In deze reeks “In de aanloop naar …”  brengen we een beknopt overzicht van wat in de voorbije 4 à 5 jaar gebeurde in de Europese Unie op een aantal belangrijke gebieden. Het relaas is in de eerste plaats beschrijvend, bedoeld om ons geheugen wat op te frissen. Het moet ons beter toelaten de standpunten te beoordelen die partijen innemen tijdens de Europese verkiezingen. In deel 4 gaat het over extreemrechts, vanuit het vrij enge perspectief van verkiezingsresultaten bij de Europese verkiezingen, zetels in het Europees Parlement, samenwerking in Europese fracties.

(Door Herman Michiel, oorspronkelijk verschenen op Ander Europa) illustratie: Laxy)

Zeker, de macht in de EU ligt niet in de handen van het Europees Parlement, maar successen bij de Europese verkiezingen zijn niet alleen een barometer, maar versterken ook de slagkracht van extreemrechts in de nationale arena, leiden meestal tot een verrechtsing van het centrum, leveren prestige, contacten en … Europese subsidies op. Redenen genoeg dus om het beest in de ogen te zien.

(V.l.n.r.: Salvini (Lega Nord), Vilimsky (FPÖ), Le Pen (FN), Wilders (PVV) en Vanhecke (VB) op 28 mei 2014, vlak na de Europese verkiezingen.(Foto Flickr, CC licentie)

Het lijdt weinig twijfel dat extreemrechts er de voorbije vijf jaar op vooruit gegaan is in de Europes Unie, en de kans is groot dat die vooruitgang ook zal blijken bij de Europese verkiezingen van mei. Maar om niet in het ijle te praten zouden we eerst nader moeten omschrijven wat we in de EU onder ‘extreemrechts’ verstaan. Dat is vandaag minder eenvoudig dan twintig, zelfs tien jaar geleden. Toen twijfelde er niemand aan dat het Franse Front National of het Vlaams Blok extreemrechts was. Ook vandaag weet men meteen waartoe groepen zoals het Griekse Gouden Dageraad behoren, gezelschappen  waarin de Hitlergroet een beleefdheidsformule is.

Op Europees vlak vond men dit soort partijen meestal terug onder de ‘Niet Ingeschrevenen’, de Non Inscrits (NI), d.w.z. partijen die samen te zwak waren, of het niet eens werden, om een ’groep’ te vormen in het Europees Parlement en op die manier van financiële en administratieve voordelen te genieten. De ECR daarentegen, de European Conservatives and Reformists was de fractie rond de Britse Conservatieve Partij (Tories), rechts, ongetwijfeld, maar op hun gering enthoesiasme voor de Europese gedachte na niet zo erg verschillend van die andere rechtse groepering, de Europese Volkspartij (EVP, EPP in het Engels). EVP en ECR waren allebei gewoon rechts, punt.

Rechts opent de poorten voor extreemrechts…

Maar zie, vandaag (en … tot 29 maart?) bestaat die ECR niet alleen uit de Britse Tories maar ook de nieuwe formatie Alternative für Deutschland behoort ertoe, de Poolse PiS (‘Recht en Rechtvaardigheid’) van de aartsreactionaire Jaroslaw Kaczynski, de Ware Finnen’ en de Deense Volkspartij, stuk voor stuk xenofobe, ultranationalistische reactionaire partijen die men toch al vlug als uiterst rechts bestempelt. Dat wil niet automatisch zeggen dat de Tories, de partij van Theresa May, nu ook uiterst rechts is, maar er zijn grenzen verlegd, taboes doorbroken. Als extreemrechts zich mag ophouden in het gezelschap van deftig rechts wordt het zelf deftig.

De reden voor dergelijke toenadering is niet alleen van ideologische aard, ze is ook zeer praktisch. Daar zijn voor een groot deel de procedures voor verantwoordelijk die het Europees Parlement hanteert om een politieke ‘groep’ of ‘fractie’ als dusdanig te erkennen. Men moet op zijn minst 25 Europarlementsleden (‘MEPs’) bijeenbrengen afkomstig uit minstens een kwart (momenteel dus zeven) verschillende lidstaten. Officieel is de bedoeling van deze regel om tot meer Europese samenwerking te komen, om een Europees bewustzijn te scheppen en een Europees publiek politiek forum. Het resultaat is echter vaak nogal pervers. Zo behoorde de rechtse en allesbehalve ecologistische Vlaamse N-VA tijdens de legislatuur 2009-2014 tot de groene fractie in het Europees Parlement. De reden is simpel: je moet tot een groep behoren om als rapporteur in een parlementscommissie te kunnen optreden, om gesubsidieerd te worden voor de oprichting en werking van een Europese politieke partij, een think tank, een tijdschrift, of om met de fractievoorzitters mee de agenda te bepalen, enzovoort.

Voor het goede begrip, de subsidies waarover we het hier hebben betreffen niet de wedden van de Europarlementariërs zelf, hun medewerkers en de administratieve kosten. Over de bedragen die uitgekeerd worden aan de erkende groepen voor hun politieke werking lopen de cijfers nogal uiteen. Een tabel van het Europees Parlement over subsidies aan Europese partijen toont aan dat het in ieder geval over vele miljoenen gaat (bv. bijna 7 miljoen € voor de EVP als politieke partij in 2016).  Euractiv meldde dat door de oprichting van het uiterst rechtse ENF rond Marine Le Pen en Geert Wilders (verder nog besproken) in 2015 er een subsidie gemoeid is van 17,5 miljoen € in de huidige legislatuurperiode. Volgens Le Monde (25 februari 2017) konden 6 rechtsnationalistische partijen in 2017 zeven van de vijftig miljoen euro incasseren die het Parlement jaarlijks voor de Europese partijen veil heeft. Zelfs al gedragen extreemrechtse partijen zich onderling soms als krabben in een krabbenmand, ze vinden elkaar wel degelijk als het op geld aankomt; een typisch extreemrechts fenomeen is dat trouwens niet.

… en extreemrechts voor, euh, naief (?) rechts

UKIP, de United Kingdom Independence Party, opgericht door de rabiate stokebrand Nigel Farage, trekt op Europees vlak samen op met de ‘Zweedse Democraten’, een heel ongepaste naam voor de Zweedse evenknie van het Vlaams Belang. Samen met UKIP behoren ze tot weer een andere groep in het Europees Parlement, de EFDD, ‘Europe of Freedom and Direct Democracy’.  Maar zie, ook de Italiaanse 5-Sterrenbeweging (M5S, ontstaan rond de ‘komiek’ Beppe Grillo) zit bij de EFDD. Naast een hoop antimigrantenretoriek ijvert die partij ook voor een vorm van basisinkomen, voor gratis ziekenzorg, tegen vrijhandelsverdragen. Dat Guy Verhofstadt vóór de toetreding van M5S tot EFDD geprobeerd heeft de 17 MEPs van M5S voor zijn liberale ALDE te winnen bewijst toch ergens dat er een aanzienlijk verschil is tussen de Vijfsterrenbeweging en bv. UKIP of de Zweedse Democraten. Maar die zitten dus nu samen in de EFDD.  Dat Grillo’s beweging een regering vormde samen met de Lega is alleszins een veeg teken.

Vervaagde politieke grenzen

Het is dus minder vanzelfsprekend geworden om de vooruitgang van extreemrechts in de EU af te meten aan de stemresultaten van een aantal fracties, zoals de ECR, de EFDD, en het nog niet vermelde ENF (Europe of Nations and Freedom) waartoe het Vlaams Belang, de Nederlandse PVV, het Franse Front National (in juni 2018 herdoopt tot Rassemblement National) en de Italiaanse Lega Nord behoren. Niet alleen herbergen de traditioneel extreemrechtse Europese fracties een aantal partijen waar men dit etiket niet zonder meer kan opkleven (M5S), maar traditionele rechtse fracties zoals ECR bevatten nu ook extreemrechtse partijen; dat geldt ookj voor een ‘gewone’ rechtse fractie als de christendemocratische Europese Volkspartij, die onderdak biedt aan de partij van Viktor Orban, het Hongaarse Fidesz en Berlusconi’s Forza Italia, een partij met zeker ook gedeeltelijk extreemrechtse aanhang. De Beierse zusterpartij van Angela Merkels CDU, de CSU, behoort sinds jaar en dag tot de EVP, maar op het vlak van migratie is ze even rabiaat als Viktor Orban’s Fidesz, waarmee de CSU vriendschappelijke banden onderhoudt.

Wie zit waar?

Maar laat ons toch eerst de genoemde partijen en fracties wat overzichtelijker in kaart brengen 1. De hieronder vermelde fracties zijn deze die zonder veel discussie als ‘rechts van de Europese Volkspartij’ kunnen geplaatst worden: de ECR, de EFDD en de ENF. Om zich een idee te vormen over het belang van een fractie kan men hun zetelaantal vergelijken met het totaal aantal zetels in het Europees Parlement (751) en dat van de twee belangrijkste fracties (de EVP met 217 leden en de sociaaldemocratische fractie S&D met 190 zetels). De liberale fractie (ALDE) behaalde 64 zetels in de verkiezingen van 2014 , de Groenen 51, en radicaal links (GUE/NGL) 52. (Na de uittrede van de Britten zullen er nog 705 zitjes zijn.)

ECR: European Conservatives and Reformists

De Britse conservatieven (‘Tories’) waren aanvankelijk lid van de ‘christendemocratische’ EVP, maar gewezen Brits premier en partijleider David Cameron kon zich niet langer vinden in het Europees enthousiasme van de EVP, en richtte voor de Europese verkiezingen van 2009 een nieuwe groepering binnen het Europees Parlement op, de ECR. Aanvankelijke partners waren het Poolse PiS (Recht en Rechtvaardigheid), hetTsjechische ODS (Vaclav Klaus) en kleinere partijtjes, maar vlak voor de Europese verkiezingen van 2014 traden andere rechtse krachten toe, waaronder de Deense Volkspartij, Alternative für Deutschland, de Ware Finnen, de N-VA van Bart De Wever (die twijfelde tussen ECR en de liberale ALDE van Verhofstadt), en de Onafhankelijke Grieken (ANEL, coalitiepartner van SYRIZA).Ook de Nederlandse ChristenUnie en de SGP maken er nu deel van uit 2. De ECR werd aldus plots met 74 europarlementariërs de derde grootste fractie in het Europees Parlement.  Brexit zal voor de ECR wel een probleem stellen, want de Britse conservatieven leveren momenteel 19 zetels.

EFDD: Europe of Freedom and Direct Democracy 

De voorloper van de EFDD was de EFD, met als kern Farages UKIP en de Italiaanse Lega Nord. In de periode 2009-2014, met 32 leden, hoorden daar ook nog de Nederlandse SGP, de Ware Finnen en de Deense Volkspartij bij. Rond de verkiezingen van 2014 leek deze fractie uit elkaar te vallen door het vertrek van een aantal partijen naar de ECR, maar uiteindelijk besloot de Italiaanse Vijfsterrenbeweging, M5S, haar 17 verkozenen bij de EFD te voegen, die omgedoopt werd tot EFDD. Nog in hetzelfde verkiezingsjaar 2014 beleefde de fractie een aantal wisselvalligheden door de terugtrekking van een enkele (Letse) verkozene, waardoor de groep minder dan zeven nationaliteiten telde en volgens de reglementering niet meer als groep kon erkend worden. Maar dan trad een enkele Poolse verkozene toe, en de voorwaarden waren opnieuw vervuld, het politiek vehikel kon opnieuw Europese subsidies krijgen… Latere uittredingen deden de groep krimpen tot de huidige 41 verkozenen. Ook de ene verkozene van Alternative für Deutschland hoort erbij; voor de volledige lijst, zie Europa nu.
Het werkelijk politiek belang van een partij mag men natuurlijk niet alleen afmeten aan zijn vertegenwoordiging in het Europees Parlement. UKIP haalde bij de Europese verkiezingen van 2014 bijna 27% van de stemmen, M5S 21%, de Zweedse democraten bijna 10%.

ENF: Europe of Nations and Freedom

Hier vinden we de bekendste vertegenwoordigers van extreemrechts terug: het Vlaams Belang, het Front National (nu Rassemblement National), de Lega Nord (omwille van zijn nationale ambities herdoopt tot Lega tout court), de Oostenrijkse FPÖ, samen goed voor 36 zetels. De helft ervan wordt bezet door leden van Marine Le Pen’s Rassemblement National, de Lega levert er vijf, Wilders PVV vier, het Vlaams Belang één. Voor de volledige lijst, zie Europa nu.
ENF kon slechts het jaar na de verkiezingen van 2014 aan de subsidiëringsvoorwaarden  voldoen, als de Poolse KNP en een afvallig UKIP-lid zich bij de club aansloten; daar kwam naderhand nog een verlopen Roemeens lid van S&D bij.

NI: Niet Ingeschrevenen

Zo worden Europarlementariërs genoemd die niet tot een of andere groep horen. Dat was vroeger meestal het geval voor extreemrechtse verkozenen, maar die hebben zich nu in diverse erkende parlementsgroepen kunnen groeperen, wat de vooruitgang van deze stroming illustreert. Het aantal NI’s vermeld door het Europees Parlement is 22, maar daar zijn zowel Jean-Marie Le Pen bij (door dochter Marine uit het FN geweerd), de ene verkozene van het neonazistische Duitse NPD als een verkozene van de Griekse communistische partij KKE.

Een kwart van de zetels

Als we nu het aantal zetels in het Europees Parlement behaald door ECR, EFDD, ENF en de extreemrechtse NI’s als indicator nemen voor de evolutie van deze stroming(*3) kunnen we alleen vaststellen dat die er in de voorbije 20 jaar systematisch op vooruit gegaan is, zie Grafiek 1. In het huidig Europees Parlement bezetten ze 171 zetels, bijna een kwart van het totaal.

Grafiek 1 : Percentage zetels behaald door extreemrechtse kandidaten in het Europees Parlement tijdens de 4 voorbije legislaturen. (uit de RLS-brochure blz. 8. )

Men moet wel opmerken dat extreemrechts bij de Europese verkiezingen meestal een stuk beter scoort dan in nationale, o.a. als gevolg van het proportioneel stelsel dat meestal voor de Europese zetels gebruikt wordt. Dat is bijvoorbeeld te zien in Grafiek 2, waar de resultaten voor de nationale en de Europese verkiezingen van het Britse UKIP met elkaar vergeleken worden.

Grafiek 2: Verkiezingsresultaten (%) van UKIP bij nationale (zwart) en Europese (rood) verkiezingen (RLS-brochure blz 33).

Over wie hebben we het eigenlijk?

We zegden het al: de grenzen tussen rechts en extreemrechts zijn vandaag minder gemakkelijk te trekken dan een jaar of 20 geleden. Traditioneel rechts (‘centrum rechts’) schoof naar rechts op en kwam zo deels op terrein dat voorheen als extreemrechts bestempeld werd. De verschuivingen zijn niet tot Europa beperkt (*4), en een aantal recente ontwikkelingen zouden tien jaar geleden op ongeloof onthaald zijn. Steve Bannon, gewezen adviseur van de Amerikaanse president, verschijnt nu zij aan zij met Marine Le Pen en adviseert Europees extreemrechts om zich continentaal te verstevigen. Een aantal grote landen worden bestuurd door extreemrechtse fascistoïde regimes (Brazilië – 200 miljoen inwoners ­ onder Bolsonaro, de Filipijnen met 100 miljoen inwoners onder Duterte …) .

Een heldere analyse van wat er aan de hand is op het politieke terrein wordt ook bemoeilijkt doordat een aantal termen gemeengoed geworden zijn maar meer verhullen dan onthullen. Zo wordt er in de media en in politieke babbels vlot over populisme gesproken, dat dan in twee uitvoeringen bestaat, een rechts en een links; het is hetzelfde luie, ideologisch verre van neutrale samengooien van extreemrechts en radicaal links op de hoop van het extremisme. In de Europese Unie is daar nog een specifieke categorie aan toegevoegd: het euroscepticisme ; om het even of men de EU verwijt de markt boven het sociale te stellen, of dat Brussel de nationale identiteit vernietigt door de grenzen open te stellen voor volksvreemde elementen, men is ‘eurosceptisch’ (*5)

De al dan niet gewilde begripsverwarring rond links en rechts extremisme, radicalisme, populisme of euroscepticisme wordt al heel wat opgehelderd als men zijn termen ietwat zorgvuldig definieert. Kijken we bijvoorbeeld bij Cas Mudde, een Nederlandse politoloog die zich toelegt op de studie van radicaal rechts (*6). Radicaal rechts onderscheidt zich volgens Mudde van andere politieke families door drie karakteristieken: een nativistische ideologie, een visie op de maatschappij als bestaande uit het ‘volk’ enerzijds en een elite anderzijds, en ten derde een hang naar autoriteit, law and order. Nativisme betekent in deze context dat de belangen centraal staan van wie ‘hier’ geboren is, een ethnocentrische opvatting waaraan nationalisme en vreemdelingenhaat niet vreemd zijn, kort gezegd: “Eigen volk eerst”, of (Pegida) “Wir sind das Volk”. De tegenstelling volk-elite maakt ook deel uit van het populisme (een begrip dat natuurlijk ook nader omschreven wordt door Mudde, zie bv. Populism in Europe: a primer), en men vindt er bijvoorbeeld een linkse versie van in het beeld van de 99% versus de 1% zoals gelanceerd door de Occupy Wall-Street-beweging.

Radicaal links daarentegen verzet zich tegen de ongelijke economische verhoudingen, die ze radicaal wil gewijzigd zien en komt op voor internationalistische solidariteit.
Met het begrippenkader van Mudde (die nog een onderscheid maakt tussen extreem links en radicaal links op basis van de houding tegenover de liberale democratie) kan men het eens zijn of niet, maar het brengt ons toch al verder dan de tweedeling Europagetrouwen-eurosceptici. Maar ook dan blijft eigenlijk nog duidelijk dat een fenomeen als de Italiaanse Vijfsterrenbeweging zich niet gemakkelijk in een politologisch vakje laat stoppen; zie hierover een interview met Mudde in MO*.

Vooruitzichten?

Alhoewel deze reeks “In de aanloop naar de Europese verkiezingen” in de eerste plaats een terugblik wil zijn op de voorbije vijf jaar, toch iets over de vooruitzichten voor de komende jaren. Hoe ver zal extreem rechts doordringen in Europa? Wat de Europese verkiezingen en het Europees Parlement betreft is hun vooruitgang bijna een zekerheid, ook al zal UKIP na Brexit de scene verlaten (maar het Spaanse VOX is dan weer een nieuwe opkomende  extreemrechtse partij). Het sociaal-economisch beleid van de EU is verre van populair, en het verzet daartegen klonk nog het luidst vanuit de uiterst rechterzijde. Demagogie, kan men zeggen, de Lega-M5S regering in Rome heeft haar ‘foute’ begroting herschreven op bevel van Brussel. Maar de concurrentie aan de linkerzijde is beperkt; het beetje mea culpa dat nu soms vanuit sociaaldemocratische kant opgaat is weinig geloofwaardig, en ook radicaal links is er niet in geslaagd om zich als belichaming van een echt alternatief voor te stellen.

De krachtsverhoudingen in het Europees Parlement zijn eigenlijk nog het minst belangrijk; extreemrechts zal ook na de verkiezingen niet in staat zijn de globale consensus van christendemocraten, sociaaldemocraten en liberalen te doorbreken, en op sociaal-economisch vlak zijn ze het fundamenteel eens met het neoliberaal beleid, getuige daarvan de meest rabiate rechtse ‘euroscepticus’ Viktor Orban met zijn ‘slavenwetten’. Ook Thilo Janssen meent in de RLS brochure (pag. 24) dat ENF, EFDD en consoorten gemarginaliseerd zullen blijven op belangrijke posities, zoals die binnen de parlementaire commissies.

Ze kunnen wel van belang zijn op nationaal vlak, aldus Janssen, en het is via dat niveau dat de Raad van ministers en de Europese Raad bijeenkomen, de cenakels van het ‘intergouvernementeel’ Europa. Enzo Traverso denkt niet dat de EU kan overleven als extreemrechtse bewegingen in West- en Midden-Europese landen de volgende verkiezingen in de EU winnen; de EU zou “waarschijnlijk niet van de ene op de andere dag verdwijnen, maar de ineenstorting van de EU zou op de middellange termijn onvermijdelijk worden.”. Men kan daaraan twijfelen. Een consequent verzet tegen het economisch beleid is, zoals we reeds vermeldden, niet te verwachten. Het verzet tegen het (zeer bescheiden) Europees spreidingsplan voor asielzoekers zou toenemen, maar de steun voor het huidig beleid, versterking en militarisering van Frontex, zou alleen maar toenemen. Op het gebied van sociale rechten heeft de EU nu eenmaal ook geen voortrekkersrol die door een grotere invloed van extreemrechts in het gedrang zou komen. Wat betreft de rechtsstaat heeft de EU in Hongarije, Polen of Spanje ook niet bewezen orde op zaken te kunnen stellen. En de sterke regimes in Oost-Europa zijn de hevigste adepten van een versterking van de NATO en een anti-Russische politiek. Dat alles wijst eerder op een versterking van het EU-beleid dan van een bestrijding ervan.

Het is vooral indirect dat een vooruitgang van extreemrechts zich op het Europese niveau zal laten gevoelen. In de betrokken lidstaten kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn, op het gebied van werkersrechten, rechten van minderheden en immigranten, eventueel ook op het gebied van een ‘soevereine’ klimaatpolitiek met behoud van kolencentrales, uitbouw van kernenergie, enzovoort.

De politieke conclusie van dit alles is dat de linkerzijde in Europa haar verantwoordelijkheid moet opnemen om een geloofwaardig alternatief te bieden. Of daar aanstalten toe genomen worden moeten we misschien in een andere bijdrage bespreken.

(*1) Wie een gedetailleerder beeld wil verwijzen we naar de brochure Far-right parties and the European Union, a love-hate relationship, uitgegeven door de Rosa Luxemburg Stiftung, februari 2016 (verder aangeduid als “RLS brochure”) en geschreven door de politieke wetenschapper Thilo Janssen, sinds meer dan 10 jaar medewerker van de linkse fractie in het Europees Parlement. We hebben van deze studie dankbaar gebruik gemaakt voor het schrijven van dit artikel. Het aantal hieronder vermelde leden van een groep kan soms een paar eenheden afwijken van wat men elders vindt, dit tengevolge van eventuele latere bij- of uittredingen uit de fractie.

(*2) Zie de volledige lijst op Europa Nu.

(*3) Dus met inbegrip van de Vijfsterrenbeweging, maar zonder Fidesz of Forza Italia.

(*4) Zie bv. Michael Löwy, Uiterst rechts: Een wereldwijd fenomeen, in Grenzeloos, 10 januari 2019.

(*5) Het is jammer dat de term eurosceptic (en euro-hostile) herhaald voorkomt in de RLS brochure, zonder één maal te vermelden dat er een onderscheid moet gemaakt worden tussen de noodzaak van samenwerking in Europees verband en de erkenning van de EU als geslaagde belichaming van zulke samenwerking. Zowel Nigel Farage als Costas Lapavitsas zijn ‘eurosceptisch’, maar er is een wereld van verschil tussen de twee.

(*6) Mudde maakt ook een onderscheid tussen extreem rechts en radicaal rechts, maar we houden het hier bij een eerste begripsafbakening. Zie Public Seminar, 7 augustus 2018, The Electoral Success of the Radical Right in Europe. Voor het al dan niet fascistisch karakter van extreem rechts, zie Enzo Traverso, Fascisme en postfascisme in Grenzeloos, 5 februari 2019,