De verklaring van de Europese Economen voor een Alternatieve Economische Politiek in Europa ( Euromemo Groep):  Europese integratie op een tweesprong: Democratische verdieping voor stabiliteit, solidariteit en sociale gerechtigheid (althans, een samenvatting daarvan).

 

(Vertaling door Henry van Maasakker)

 De zich verdiepende crisis van de Europese Unie.

 

De crisis van het Eurogebied bedreigt de toekomst van de Europese integratie, maar in plaats van de macht van de financiële instellingen die de crisis verder voortstuwen te beknotten, hebben de Europese autoriteiten bezuinigingsprogramma’s aan Griekenland en andere perifere landen van het eurogebied opgelegd, en centralistische beleidslijnen ontwikkeld om een in hoge mate restrictieve discipline met betrekking tot de overheidsfinanciën aan alle lidstaten op te dringen, welke de democratische legimiteit van de Europese Unie dreigt te ondermijnen.

 

Beperkende maatregelen met betrekking tot de overheidsfinanciën hebben de effectieve vraag in Europa sterk verlaagd, en economische voorspellingen voor 2012 geven aan dat stagnatie tot de reële mogelijkheden behoort, deze zullen de moeilijkheden die landen met een overheidstekort hebben om hun schulden te voldoen, in hevigheid laten toenemen. Een vergadering van het Eurogebied aan het eind van oktober 2011 besloot dat de schulden van Griekenland moesten worden gehalveerd, echter paniekverkopen van houders van staatobligaties namen toe, ook grotere landen treffend, inclusief Italië en Spanje.

 

Bezuinigingsprogramma’s in de Oost-Europese landen (Letland, Roemenië en Hongarije) en in de periferie van het Euro gebied (Griekenland, Portugal en Ierland), hebben geleid tot zeer ernstige recessies en grote overheidstekorten gepaard gaande met eisen tot privatisering en deregulering van de arbeidsmarkten.

 

De EU Zuid Oostelijke buren en Turkije, waarvan velen afhankelijk waren van inkomende stromen aan geldkapitaal, zijn eveneens hard getroffen door de crisis. Gelijk de Noord-Afrikaanse landen, werden al deze landen door de EU sterk aangemoedigd om hun economieën open te stellen.

 

De economische groei, in diverse EU landen, in het bijzonder Duitsland, heeft vooral geprofiteerd van het sterk aantrekken van de wereldhandel sinds 2010, maar tesamen met door overschotten gegenereerd door China en Japan, tot een gevaarlijke toename van de mondiale onevenwichtigheden. Lage rentevoeten in Europa, en vooral de VS, hebben geleid tot inkomende stromen aan geldkapitaal in diverse middeninkomen landen die destabiliseren, hen dwingend hun wisselkoersen te verhogen.

 

De Fukushima catastrofe heeft ertoe geleid dat Duitsland haar gefaseerde programma om uit nucleaire energie te stappen, opnieuw van stal heeft gehaald, maar dit heeft niet geleid tot een verdere Europese uitstap in fasen. Volgend op de misluk-

king van de Kopenhagen conferentie is de EU er ook niet ingeslaagd om een adequaat antwoord, is de EU er ook niet inge- slaagd om een afdoend antwoord te formuleren op het gebied van de klimaatverandering. Europese landbouwproductie is gebaseerd op een mislukt industrialisatiemodel, heeft negatieve sociale en milieueffecten in de EU en ondermijnt het vermogen van ontwikkelingslanden om zich te voeden.

 

Verkeerd beleid leidt tot verkeerde resultaten- Een kritiek van EU beleid.

 

De EU is er niet ingeslaagd een adequaat antwoord te formuleren op de crisis in het Eurogebied. De voorgestelde hervormingen van het Groei- en Stabiliteitspact gaan allemaal van de verkeerde notie uit dat als de bestaande overheids-

tekorten worden beperkt marktkrachten een evenwichtige ontwikkeling zullen garanderen. Voor de crisis, had Duitsland grote overschotten op de lopende rekening van de betalingsbalans verzameld, terwijl grote tekorten in Zuidelijk Europa werden gefinancierd met instromen van geldkapitaal. De financiële crisis van 2008 leidde tot een scherpe daling van de private bestedingen en noodzaakte tot een aanzienlijke uitbreiding van de overheidsbestedingen. De nieuwe EU wetgeving refereert beleidscoördinatie, maar het primaire doel is financieel toezicht en dreigt economisch zwakkere staten te onderwerpen aan een alomvattende betutteling in elk aspect van overheidsbeleid.

 

Europese banken, die te maken hebben met grote verliezen op staatsobligaties worden direct bedreigd door de crisis in het Eurogebied. Maar ze hebben forse lobby campagnes tegen financiële hervormingen opgezet, en bescheiden voorstellen die de derivaten en kapitaalvereisten van banken betreffen, werden beiden succesvol van hun scherpe kanten ontdaan. De commissie heeft het voorstel gedaan om een belasting op financiële transacties te heffen, echter dit besluit sluit een belasting op buitenlandse valuta uit en wordt door sleutelstaten bestreden.

 

De crisis heeft de uiteenlopende productiestructuren in de EU blootgelegd. Regionale politiek heeft zich geconcentreerd op de fysieke infrastructuur en training, maar er is geen aandacht besteed aan industriebeleid, iets dat het neo-mercantilist centrum rondom Duitsland geen belang in heeft te bevorderen. EU beleid tendeert ernaar om de bestaande Europese arbeids-verdeling te cementeren, een bezuinigingsbeleid opleggen aan de perifere landen zal dit in de toekomst alleen maar verergeren.

 

Het EU mediterrane beleid is ter discussie komen te staan door de volksopstanden in Tunesië en Egypte; hoewel democratisering is verwelkomd, wordt het economisch model dat geleid heeft tot de wijdverspreide armoede en werkloos-heid niet ter discussie gesteld en blijft de EU vrijhandel bevorderen; Het Europese nabuur- en uitbreidingsbeleid verkeert in een impasse; onderhandelingen met Turkije en de landen van het voormalige Joegoslavië boeken weinig vooruitgang en er is aanzienlijke twijfel in de verschillende lidstaten over verdere uitbreiding.

 

Het EU handelsbeleid, terwijl het lippendienst bewijst aan het beëindigen van de DOHA ronde, is sterk verschoven in de richting van het onderhandelen over bilaterale vrijhandelsakkoorden; De EU verhoogt de druk op de Afrikaanse, Pacifische en Caribische groep van landen om Economische Partnerschapsakkoorden (EPA’s), welke verrijkende verplichtingen inhouden hun landen voor Europese handel en investeringen, te openen.

 

De EU heeft zich, op verkeerde wijze, het militaire concept van “veiligheid” toegeëigend om een illusoire weg uit de afhankelijkheid van de wereldmarkt voor energie en grondstoffen te ontwikkelen. Het nieuwe beleidsdocument van de commissie over landbouwpolitiek maakt een belangrijke stap in de richting van duurzame ontwikkeling, maar ondanks het onderkennen van het sociale en ecologische belang van agrarische arbeid worden er geen betalingen aan werkzame boeren toegekend.

 

Democratie en Sociale gerechtigheid in Europa versterken.

 

De ECB moet onmiddellijk handelen als “lender of last resort” in de obligatiemarkt van het Eurogebied om de cyclus van dalende prijzen en paniekverkopen te doorbreken. Dan moet de enorme groei in de omvang van de macht van de financiële sector in de laatste 3 decennia aanmerkelijk worden teruggeschroefd. Handels- en investeringsbanken moeten worden opgesplitst; coöperatieve, overheidssector en andere, non-profit banken moeten worden verplicht geldkapitaal voor sociale en ecologisch wenselijke investeringsprojecten ter beschikking te stellen; investeringsbanken, speculatiefondsen en private equity fondsen behoren sterk te worden beknot; de meeste derivaten behoren te worden verboden en alle effecten behoren verhandeld te worden op publieke platforms. Een belasting op alle financiële transacties dient te worden geïntroduceerd en een Europees ratingagentschap, in publieke handen, dient te worden ingesteld.

 

De huidige hoogte van de overheidsschulden, vooral in Griekenland, is niet houdbaar. Schuldenaudits, zoals voor het eerst toegepast in Ecuador, moeten bepalen welke schulden legitiem zijn, en welke financiële instellingen de aflossingen behoren te worden toegewezen. In landen met een erg hoge overheidsschuld, zou een vermindering moeten worden nagestreefd door een vermogensbelasting te heffen op de zeer rijk vermogende. Om speculatie tegen zwakkere staten te voorkomen, dienen landen uit het Eurogebied bestaande staatsobligaties om te zetten in gemeenschappelijk gegarandeerde Euro-obligaties.

 

Een gemeenschappelijk monetair beleid moet gepaard gaan met een gemeenschappelijk fiscaal beleid. Dit beleid zou volledige werkgelegenheid en goede arbeid moeten bevorderen. Bezuinigingsprogramma’s zullen het nog moeilijker maken om schulden af te lossen, en overheden met primaire tekorten zouden verzorgd moeten worden met financiële middelen om economische groei te faciliteren. Een omvangrijk programma aan overheidsinvesteringen is noodzakelijk, vooral in de perifere landen van het Eurogebied. Ter financiering zou een beroep gedaan moeten worden op de Europese Investering-Bank (EIB) welke al bij machte is om obligaties uit te geven. In plaats van de eenzijdige nadruk om het verminderen van de overheidsuitgaven, moet de lange termijn belastingverlaging voor de hogere inkomens ongedaan worden gemaakt. Grondwettelijk vastgelegde verboden op het hebben van overheidstekorten zijn gevaarlijk beperkend en behoren niet te worden geïntroduceerd.

 

Een gecoördineerde Europese loonpolitiek behoort te verzekeren dat de wijdverbreide verlaging van het loonaandeel in het Nationaal Inkomen ongedaan wordt gemaakt, en dat de lonen in staten met lagere inkomens convergeren met de lonen in staten met hogere inkomens. Een verkorting van de arbeidstijd tot een werkweek van 30 uur zou moeten worden geïntroduceerd niet alleen om de massawerkloosheid te bestrijden maar ook als een bijdrage om een maatschappij op te bouwen in welke het leven niet uitsluitend gedomineerd wordt door het hebben van betaalde arbeid.

 

In plaats van bezuinigingsprogramma’s voor overheden is er een noodzaak aan overheidsprogramma’s die de structurele problemen van het hedendaagse kapitalisme aanpakken. Privatisering is contraproductief gebleken, leidend tot 2de klassen gezondheidssystemen, en de rol van publieke diensten moet opnieuw te worden ingesteld. Lage lonenstrategieën waarvan verondersteld werd dat ze de concurrentiekracht van zich ontwikkelende regio’s zou versterken, blijken te hebben gefaald. Ontwikkeling, zou daarvoor in de plaats gebaseerd moeten worden op toepassing van moderne technologie, en Europese structuurfondsen zouden gebruikt moeten worden om geavanceerde productiesectoren te ontwikkelen. Om handelsoneven-wichtigheden te verminderen, zouden de lidstaten ernaar moeten streven om importen te verminderen, wat ook de groei van hernieuwbare energiebronnen omvat. Coöperatieven kunnen een belangrijke rol spelen in het integreren van sociale en economische doelen en in het bevorderen van lokale productie en consumptie. Flexicurity heeft de arbeidsplaatsonzekerheid alleen maar bevorderd en om dit tegen te gaan moeten de volledige vakbondsrechten opnieuw worden ingesteld en worden afgedwongen.

 

Er moeten beleidsmaatregelen worden ingevoerd om te garanderen dat ondernemingen niet het argument van “concurrentiedruk” van andere EU landen kunnen gebruiken om loonsverlagingen en verslechtering van de arbeidsomstan-digheden te rechtvaardigen en door te voeren.

 

De EU behoort aandacht te besteden aan de ongelijkheden in haar relaties met haar buurstaten, en dit moet zijn weerklank vinden in een nieuwe benadering van de associatieverdragen die deze verhoudingen regelen. Vrijhandel moet afgeschaft worden in het voordeel van sectoraal gedifferentieerde overeenkomsten met een lange termijn overgangsperiode. Buurlanden moeten de beleidsruimte behouden om hun productiestructuren te verstevigen en EU-hulp moet gericht zijn op het bevorderen van industriële ontwikkeling.

 

In plaats van haar mercantilistisch exportgeleide strategie dient de EU haar interne effectieve vraag te verhogen om zo meer geïmporteerde goederen en diensten te kunnen absorberen. Het bestaande model van WTO-plus bilaterale vrijhandelsovereenkomsten moeten worden verlaten om op deze wijze rekening te houden met de ongelijkheden tussen landen. Handelversto- rende agrarische subsidies moeten gefaseerd worden afgeschaft en eisen voor verdere liberalisering van de publieke diensten van handelspartners moet men laten vallen. Ontwikkelingsbeleid moet worden geheroriënteerd op het ondersteunen en het opbouwen van gediversifieerde lokale economieën, en het opbouwen van overheidscapaciteiten in minder ontwikkelde landen moet worden ondersteund.

 

De EU kan een belangrijke bijdrage leveren in bevorderen van duurzame ontwikkeling door het coördineren van de initiatieven van de afzonderlijke lidstaten voor Rio ll in 2012. Deze zouden transnationale groene banenprogramma’s kunnen omvatten, daarmee ecologische en sociale belangen met energiebesparing verbindend. Het gemeenschappelijk landbouwbe-

leid zou ook omgevormd kunnen worden om een compromis te bereiken tussen de politieke vereisten voor het voeden van de Europeanen met kwalitatief hoogwaardig voedsel tegen lage prijzen; daarmee actieve boeren ondersteunend die zorgen voor een ecologische balans in het landelijk gebied; en het ondersteunen van een eerlijke uitruil van landbouwproducten met de rest van de wereld.

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

De volledige tekst van het EuroMemorandum is gebaseerd op discussies en artikelen gepresenteerd op de 17de Workshop over Alternatieve Economische Politiek in Europa, georganiseerd door de EuroMemo Groep, op 16-18 september 2011 te Wenen, Oostenrijk. Indien U de volledige tekst van het EuroMemorandum 2012

Europese integratie op een tweesprong: Democratische verdieping voor stabiliteit, solidariteit en sociale gerechtigheid wilt ontvangen stuur dan een email naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

 

Voor meer informatie over de EuroMemo Groep, neem alstublieft contact op met of kijk op onze website op: www.euromemo.eu