Speciaal voor het NSF is een krantje gemaakt, Forum3 genaamd. Een pdf-versie daarvan is hier te vinden: aankondiging. Maar de stukken in het krantje zijn vaak ingekort. Hierbij de originele langere versie van een van de artikelen.

Op basis van de evaluatie van het eerste Nederlands Sociaal Forum is dit jaar het uitdrukkelijke doel geformuleerd om niet alleen te komen tot gezamenlijke analyses, maar ook aandacht te besteden aan het formuleren van alternatieven en gezamenlijke actiestrategieën. Desondanks is er in het hele programma heel weinig te vinden dat getuigt van een kritische reflectie over actievormen, hun werking en effect (zie voor uitzonderingen onze aanbevelingen op p.8).

Sociale bewegingen hebben door de geschiedenis heen een breed repertoire aan actievormen weten te ontwikkelen. Dit stuk is een eerste aanzet om die nader te bekijken, uiteraard verbonden aan de specifieke Nederlandse context.

Bij het beoordelen van actievormen wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen minder en meer confronterende acties. Dit onderscheid is enigszins misleidend, omdat er vaak acties vergeleken worden die een heel verschillend doel hebben, namelijk directe actie of 'indirecte' actie. Een 'indirecte actie' heeft vaak alleen tot doel om onvrede te uiten, waarna de onderhandeling en verandering van zaken aan derden (vakbonden, de overheid, lobbygroepen, etc) wordt overgelaten. Denk aan petities, demonstraties en activiteiten rond verkiezingen... Directe actie richt zich op een directe belangenbehartiging doordat men zelf fysiek intervenieert.

Een goed voorbeeld zijn 'wilde' stakingen. Soms kan een directe actiestrategie zelfs zo ver gaan dat onderhandeling geheel afgewezen wordt en men zich richt op de toe-eigening van hetgeen als rechtmatig wordt beschouwt (denk aan de krakersters). Een succesvol recent voorbeeld waar door middel van directe actie geïntervenieerd werd zonder onderhandelende bemiddelaars is de strijd van Groenfront! tegen de kap van de Schinveldse bossen. Natuurlijk speelde de mate aan confrontatie hierbij een rol. Maar directe actievormen zijn altijd confronterend vanwege hun afwijzing van indirecte bemiddeling; dat is hun wezen. En het interessante is dat deze confrontatie eigenlijk heel simpel werkte: mensen gingen gewoon in de bomen klimmen en bleven daar zitten omdat ze vonden dat deze niet gekapt mochten worden voor de Awacs vliegtuigen. Samen met de velen mensen uit Schinveld die de nacht van de ontruiming in het bos bleven, was hun eis: de kap stopzetten! Zowel politie, als de bomenkappers en de lokale overheid werden voor het blok gezet en werden gedwongen om te reageren. Dit alles was gelukt met enkele boomhutten. Stel dat er in elke boom een paar mensen waren gaan zitten!

Directe actiestrategieën zijn dus best simpel en ontstaan uit onvrede en het besef dat het beste wat er gedaan kan worden is je lot in eigen hand te nemen en direct te interveniëren in het proces waarover je ontevreden bent. Zo simpel zelfs, dat de Amerikaanse anarchiste en feministe Voltairine de Cleyre in haar scherpe analyse van de geschiedenis van directe actie (zie http://www.spunk.org/texts/writers/decleyre/sp001334.html) stelt dat eigenlijk iedereen wel eens een vorm van directe actie heeft toegepast in zijn of haar leven: of je nou een geschil met je bakker oplost, met de overheid, of met een multinational, het gaat erom dat je direct intervenieert zonder aanspraken te doen op een of andere bemiddelingsinstantie.

Maar is het niet een beetje utopisch om te denken dat elke Nederlander in bomen, op de rails of voor de ingang van een multinational gaat zitten? Misschien wel. Maar het voorbeeld van Schinveld laat zien dat directe actievormen niet alleen makkelijk samen kunnen gaan met indirecte actievormen, maar dat er ook ruimte is voor verschillende maten van engagement: naast activisten die al weken in de boomhutten leefden, waren er buurtbewoners die alleen af en toe kwamen, en veel mensen die alleem voor de ontruiming zelf kwamen, en bleven vele bewoners na afloop van een demonstratie in het bos om uitdrukking te geven aan hun civiele ongehoorzaamheid. Juist zo'n mix kan een protestactie effectief maken.

Waarom is het zo belangrijk om het op het Nederlands Sociaal Forum te hebben over directe actievormen? Nederland is bekend om zijn allesoverwoekerende poldermodel. Nu is het kenmerkend voor indirecte actievormen dat het uiteindelijke initiatief wordt overgelaten aan professionele bureaucraten, maar in Luilekerpolderland verzandt elk protest ongetwijfeld als eerste en sneller dan in elk ander land in de wandelgangen van het zoveelste overlegorgaan, waardoor men de controle over zaken weer kwijt raakt, die men nu net juist terug wilde eisen.
De andersglobaliseringsbeweging is bekend geworden om haar niet alleen confronterende maar dus ook directe vormen van actievoeren. Laten we hopen dat we hier nog veel van terug zullen zien in Nederland!

Forums; partijen, bewegingen en netwerken

Toen de oproer tegen neoliberale globalisering het licht zag - denk bijvoorbeeld aan de massale blokkade van de WTO-conferentie in Seattle eind 1999 - speelden traditionele politieke organisaties, politieke partijen voorop, geen rol van betekenis. Sterker nog; er bestond een algemeen gedeeld wantrouwen tegen deze 'oude structuren' die medeverantwoordelijk gehouden werden voor de stagnatie en impasse van links. Ze hadden meegewerkt aan het acceptabel maken van de neoliberale hegemonie. Het is bijvoorbeeld niet toevallig dat in de hallmarks van het WSF uitdrukkelijk gesteld wordt dat politiek partijen geen actieve rol binnen het WSF mogen spelen.

Ook de traditionele NGO's ('Non Gouvernemental Organisations') werd verweten geen vuist te hebben kunnen maken tegen de neoliberale golf van privatisering en bevoordeling van ondernemingen. Er werd veel hoop gevestigd op nieuwe vormen van organisatie, zoals in decentrale netwerken waaraan veel verschillende groepen deel zouden kunnen nemen, met een breed scala aan actiemiddelen. Inmiddels zijn we nauwelijks zes jaar verder, maar lijkt het proces weer voor een groot deel terug naar af. Professionele en kapitaalkrachtige NGO's, vaak gesubsidieerd door hun overheden en met een sterk gematigde agenda hebben weer het voortouw en de partijen blazen in samenwerking daarmee weer danig mee in het orkest, zonder dat ze veel geleerd lijken te hebben van de negatieve ervaringen van de jaren negentig. Meer activistische groeperingen zijn weer in de marge gedrongen. Dat komt gedeeltelijk doordat de activistische sector er niet in geslaagd is om een geloofwaardig alternatief organisatiemodel op te bouwen. Maar ook doordat de grote NGO's en partijen met al hun geld en kantoren vol vrijgestelden binnen dit soort netwerken makkelijk kunnen domineren.

De uitdaging is dan ook nu om manieren te vinden om samen te blijven werken en toch de scherpte en militantie van het begin van de globaliseringsbeweging te behouden. Want uiteindelijk gaat het er toch om of we erin slagen om die 'andere wereld die mogelijk is' daadwerkelijk in zicht te krijgen en niet slechts een symbolisch en tandeloos tegengeluid in een of ander parlement te vormen, waar ondernemers en politici makkelijk mee kunnen leven. De nadruk moet daarom liggen op zelforganisatie van de slachtoffers van kapitalistische globalisering om hun lot in eigen handen te nemen, desnoods door hevige acties. Dat betekent dat bestaande polderstructuren van systeemondersteunende partijen en organisaties steeds kritisch bekeken moeten worden. We moeten blijven werken aan het opbouwen van radicale, transparante en basisdemocratische netwerken die fundamentele veranderingen af kunnen dwingen. Dat zullen we met z'n allen zélf moeten doen. Het bereiken van een gelukkig leven op deze aardbol voor iedereen is te belangrijk om over te laten aan de professionele ngo's, partijen en vakbonden.


(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door redactie forum3.)