In dagen waarin wanhoop eerder de hoop overheerst lijkt het mij wel gepast mijn voordracht over de inbreuk van het Eeuwige in de tijd, kairos, aan de orde te stellen. Misschien weet Extinction Rebellion die breuk te bewerkstelligen. Of de stakingsbeweging die Greta Thunberg begonnen is. Het is prachtig te zien hoe tieners opkomen voor het, voor hun leven en toekomst, in tijden waarin de Noordpool in brand staat en West-Europa met meer dan 40° gegeseld wordt.

(Door Arnold J. van der Kluft, oorspronkelijk verschenen bij Krapuul)

Het is een drieluik, het eerste deel is dit.

Er is wel eens geschreven dat Berdjajew als “Russisch nationalist” op het nachtkastje van Poetin ligt. Het tweede lijkt mij onwaarschijnlijk, maar ik kan het niet weten en ik vraag mij af of iemand het wel kan weten. Maar een anarchist in ballingschap een nationalist noemen getuigt niet erg van inzicht. Daar laat ik het bij als introductie van dit tweede, wel al eerder in het Nederlands gepubliceerde deel.

De burgemeester van De Bilt hield ter gelegenheid van Dodenherdenking 2011 een toespraak waaruit ik vanwege de Nederlandse context het een en ander citeer:

“Onze vrijheid is geboren uit de nood en de ellende van wie we vanavond herdenken. Onze vrijheid is hun vrijheid, zou je kunnen zeggen. En door alle tijden heen bevat onze herinnering aan hen een opdracht voor het leven van alledag. En daarin komen we nogal wat tegen. Zinloze discussies over hoofddoekjes, mensen die zich cabaretier noemen, maar eigenlijk hun brood verdienen met het beledigen van andere mensen, politieke leiders die geen rust brengen, maar juist onrust wekken, mensen die ’s avonds uit angst niet meer over straat durven, een overheid die klakkeloos allerlei informatie over ons doen en laten mag verzamelen, jongeren die we aan hun lot overlaten en de wereld op eigen houtje laten ontdekken, schoppen tegen het geweten van een ander.
Een Russische filosoof zei: ‘Vrijheid is geen recht, maar een plicht’ en ik denk dat hij daarmee de spijker op de kop sloeg. Vrijheid verplicht tot delen, tot het waarderen van wat anders is, tot het verdragen van wie anders is. Vrijheid verplicht tot inzet, zelfs tot strijd.”

De bewoners van het politieke riool die dezer dagen aanspraak maken op hun plaatsje op de voorpagina’s van kranten die steeds minder publiek trekken wisten wel raad met deze toespraak. Zodanig dat de VVD-burgemeester ter gelegenheid van de vrijwel gebruikelijke jaarwisselingsrellen aandrong op intrekken van uitkering en ziektekostenverzekering van de relmakers (hij wist natuurlijk zeker dat de jongelui een uitkering hadden). Zo kennen we de “liberalen” weer. Tenslotte is het liberalisme als verzameling ideeën verleden tijd – de “Russische filosoof” op wie burgemeester Gerritsen zich beriep was de mystieke anarchist Nikolaj Berdjajew, niet direct iemand van wie men verwacht dat hij door een VVD-er geciteerd wordt. Toch is het een mooi citaat – wij zijn verplicht tot vrijheid, het is geen vrijblijvend streven dat ook nagelaten kan worden.

Een korte schets van het leven van de filosoof Berdjajew: hij was afkomstig uit de hoogste stand, geboren in 1874. Zoals veel intellectuelen in Rusland in die tijd werd hij als student aangetrokken tot het marxisme, hij nam hier echter al tamelijk snel afstand van en beklemtoonde het primaat van de geest. “Van marxist tot idealist” is de korte omschrijving, waarbij Nietzsche meer een rol speelt dan Tolstoj. Vervolgd onder de tsaar is hij even lid geweest van de Nationale Sowjet in 1917 en kon hij vervolgens zijn eigen filosofische school inrichten, tot 1922. In dat jaar wordt hij verbannen en vestigt hij zich in Berlijn, in 1924 verhuist hij naar zijn definitieve woonplaats Parijs. Hij richt in beide steden een eigen filosofische school op. Een opmerkelijk biografisch gegeven: direct na het voltooien van Het Rijk van Caesar en het Rijk van de Geest in 1948 overlijdt hij, zittend aan zijn werktafel. Dit boek mag als samenvatting van zijn opvattingen beschouwd worden. De Geest is het mysterie van het Christendom – niet het sleurchristendom waarmee degene die dit leest het waarschijnlijk zal vereenzelvigen (het requisitoir is meteen bekend), het Christendom gaat de christen ver te boven. Zijn weerlegging van de denkbare en gangbare bezwaren is totstandgekomen in wisselwerking met anarchisten die de gebruikelijke riedels tegen het christendom verkochten. Onder invloed van de Franse personalistische denkers (of is er een wisselwerking?) ontwikkelt Berdjajew zich tot personalist.

Berdjajews intellectuele geschiedenis herinnert aan die van Jacques Ellul: van marxist tot religieus-anarchist, ook de kritiek van de machinalisering hebben zij gemeen. Een belangrijk verschil is de beklemtoning van de mystiek, waarvan Ellul geheel wars was en die bij Berdjajew vooropstaat. Dit heeft ook consequenties voor de opvatting van de apocalyptische omwenteling, de Revolutie, die bij Ellul nog aards gezien wordt (zij het met ingrijpen van “bovenaf”) maar die bij Berdjajew de vorm krijgt van een totale vergeestelijking van de wereld. Een interpretatie van het scheppingsverhaal die eender en anders is: Ellul schrijft dat wij in de zevende dag leven, de rustdag van God, Berdjajew houdt het erop dat wij op weg zijn naar de achtste dag, als de schepping voltooid wordt in absolute Geest.

Wij kunnen onze hoop niet vestigen op een klasse of een historische (wereldlijke) macht doch alleen op de in de geest wedergeboren persoonlijkheid. De opstanding van de mens is een kosmische gebeurtenis “De wedergeboorte van de mens zal de vergeestelijking van de gehele natuur teweegbrengen.” Het eindresultaat is staatloos en er kan natuurlijk geen staat aan te pas komen. Berdjajew wordt algemeen als religieus- of christen-anarchist aangeduid, hij vond dit zelf evenwel een aanvechtbare aanduiding – zijn politiek lijkt wel “niet van deze wereld”. De vestiging van het Rijk van de Geest is de overwinning van het rijk van Caesar in een eschatologische transformatie, een eindelijke eenwording.

“Al noemde Berdjajew zich tegenover decadenten en mystieke anarchisten ook een enkele maal de eerste ware ‘mystieke anarchist’, toch predikte hij van de aanvang af geen leeg anarchisme of sociaal amorfisme. Vrijwel steeds neemt hij de omgevende wereld en de sociale en politieke gegevenheden in acht, waaruit het menselijke handelen zich eerst op zijn absolute doeleinden kan richten.” De staat is een moordmachine, tot een almachtige totalitaire demon gemaakt door de techniek. God geeft geen instemming met welke regering dan ook, verdraagt of aanvaardt deze ten hoogste. God werkt wel mee aan de strijd van de vrije menselijke geest tegen de orde van deze wereld. Christus kan gezien worden als symbool van de overwinning op de werkelijkheid.

Het lijkt duidelijk dat Berdjajew de positieve inhoud van het woord anarchie waarmee het streven van anarchisten maar niet van hen alleen wordt aangeduid, ontgaan is. Of hij beperkt het tot de door hemzelf geschetste apocalyptische totstandkoming van het Rijk van de Geest. Zijn mystiek anarchisme heeft Peter Maurin, de denker achter de Catholic Worker, geïnspireerd, verder is hij tamelijk vergeten. Na de ineenstorting van bolsjewistisch Rusland zijn de meeste van zijn boeken daar alsnog in de oorspronkelijke taal uitgegeven, de werking hiervan is moeilijk te peilen. Dat een VVD-burgemeester in het Nederland van dezer dagen een soundbite van Berdjajew bezigt wil nog niet zeggen dat zijn gedachten wakker zijn gemaakt. Zijn oppositie tegen het bolsjewisme kwam uiteraard goed uit in de dagen voor en tijdens de Koude Oorlog. Deze oppositie bestond zeker niet uit het afwijzen van het gemeenschappelijk bezit van de productiemiddelen, hij wees de almachtige staat af. Met de staat wijst hij evenzeer “het anarchisme” af als behorend bij de staat, een mechanisch en pseudo-christelijk denken. De anarchie van Berdjajew is er kortom een die ook ver af lijkt te staan van het streven van de andere religieus-anarchisten, al dient gezegd te worden dat ieder “doel” voor het anarchisme in het streven ligt en dus absoluut is – losgemaakt van de dagelijksheid. De revolutie is bij Berdjajew kairos – een inbreken van de eeuwigheid in het tijdelijke, zoniet een overwinning op het tijdelijke.

Ook de techniek, de machine, vertegenwoordigt een breuk met de tijd voor de mens, doordat zij een nieuwe realiteit schept, een voortdurende actualiteit. De techniek leidt tot de breuk met de Grote Moeder, die de aarde voor de mens is – zij kan genegeerd zoniet gedood worden. De snelheid die de machine genereert is de schepping van een reeks opeenvolgende momenten die het zicht op de eeuwigheid onmogelijk maken, zij verdwijnen en de beheersing van de tijd betekent slavernij. (Hier lijkt Berdjajew vooruit te lopen op een contemporaine christen en anarchist, Paul Virilio). Evenwel lijkt het einde voortdurend nabij, de tijd is voortdurend in aanraking met de eeuwigheid. In het tot religie geworden materialisme van wat hij “het communisme” noemt wordt de waarheid bepaald door het vijfjarenplan. Het communisme is door de geheimzinnige voorzienigheid Gods als rechtvaardige vorming van de menselijke samenleving aangewezen en verraden en geschonden.

Het hiertegenover te stellen personalisme wordt vereenzelvigd met het Christendom. Dit kent geen abstracte idee doch slechts God en de naaste, concrete wezens (!). De persoonlijkheid is niet deel van de wereld, het is omgekeerd – de persoonlijkheid getuigt van vrijheid en geest. De broederlijkheid in het lijden en het ongeluk betekent de overwinning van de onpersoonlijke, anonieme macht van het geld in het menselijk leven, dat de mens tot een leven in een rijk van ficties veroordeelt. Het personalisme wijst de weg terug naar ware realiteiten. Recht en gerechtigheid zijn er hoe dan ook, onafhankelijk van de mogelijke triomf in de wereld. Zij blijven recht en gerechtigheid, ook als zij gekruisigd worden.

Geraadpleegde literatuur:
– Alexandre Christoyannopoulos, Christian anarchism – a political commentary on the Gospel. Exeter, 2010.
– G.M.de Gelder, Russische denkers. Haarlem, 1934
– Henk van Gelre, Berdjajew – een inleiding tot zijn denken. Tielt/Den Haag, 1964.
– Van Berdjajew zelf:
Mens en machine. Amsterdam, 1946
Die menschliche Persönlichkeit und die überpersönliche Werte. Wenen, 1937.
Vrijheid en geest. Den Haag, s.d. (Russische uitgave 1928)
Van de waardigheid des Christendoms en de onwaardigheid der Christenen. Oude God, 1937.
Waarheid en leugen van het communisme. Rotterdam, 1935