid erg is toegenomen is bij de politie. Van 2010-2011 zijn de arbeidskosten per eenheid product slechts afgenomen met 1.2%. Dit komt omdat hoewel de gemiddelde nominale lonen in de private sector afnamen met 4.5%, de arbeidsproductiviteit ook met 3.3% afnam.
  • Al 1 op de 4 commerciële bedrijven heeft haar deuren gesloten en hun vertegenwoordiging schat dat rond de zomer van 2012 38% van hen de deuren sluit. Tijdens 2010-2011 sloten 68.000 kleine en middelgrote bedrijven (wat overeenkomt met 67.000 verloren banen van januari tot september 2011) terwijl de schattingen voor 2012 er niet beter op worden: nog eens 60.000 bedrijven gaan waarschijnlijk sluiten wat in nog eens 100.000 verloren banen gaat resulteren. Het is heel belangrijk om hierbij te beseffen dat deze kleine en middelgrote bedrijven in Griekenland de meest prominente werkgevers zijn en 99.9% van alle kapitalistische bedrijvigheid vormen, hun aandeel in het totale werkgeversplaatje is 85.6% (en dan rekenen we diegenen die zwart werken niet eens mee) vergeleken met 66.9% als gemiddelde voor de hele EU. Ze vormen ook nog eens 72% van de toegevoegde waarde vergeleken met het EU gemiddelde van 58.4%.
  • Zonder in details te treden (omdat de bezuinigingen variëren afhankelijk van de leeftijd van de gepensioneerden, de hoogte van het pensioen en het pensioenfonds waar men bij aangesloten is) kunnen we zeggen dat door de nieuwe maatregelen de pensioenen met 10% tot 20% ingekort worden en de pensioenvergoeding met 30% terwijl de gezondheidszorg hevig wegbezuinigd is en er ook in de uitkeringen voor arbeidsongeschikten ernstig gesneden is.
  • In de periode van 2010 tot 2011 werden de lonen in de publieke sector met 23% verlaagd. Met de introductie van een nieuwe loonschaal in November 2011 zijn de lonen met nog eens 20% verlaagd. Voor deze nieuwe bezuinigingsronde werden de lonen in de private sector met 8% verlaagd, nu wordt het basisloon met 22% verminderd en dat voor diegenen onder de 25 jaar met 32%. Dit betekent dat het basisloon tot 480 of 400 euro wordt teruggebracht voor arbeiders onder de 25. De werkeloosheidsuitkering is naar 350 euro gebracht (in Griekenland kan je niet langer dan een jaar aanspraak maken op deze uitkering en dan nog alleen als je twee jaar fulltime hebt gewerkt voor je ontslag).
  • Het absolute begrotingstekort van de overheid nam in 2011 met 1.3% toe vergeleken met 2010. De staatsinkomsten zijn met 1.7% afgenomen terwijl de staatsuitgaven met 2.8% zijn toegenomen in dezelfde periode. De afname van staatsinkomsten is onder andere het gevolg van:
    • Het krimpen van de gemiddelde lonen, pensioenen en werkgelegenheid in het algemeen en, als gevolg daarvan, de inkomstenbelastingen.
    • De afname in de winstgevendheid van de kapitalistische bedrijven, gecombineerd met een vermindering van de hoogte van de winstbelasting met 1% in 2011, heeft geleid tot een significante afname in de inkomsten uit winstbelasting (die van 24% naar 20% zal worden gebracht in 2012).
    • De inkomsten uit indirecte belasting (BTW, olie-, alcohol- en tabaksbelasting) vielen lager uit dan verwacht (ondanks een grote stijging van deze belastingspercentages) door verminderde consumptie.
    • De grote toename van belastingkortingen in plaats van de geplande afname als gevolg van het falen van de nieuwe belastingwetgeving.
  • De grootste reden achter de toename van de staatsuitgaven is de toename van de rentebetaling: de rentebetalingen namen met 23.6% toe in vergelijking met 2010. Aan de andere kant zijn de zogenaamde ‘primaire uitgaven’ met slechts 1.3% afgenomen, ondanks de grote loonsbezuinigingen in de publieke sector. Dit is voornamelijk te verklaren door een toename in de uitgaven voor sociale zekerheid met 12.8%, uitgaven die het gevolg zijn van:
    • Een toename van subsidies voor de pensioenfondsen die op de rand van de afgrond staan als gevolg van de afname van premiebetalingen door de grote werkeloosheidstoename, de daling van de gemiddelde lonen en de toename van parttime arbeidscontracten.
    • De toename van het aantal werkeloosheidsuitkeringen als gevolg van de stijgende werkeloosheid.
  • Militaire uitgaven zijn met 60% afgenomen en uitgaven gerelateerd aan het “Publiek Investerings Programma” met 21.8%
  • Volgens de gegevens van EUROSTAT is de verhouding van de Griekse overheidsschuld ten opzichte van het BBP dramatisch gestegen, van 113% in 2008, 129% in 2009 en 145% in 2010 tot 165.3% in 2011. Volgens voorspellingen vanuit het Europees Comité zal dit percentage afnemen naar 161.4% tegen 2012 als gevolg van het private sector investeringsprogramma (PSI) waarna het langzaam weer zal oplopen tot 165.3% in 2013. Volgens de wishful thinking van de Europese Commissie zal het daarna langzaam afnemen (door een toename van het Griekse BBP) tot net onder de 120% in 2020, precies het percentage van voor 2009, toen het fiscale terrorisme aangenomen werd als de ‘redding’ van Griekenland.
  • In 2010 was het Griekse proletariaat het 7e armste in de EU in relatieve cijfers, met 27.7% van de bevolking levend in een huishouden onder de ‘armoedegrens’ (60% van het gemiddelde landelijke besteedbaar inkomen). Dit aantal is sindsdien toegenomen en een steeds groter deel van het proletariaat leeft onder de armoedegrens. Het aantal permanent daklozen ligt nu rond de 20.000 (met 11.000 in Athene alleen), een toename van 20-25% in de laatste twee jaar. Het overgrote deel van deze nieuwe daklozen heeft geen geschiedenis met drugsverslaving of psychiatrische problemen maar is het slachtoffer van langdurige werkeloosheid en/of het in beslag nemen van hun huizen door de banken.
  • Het aantal zelfmoordpogingen (zowel geslaagd als niet geslaagd) nam toe van 507 in 2009 tot 622 in 2010 (+22.5%) voordat het stabiliseerde in 2011 (598 tot December 2011, -3.9%). Een vergelijking met het Griekse gemiddelde zelfmoordpercentage (3.5 per 100.000 burgers, een van de laagste in Europa) laat zien dat de toename eigenlijk veel hoger ligt: +31.4% in 2009, 61.4% in 2010 en +55.7% in 2011. Honderden mensen waren getuige van de zelfmoord van een 77-jarige gepensioneerde die zichzelf door het hoofd schoot op het Syntagma plein. In zijn zelfmoordbrief schreef hij dat hij weigerde om te sterven terwijl hij naar voedsel zocht in de vuilnisbakken. Deze tragische gebeurtenis veroorzaakte een wijdverspreide woede. Diezelfde avond trokken een paar duizend mensen naar het Syntagma plein en braken er confrontaties met de oproerpolitie uit op het plein en in de nabijgelegen straten.
  • Er zijn geen officiële cijfers met betrekking tot het Griekse medische systeem voor de jaren 2010-2011, maar enkele van de grootste veranderingen die we ondervonden zijn: Sinds begin dit jaar zijn vier van de grootste zorgverzekeraars samengegaan tot een, de Nationale Organisatie voor Gezondheidszorg (EOPPY) die zorg draagt voor 9.5 miljoen mensen. Volgens de reguleringen van dit nieuwe fonds bedraagt het aantal artsen dat onder contract met hen staat net 5000, wat 1 dokter per 2000 verzekerde patiënten betekend. Hier komt nog eens bovenop dat het maximale aantal patiënten wat gratis een dokter mag bezoeken ingesteld is op 50 per week en 200 per maand, iedereen die hierna komt moet extra betalen. Daarnaast is de staatssubsidie voor artsen afgenomen van 20 tot 6.5 euro per bezoek, iets wat de kwaliteit van de gezondheidszorg niet ten goede gaat komen – tenzij je meer kan betalen natuurlijk.
  • Er is een groeiende trend van emigratie onder zowel geschoolde als ongeschoolde arbeiders. De staat lijkt deze ontwikkeling te stimuleren om zo de komende golven van klassenstrijd te verzwakken, daarom lijkt het erop dat de staat werkt aan een bilateraal verdrag met Australië en Nieuw Zeeland zoals ze dat al hebben met Canada. Veel immigranten uit Oost-Europa (Albanië, Polen, Roemenie) hebben in de afgelopen jaren in de bouwsector gewerkt en verlaten het land, net zoals veel Koerden, omdat ze geen baan meer kunnen vinden. Tegelijkertijd is de politie bezig om straatverkopers uit Afrika en Azië te vervolgen onder het mom van het ‘oprollen van illegale straatverkoop’, worden de stadscentra onder constante surveillance gehouden en is de aanwezigheid van de oproerpolitie in de wijken waar gemarginaliseerde proletariërs wonen en rondhangen steeds meer zichtbaar. Illegale immigratie wordt door de stortvloed aan mediapropaganda op halfbakken wijze gerelateerd aan een toename in de criminaliteit en de bedreiging van de nationale gezondheid, iets wat de immigrant op gemakkelijke wijze als zondebok neerzet voor al het lijden van de Griekse bevolking. Tegelijkertijd neemt de politie opzettelijk een stap terug als fascistische bendes gewapend immigranten aanvallen en is er een nieuwe wet aangenomen door de overheid als onderdeel van een overeenkomst met de Troika (EU, ECB, IMF) om in de komende 3 maanden alle “illegale” immigranten werkzaam in de landbouw, verpleging, thuiszorg of schoonmaak te onderwerpen aan een onderzoek door de politie waar ze geregistreerd en na 6 maanden uitzet worden. Een maand later kan dan alleen de werkgever een werkvergunning voor hen 1 jaar aanvragen.
  • De vakbonden verliezen langzaam de basis voor hun functioneren zoals duidelijk werd met de recente sluitingen van de Arbeidershuisvestingsorganisatie (OEK) en het Sociale Arbeiders Fonds (OEE), allebei onder toezicht van het ministerie van werkgelegenheid als onderdeel van het ontmantelen van de publieke sector in overeenstemming met de regels uiteengezet door de schuldeisers van de Griekse staat. Deze twee organisaties werden bekostigd door contributies van de arbeiders en de bazen die recent afgeschaft werden zodat de overheid een extra 300 miljoen kon vinden om de deal rondom het nieuwe reddingspakket te sluiten met de troika. Omdat de OEK ging over de sociale huisvesting van arme en grote families werd haar kapitaal op rond de 1 miljard geschat, nu beschikbaar voor het ontwikkelen van huizen in de private sector. De sluiting van de OEE heeft echter nog een ander effect op de vakbonden. Door de staat opgericht in 1931 was de rol van de OEE om de vakbonden te controleren en in toom te houden omdat het via subsidies en huisvesting die vakbonden zou steunen wiens ‘handelingen en doelstellingen niet in strijd waren met de wet’. Ironisch genoeg hebben de vakbonden nu een punt bereikt waardoor hun onmogelijkheid om hier mee te breken hun eigen bestaan lijkt op te doeken.

Zal Griekenland het einde van de Eurozone betekenen? Wat zou de val van de Eurozone betekenen voor de klassenstrijd in Griekenland en de rest van Europa? Wat zou het betekenen voor de Griekse economie en verdere ontwikkeling van de crisis?

We kunnen nog niet zeggen of deze bijzonder irrationele toestand waarbij er “aan de ene kant ongebruikt kapitaal en aan de andere kant werkeloze arbeiders” (in de woorden van Marx) bestaan in de toekomst opgelost gaat worden door een gecontroleerde recessie die de concurrentieposite van de Griekse economie zal versterken binnen een nieuwe Europese cyclus van accumulatie of de toenemende contradicties als gevolg van een uitgerekte devalueringspolitiek zullen leiden tot een chaotische ineenstorting van de Eurozone.

Het is niet duidelijk hoe ver de centralisering van het kapitaal zal gaan en wat voor vormen dit aan gaat nemen. Hoewel we nog midden in een devalueringsproces zitten door de ‘schuldencrisis’, is het nog te vroeg om te zeggen wat de vorm en inhoud van het toekomstige accumulatieregime, gevoed door een gedevalueerde arbeidskracht, zullen zijn en hoe stabiel dit regime zal zijn. Dit proces heeft geleid tot een felle competitie tussen de kapitalistische “vijandige broers” waar, zowel op het niveau van de relaties tussen natie-staten als op nationaal niveau, de sterkste en sluwste “probeert zijn deel [van de schulden] tot een minimum te reduceren en af probeert te schuiven op de zwakste”(Marx). Dit alles heeft ook bijgedragen aan een opleving van nationalisme onder de arbeidersklasse, van puur individualistisch conflict voor het behoud van de eigen baan en van export van de arbeidskracht (voornamelijk het hoog opgeleide deel).

Wat hebben jullie te zeggen over de nieuwe Griekse technocratische regering en hun beleid? In hoeverre zal hun beleid en hun hervormingen de klassenstrijd ondermijnen? Er waren grote vakbondsdemonstraties in Athene en confrontaties met de politie, het lijkt er dus op dat de Griekse bevolkiong deze maatregelen niet accepteert. Er is ook een interessant artikel van Mark Ames wat aantoont dat de nieuwe Griekse minister van Infrastructuur, Transport en Netwerken, Makis Voridis, de fascistische studentengroep “Studentenalternatief” aanvoerde in 1985. Wat is de positie van het leger? Is een coup en een nieuwe Junta om het kapitaal te beschermen waarschijnlijk?

De nieuwe Griekse technocratische regering is een gevolg van de zwakte van de voorgaande PASOK regering die niet in staat was om de bezuinigingen en hervormingen van het Structural Adjustment Program door te drukken. Het was een reactie van de staat op de legitimiteitscrisis van de vorige regering en de onmogelijkheid van het politieke systeem in haar geheel om de recente sociale opstand en klassenstrijd te beteugelen. De 48-uurs staking van 19-20 Oktober (2011, red.) en de weidverspreide geweldadige confrontaties tijdens de parades op de nationale feestdag van 28 Oktober dwongen de premier om eerst de truc van het referendum te proberen en daarna, na druk vanuit zijn partij en de EU, die van het opstellen van een ‘regering van nationale eenheid’ met de samenwerking van het populistische nationaal-conservatieve LAOS en het centrum-rechtse Nieuwe Democratie. De hervormingen en bezuinigingen die door de premier werden aangekondigd waren feitelijk gewoon een voortzetting van de politiek van de voorgaande regering, een voortzetting van het aanhoudende en verdiepende fiscale terrorisme. Echter, tot nu toe had de regering nog niet geprobeerd om hier nog extra maatregelen bovenop te gooien en probeerde de implementatie van de nieuwe belastingwet ‘flexibel’te hanteren.

De reactie van de arbeidersklasse is moeilijk te voorspellen. Momenteel (rond het afnemen van dit interview in Mei 2012 en voor de nieuwe verkiezingen, red.) lijkt de regering van nationale eenheid nog enigzinds gedoogd te worden, mede omdat ze geleid wordt door een technocraat, iemand die zogenaamd niet ‘corrupt’ zou zijn zoals de politici en een professioneel bestuurder zou zijn. Echter, deze regering is zwak door de vele verschillende kampen waarin ze verdeeld is die allemaal proberen de politieke verantwoordelijkheid voor de gevolgen van de bezuinigingen te vermijden. Hierdoor zal het moeilijk zijn om lang genoeg aan de macht te blijven om haar taak af te maken. Daarnaast maakt de nieuwe golf van verwoestende hervormingen en bezuinigingen die ze hebben aangekondigd de mogelijkheid om de sociale woede uit te stellen nogal beperkt.

Discussies over de mogelijkheid van een militaire coup zijn niet nieuw. Neem bijvoorbeeld dit artikel van 19 September waar een CIA rapport uit Juni 2011 besproken wordt. Deze discussies laaiden weer op toen de  vorige regering plotseling besloot om de militaire top te vervangen om een strakkere controle over de militaire staf uit te oefenen met het oog op toenemend arbeidersverzet en de incapaciteit van de regering om een balans te vinden tussen de verschillende belangen en doelstellingen van de verschillende fracties van het Griekse kapitaal. Maar een van de meest fundamentele redenen voor deze zet was de noodzaak om te zorgen dat de legertop volledig achter de extra bezuinigingen op defensie zou staan (waaronder het ontbinden van een aantal divisies in Noord Griekenland) omdat de vorige stafchef had aangegeven zich tegen de bezuinigingen op defensie te keren. De nieuwe officiers zijn ervaren en zijn hevig betrokken beweest bij diverse NAVO en EU operaties en zijn vooral jonger en uitgekozen op hun loyaliteit aan de regering.

Dus vlak voordat de PASOK regering ruimte maakte voor de nieuwe regering van ‘nationale eenheid’ hebben ze hun eigen partijloyalisten uitgekozen. Ook onthulde een Grieks tijdschrift recent dat het ontslaan van een deel van de Griekse militaire top te maken had met hun weigering om het leger in te zetten tegen stakingen, waaronder de 48-uurs staking van 19 en 20 Oktober.

In een situatie van algemene crisis kunnen we niet uitsluiten dat het leger wordt ingezet om de repressieoperaties tegen de opstandige massa te leiden. Volgens sommige berichten riep de artelleriecommandant van een stad in de buurt van Athene de militaire staf op om klaar te zijn voor het gevecht omdat het land op de rand van de afgrond staat en het leger de straat op gestuurd zou kunnen worden.

Het is echter moeilijk voor het leger om een autonome rol te spelen in het Griekse politiek leven en daarom ook hoogst onwaarschijnlijk dat de legerleiding het initiatief zou nemen om een coup te plegen om het kapitalisme te redden. Zo’n initiatief zou enorm beschamend voor de EU zijn omdat een land onder militaire dictatuur uit de EU gestoten zou moeten worden. Het is waarschijnlijker dat de Griekse staat het leger zou gebruiken wanneer de protesten zich uitbreiden en de situatie niet meer door de politie de kop ingedrukt kan worden.

Het door PASOK voorgestelde referendum vond niet plaats als gevolg van EU regelgeving. Was er een alternatief te vinden in dat referendum of was het weer eens het minste van twee kwaden onder het kapitalisme? Wat is de mening van de Grieken over de Europese Unie en haar imperialisme?

Het voorstel voor het zogenaamde referendum over het EU schuldenplan was gewoon een trucje van de vorige regering (en vooral Papandreou persoonlijk) omdat die rap aan legitimiteit verloor en nit in staat was het nieuwe schuldenverdrag af te dwingen. Hun oplossing bestond uit het vormen van een nieuwe regering van ‘nationale eenheid’ met wat leden van Nieuwe Democratie en LAOS. De manier om dit te doen was via het voorstel van dit ‘referendum’ wat vooral diende als chantagemiddel van Papandreou tegen Nieuwe Democratie om hen in de nieuwe coalitieregering te dwingen. Er was nooit sprake van de mogelijkheid dat zo’n referendum echt plaats zou vinden omdat het het voortzetten van het fiscale terrorisme van de afgelopen twee jaar in gevaar zou kunnen brengen, iets wat PASOK geenszins van plan was. Daarnaast was de melodramatische manier waarop dit allemaal gebracht werd instrumentaal omde Griekse bevolking in het algemeen te terroriseren om hen de nieuwe regering als een oplossing te laten zien. Het waren slechts bepaalde delen van ‘links’ die het referendum als een optie zagen onder de illusie dat ze zo de macht toebedeeld zouden krijgen.

Populistisch nationalisme is erg aanwezig binnen het deel van het Griekse proletariaat dat deelneemt aan de strijd. Deze ideologie wordt vooral gepromote door de linkse parlementaire partijen die grote invloed hebben op de discourse, rethoriek en activiteit binnen de strijd. Zelfs voor een aantal proletarieers of petit-bourgeoisie die hard geraakt zijn door de crisis maar niet verbonden zijn aan politieke partijen lijkt nationale identiteit het laatste denkbeeldige schuilplekje terwijl al het andere rap ineenstort. Achter de slogans tegen de ‘buitenlandse regering van sell-outs’ of voor de ‘redding van ons land’, ‘nationale soevereiniteit’ en een ‘nieuwe grondwet’ schuilt een diep gevoel van angst en vervreemding waar de ‘nationale gemeenschap’ een magische oplossing pretendeerd te zijn. Klassenbelangen worden vaak uitgedrukt in nationalistische termen wat een vaak verwarde en explosieve politieke cocktail oplevert.

De ideologie van ‘nationale eenheid’ wordt ook gepromote en gebruikt door de Griekse kapitalistische staat zelf. De EU-partners worden door hen neergezet als bestuurders en rivalen, het hun eens zo dierbare fabeltje van het Europese dorp waar iedereen vredig samenleeft en alles democratisch besloten zou worden stort in een paar seconden ineen terwijl de verdediging van de natie, deze belachelijke misleiding, nu naar de voorgrond wordt geschoven. Het meest conservatieve deel van het Griekse proletariaat wat niet bereid is om haar devaluering door middel van de klassenstrijd tegen te gaan en zich achter het neoliberale programma schaart vestigd al haar hoop op een toekomstige toename in de waarde van haar eigen arbeidskracht door een gehoopte toename van de concurrentiepositie van de Griekse economie in de toekomst.

In beide gevallen wordt de EU en vooral Duitsland als haar vermeende leider gezien als een vreemde mogendheid die de bezuinigingen en hervormingen er doorheen drukt om haar eigen belangen veilig te stellen en de volledige afbetaling van de Griekse nationale schulden te garanderen. Een ander wijdverbreid idee is dat de machtige landen binnen de EU hun oog hebben laten vallen op de goedkope overname van de Griekse grondstoffen en haar vaste kapitaal. De overheid wordt gezien als een dienaar van buitenlandse belangen die haar soevereiniteit is verloren als gevolg van de fiscale plichten van de Griekse staat. Het grootste verschil tussen de ‘linkse’ en neoliberale politieke propaganda ligt in haar methode om deze zogenaamde ‘nationale soevereniteit’ terug te winnen. In het neoliberale geval is dit als gevolg van het successvol uitvoeren van het bezuinigingsprogramma. In het linkse geval is dit als gevolg van een nationaal onafhankelijk, sociaaldemocratisch pad voor de ‘ontwikkeling van het land’, in andere woorden: voor de kapitalistische ontwikkeling.

Natuurlijk zijn er kleinere radicale tendensen binnen het Griekse proletariaat die de ware aard van het bezuinigingsprogramma snappen, die van een harde klassenaanval tegen het proletariaat gekoppeld met het doorstaan van de crisis door het herstellen van de winstgevendheid van het Griekse kapitaal door de vernietiging van haar onproductieve delen (zoals de kleine familiebedrijven, die massaal over de kop gaan). De klassenbewuste delen van het proletariaat beseffen dat deze aanval de specifieke vorm is die de collectieve kapitalistische strategie van de EU in Griekenland aanneemt. Het aannemen van een gemeenschappelijke munteenheid was de vorige historische vorm van deze strategie. De bezuinigingsprogrammas die worden ingevoerd of in de nabije toekomst ingevoerd gaan worden door de hele EU en hun consolidatie via de Europese Begrotingsunie (EBU), om de Europese schuldencrisis te beheersen en de gemeenschappelijke munt te redden, vormen de huidige vorm van de collectieve kapitalistische strategie die gevolgd wordt in het belang van alle nationaal kapitaal gezamenlijk en voor de heersende klassen in Europa, met alle contradicties, scheuringen, botsingen en serieuze socio-politieke turbulentie die dit met zich meebrengt.

KKE-leden vallen een andere demonstrant aan

Griekenland is de afgelopen jaren een beetje het ‘epicentrum’ van de globale klassenstrijd geweest. Wat voor impact had de recente (20 Oktober 2011, red.) confrontatie tussen de Stalinistische Communistische Partij van Griekenland (KKE) en de rest van de beweging? Was die confrontatie in staat om de samenhang van de beweging te verzwakken?

Ten eerste zouden we het idee dat Griekenland het ‘epicentrum’ van de globale klassenstrijd is willen tegenspreken. Ondanks het feit dat de proletarische activiteit continue en levendig is en reeele obstakels opwerpt voor de herstructurering van de klassenverhoudingen blijft deze activiteit toch enigzinds ‘zwak’. De strijd is nog steeds versplinterd, defensief en voor een groot deel onder de controle van de vakbonden en er is een groot gebrek aan autonome proletarische actie en actie met een radicalere inhoud die voorbij de vakbonden en hun eisen gaan. De houding van een groot deel van de arbeidersklasse bestaat nog steeds uit ofwel een individualistische mentaliteit of een sectorale identiteit (onderverdeling per industrietak of deel van de arbeidersklasse, red.) die de versplintering van de klasse bevorderd of een nationalistische of populistische houding die alle probelemen slechts neerlegt bij de ‘corruptie’ van de politici, in plaats van het systeem in haar geheel.

Echter, we erkennen ook dat de klassenstrijd in Griekenland een directe en indirecte invloed heeft op de klassenstrijd op een hoger niveau, vooral op het Europese niveau, nu het duidelijk is dat vergelijkbare “hervormings/bezuinigings”-programmas door de gehele EU worden ingesteld.

De aanval van de nationale schuldencrisis vond haar onmiddelijke doelwit in de publieke sector. Daarom waren de arbeiders in deze sector de eersten die zich verzetten tegen de loonsverlagingen, het snijden in de publieke uitgaven, het ontmantelen van de diensten en het vernietigen van een groot aantal staatsbedrijven. Naast de stakingen en demonstraties die piekten afgelopen Oktober tekende een golf van sit-in protesten bij gemeentehuizen, ministeries en de kantoren van overheidsdiensten door werknemers in Athene en het hele land een ongebruikelijke opleving van de strijd in deze sector. Arbeiders blokkeerden de ingang van het informatieverwerkingskantoor van de sociale dienst, de ministeries van huisvesting, binnenlandse zaken en ontwikkeling en de pensioenafdeling van de algemene rekenkamer. Deze militante acties die, tenminste tijdelijk, de plannen tot het vormen van een ‘arbeidsreserve’ (wat het ontslag van ten minste 30.000 arbeiders zou betekenen) blokkeerden vormden het signaal voor het ontwaken van het gros van de chronisch apathische ambtenaren en publieke werkers wiens bestaan nu, volgens de staatspropaganda, het grootste ‘structurele probleem’ van het land zou vormen.

De kapitalistische crisis bleek voornamelijk voor proletariers erg ongezond nadat hevige bezuinigingen van allerlei soorten op de gezondheidszorg hun effecten toonden: de ziekenhuisbudgetten werden met 40% verlaagd, er is chronisch gebrek aan genoeg personeel op de werkvloer, er zijn tekorten aan medicijnen, er zijn fusies of zelfs sluitingen van zuikenhuizen, psychiatrische inrichtingen en rehabilitatiecentra. Zorgwerkers hebben hierop geantwoord met continue stakingen of zelfs bezettingen van het ministerie van gezondheidszorg, de laatste hiervan duurde 15 dagen. Een interessante strijd vond plaats in het algemene ziekenhuis van Kilkis, een stad in Noord-Griekenland. De algemene vergadering van alle zorgwerkers (inclusief artsen) besloot om het ziekenhuis te bezetten maar het werk door te laten gaan door alleen nooddiensten te draaien totdat alle achterstallige lonen waren betaald en hun lonen terug gebracht zouden worden naar het niveau van voor de inmenging van de troika (EU-ECB-IMF). Alle beslissingen binnen het ziekenhuis werden tijdens de bezetting genomen door de algemene arbeidersvergadering. Ze maakten ook alle gezondheidszorg gratis met de verklaring dat de langdurige problemen van het nationale gezondheidssysteem (ESY) niet opgelost kunnen worden binnen het kader van de gezondheidssector alleen en ze vroegen de solidariteit van iedereen. Daarmee plaatsten ze hun problemen in het algemene kader van de politieke en economische problemen als gevolg van de kapitalistische crisis en haar aanval op de hele arbeidersklasse.

Twee melkfabrieken in Attiki en Larissa waren het terrein van enkele overwinningen: na slechts 1 dag staken in de Agno melkfabriek tegen ontslagen, wat gepaard ging met confrontaties met de oproerpolitie, kregen de arbeiders hun banen terug. In Larissa zorgde de staking ervoor dat de bazen zowel de ontslagen als de loonsverlagingen terugdraaiden. In een pharmaceutische fabriek in Noord-Attiki was de strijd van 330 arbeiders gericht op het eisen van achterstallige lonen (die al maanden niet uitbetaald waren). Ook hier kwam het tot confrontaties met de oproerpolitie toen de bazen probeerden machines ter waarde van duizenden euros uit de fabriek te slepen. De 400 staalarbeiders van Elliniki Chalivourgia (die al 150 dagen aan het staken zijn) in West-Attiki begonnen hun strijd als antwoord op 50 ontslagen nadat een chantagepoging van de baas, waarbij de arbeidersovereenkomst aangepast zou worden (5 uur per dag voor een loonsverlaging van 50%), afgewezen was.

Ook de zogenaamde ‘Communistische’ bazen zijn door de recessie geraakt. Sinds December 2010 begon het bestuur van het 902 FM/902 TV station (wat eigendom is van de KKE) arbeiders te ontslaan die geen lid van de partij waren zonder enige voorafgaande aankondiging. Erger nog, toen deze arbeiders zich probeerden te organiseren tegen de ontslagen werden ze geconfronteerd met de verdeel-en-heers tactieken van de partij die de partijleden op de werkvloer tegen hen opzette.

Het gebruik van de staalwerkersstaking als middel om de algemene politieke liojn van de Stalinistische partij te promoten laat echter wel wat ruimte over voor opportunistische manoeuvres, zoals het recente (17 februari 2012) warme welkom van een zogenaamd ‘solidariteitscomite’ van de Neo-Nazistische ‘Gouden Dagenraad’ door het lokale hoofd van de aan de KKE verbonden vakbond PAME. Of de staalwerkers richting een dubbele nederlaag gaan – door de bazen en de Stalinisten die de strijd ondergeschikt aan hun eigen politieke schaakspelletjes proberen te maken – of niet is een gok die niet veel mensen willen maken… (de staking is inmiddels met geweld en traangas gebroken door de oproerpolitie op bevel van de premier, red.)

Conflicten over achterstallige lonen zijn ook veelvoorkomend in de tertiere sector. Hotelarbeiders staakten in Noord-Griekenland en eisten hun achterstallige lonen (die al maanden niet uitbetaald waren) en voornamelijk jonge en werkeloze mensen die deelname aan een nationaal statistisch onderzoek wisten via zelforganisatie hun lonen (die al een half jaar niet aangekomen waren) binnen te halen.

Laten we het nu eens hebben over de confrontatie tussen KKE/PAME (de vakbond verbonden aan de KKE) en de andere demonstranten tijdens de algemene staking van 20 Oktober 2011. Om te beginnen willen we wat dingen duidelijk maken over die dag. KKE leden stonden in militaire rijen opgesteld in het gebied voor het parlement, met hun rug naar het parlement toe en hun gezicht naar de andere demonstranten toe, bewapend met helmen en stokken en met de oproer politie achter hen opgesteld. Ze verhinderden iedereen om in de buurt van het parlement te komen en vroegen journalisten naar hun identiteit en perskaarten en vielen iedereen in de massa aan die weigerde zich aan hun cordons te houden. Toen de confrontatie begon sprong de oproerpolitie naar voren ter verdediging van de KKE militanten en vielen ze de andere demonstranten aan met traangas en flashbangs (Voor een volledig overzicht en een uitgebreide interpretatie van de gebeurtenissen die dag, zie het artikel van de groep Blaumachen uit Thessaloniki, red.).

Het werd later duidelijk dat de Stalinisten een overeenkomst hadden met de politie zodat ze hun eigen demonstratie konden handhaven. Volgens onze informatie waren er vergelijkbare overeenkomsten tussen de KKE en andere ‘linkse’ partijtjes en hun vakbondsleden zodat iedereen een speciaal aangewezen plekje op het plein kreeg wat binnen de door de KKE goedgekeurde strategie paste. Zij kozen dan ook later massaal de kant van de KKE in hun afwijzing van de andere demonstranten als “anarcho-fascisten”, “provocateurs”, etc. Deze beschuldigingen werden naar iedereen geslingerd die geen onderdeel van de deal waren of zich niet bij de cordon-strategie wilden aansluiten en naar het parlement wilde oprukken. Het moet gezegd worden dat een groot deel van de mensen betrokken bij de confrontaties met de Stalinisten anarchisten en anti-autoritairen waren.

Voor zover we wat kunnen zeggen over de impact van die confrontatie hebben we enkele observaties:

  1. De KKE/PAME deden aan flink wat machtsvertoon op het niveau van ‘straatpolitiek’. Tot dan toe waren alle acties en demonstraties van de KKE afgezonderd van de rest van de mobiliseringen. De boodschap van deze demonstratie had een tweevoudige betekenis. Het toonde praktisch aan dat, los van de gewone staatspolitie, proletariers zich ook moeten kunnen weren tegen de Stalinistische politie. Als we beseffen dat veel mensen deze gebeurtenis zagen als een conflict ‘tussen demonstranten’ dan zien we dat de acties van de KKE de mensen flink bang hebben gemaakt. Tegelijkertijd bewees de KKE haar capaciteit om de ‘wet en orde’ te handhaven als een parlementaire politieke macht.
  2. De KKE was in staat om demonstranten te verdelen in diegenen die de ‘moordachtige aanvalen door de gemaskerde provocateurs’ (in bombastisch KKE taalgebruik) afkeurden en diegenen die het vertekende beeld van de werkelijkheid van de KKE niet accepteerden. Deze verdeling stak ook de kop op in de lokale vergaderingen en comites en de basisvakbonden.
  3. Wij zijn van mening dat de KKE en ‘links’ in het algemeen (reformistisch en parlementair links en delen van buitenparlementair ‘radicaal’ links zoals diverse Trotskyistische en Maoistische groepjes, etc., red.) een centrale rol gaat spelen voor de kapitalistische heerschappij als de grote politieke krachten (PASOK en Nieuwe Democratie) het niet gaan redden om het centrum van het politieke theater te blijven.
  4. En, last but not least, kunnen de acties van de KKE gezien worden als de eerste stap richting een nieuwe politiedoctrine die probeert demonstranten in toom te houden en proletarisch geweld de kop in te drukken door het creeeren en versterken van de scheiding tussen ‘geweldadige’ en ‘niet-geweldadige’ demonstranten. Een scheiding die tijdens de vorige demonstraties steeds minder duidelijk werd. Deze nieuwe politiedoctrine wordt gerealiseerd door de samenwerking tussen het politieapparaat en de mechanismes van de partij en vakbond.

Wat kunnen jullie ons vertellen over de volksvergaderingen? Hoe staken die de kop op? Ondersteunen de arbeiders die? Worden die zwaar beinvloed door activisten van politieke partijen? Zijn er ook algemene vergaderingen op de werkvloeren of alleen op de pleinen?

De eerste ‘volksvergaderingen’ verschenen tijdens de opstand van December 2008. In veel gevallen waren ze verbonden met de bezetting van publieke gebouwen zoals de gemeentehuizen. De bezetters organiseerden bijeenkomsten met de lokale bevolking om de opstand te verbreden door middel van lokale acties, altijd verbonden met de algemene opstand. Tijdens al deze acties was het algemene kenmerk de poging om de opstand ‘open te stellen’ voor de buurten. Deze bijeenkomsten waren ‘buurtraden van de opstand’ of ‘volksvergaderingen’ zoals ze genoemd werden. In de meeste gevallen kwamen er duidelijke stromingen naarboven binnen deze sociale verbreding, vooral toen de opstand begon uit te doven. Een stroming wilde een gemeenschap van strijd organiseren die het spectrum van de opstand wilde verbreden, een andere stroming verkoos de voorkeur voor activiteit die zich meer bezig hield met lokale zaken op een vaste basis. Deze vergaderingen begonnen echter langzaam te verzwakken en de meesten van hen stopten of bleven slechts met een handjevol mensen bestaan.

De mensen die deelnamen in deze bijeenkomsten waren voornamelijk anarchisten en anti-autoritairen, linksen maar ook een groot aantal ‘apolitieke’ buurtbewoners (werkenden, werkelozen, studenten en soms zelfs eigenaren van kleine winkeltjes). Aan het begin namen de meeste mensen deel als opstandelingen maar toen de opstand verzwakte keerden de oude identiteiten terug: de anarchist, de linkse activist en de ‘buurtbewoner’ die vooral lokale zaken wilt bespreken.

De volgende dynamische opleving van de volksvergaderingen onstond in Mei 2011 als gevolg van de “indignados” (verontwaardigden, red.) beweging in Spanje en de opstanden in Egypte en Tunesie.

De beweging van de pleinvergaderingen onstond volledig onverwacht op 25 Mei 2011 in Athene. Vanaf de eerste dag bezetten de demonstranten het Syntagma plein, het centrum van Athene en de plek waar de dagelijkse algemene vergadering met honderden en soms zelfs duizenden deelnemers plaatsvond. De oorspronkelijke oproep was een verklaring van onafhankelijkheid en afkeer van de politieke partijen, vertegenwoordiging en ideologieen. Er was ook sprake van de wil om vreedzaam te protesteren tegen de bezuinigingsmaatregelen, de manier waarop de staat de schuldencrisis aanpakte en ‘iedereen die ons in deze situatie had gebracht’. Verder was de centrale slogan een oproep voor ‘echte democratie’. De slogan voor ‘echte democratie’ werd al snel vervangen door een slogan voor ‘directe democratie’. De oorspronkelijke poging van de organizers om een serie regels in te stellen voor de algemene vergadering werd door de deelnemers van de hand gewezen. Echter, een paar reguleringen werden ingevoerd omtrend de spreektijd (90 sec.) de manier waarop iemand een onderwerp mag inbrengen voor discussie (geschreven, uiterlijk 2 uur voor het begin van de vergadering) en de manier waarop sprekers worden gekozen (door een trekking). Het is ook belangrijk om te vermelden dat rondom de centrale discussie van de algemene vergadering er altijd flink wat discussies, bijeenkomsten of zelfs verhitte confrontaties waren tussen de deelnemers.

Links en vooral leden van SYRIZA (de parlementaire reformistische ‘coalitie van radicaal links’, red.) raakten al snel betrokken bij de Syntagma vergaderingen en namen centrale posities in in de groep die opgezet was om de bezetting van het Syntagmaplein te runnen en vooral in de groep die ging over administratieve ondersteuning en communicatie. Deze twee groepen waren het belangrijkst omdat zei de agenda van de vergaderingen organiseerden en de volgorde van de discussie. Het moet gezegd worden dat deze mensen zich niet openlijk uitlieten over hun politieke associatie en op kwamen dagen als ‘individuen’. Echter, ze waren niet compleet in staat om zo’n heterogene en ontvlambare vergadering te manipuleren omdat de delegitimisering van politieke partijen al erg wijd verspreid was.

De klassensamenstelling van de bijeenkomsten was voornamelijk proletarisch (werkelozen, arbeiders uit de private sector, ambtenaren, universiteitsstudenten, etc.) en politiek vaak democratisch-links georienteerd (antifascistisch, anti-imperialistisch, patriotisch).

De Syntagmapleinvergaderingen duurden voor meer dan twee maanden, op een bijna dagelijkse basis. In die tijd werden er veel beslissingen omtrend de organisatie van directe acties genomen. Hier deed echter slechts een deel van de mensen daadwerkelijk aan mee. Het lijkt erop dat het direct democratische proces van slechts voor of tegen een bepaald voorstel stemmen in zulke gigantische bijeenkomsten vooral de passiviteit en de rol van de individuele toeschouwer/stemmer lijkt te versterken. De passiviteit en individualisering van een groot deel van de mensen werd overstegen op de dagen van de algemene stakingen (15/6, 28/6, 29/6 2011) toen de noodzaak tot strijd tegen de pogingen van de staat om de demonstraties te brekenen en Syntagma te ontruimen niet alleen op praktische wijze leidde tot de deelname van duizenden mensen in de confrontatie met de politie maar ook leidde tot een uitdrukking van daadwerkelijke solidariteit tussen de demonstraten.

Eind Juli 2011 veegde de politie het plein leeg. Hierna faalden alle pogingen om de algemene vergadering nieuw leven in te blazen zonder het plein te bezetten. Een van de redenen is dat het heroveren van deze ruimte door middel van de bezetting erg belangrijk was voor het bestaan van de vergadering. Niet alleen vanwege de bescherming die het bood tegen de politie maar ook als voorwaarde voor het creeeren van een proletaritsche publieke ruimte, waarvan de dagelijkse algemene vergadering slechts een onderdeel was.

Tijdens de bezetting van het Syntagmaplein werden er veel lokale vergaderingen gevormd door allerlei buurten in heel Griekenland, niet alleen in Athene. Hun eigenschappen waren grotendeels hetzelfde als die van de Syntagmavergadering alleen dan kleiner van opzet. Een groot aantal van deze vergaderingen bestaat nog steeds maar de deelname is veel kleiner op een paar uitzonderingen na. Ze richten zich vooral op lokale zaken maar organiseren ook activiteiten gerelateerd aan het verzet en de betalingsweigering van de nieuwe ‘belastingwet’ die in de electriciteitsrekening verwerkt is. Hierdoor zijn de deelnemers niet alleen politiek van aard (anarchisten en linksen) maar ook buurtbewoners die de nieuwe belasting die bovenop al hun ellende komt niet langer kunnen of willen betalen. Voor zover het de werkplaatsen betreft zijn hier echter geen permanente vergaderingen die buiten de vakbonden staan.