Het boek van Joris Luijendijk (Uitgeverij Atlas Contact 2015) over de bankiers van de Londense City is zeer positief ontvangen. Terecht, het is een uitstekend voorbeeld van hoe een antropoloog een hem tot dan wildvreemde en primitieve bevolkingsgroep weet te onderzoeken, en daarvan helder verslag te doen.

Antropoloog? Ja zeker, Luyendijk heeft antropologie gestudeerd, en dat is te merken in zijn onderzoek. Wildvreemd? Inderdaad, hij valt van de ene verbazing in de anderen. Primitief? O ja, zeker. De inboorlingen van de City zijn eigenlijk zeer beperkte mensen, helemaal gefocusseerd op één doel: overleven in de jungle van de moderne volledig gemondialiseerde financiële wereld, liefst met een buitensporig inkomen. Het boek doet qua aanpak denken aan de beschrijving door Oscar Lewis van Five Families wonend in slums in Mexico. Alleen verblijven Luyendijks onderzochten zeker niet in krottenwijken, integendeel. Maar toch ook een vorm van slums, want houd je maar eens overeind in die keiharde wereld. Waar de door Lewis beschreven Mexicanen nog een zekere cultuur van solidariteit hebben, zijn de bankers vooral te kenschetsen als amoreel, erger dan immoreel, met als gezegd op één levensdoel gericht: overleven.

In die wereld loopt Luyendijk rond als Alice in Wonderland, ontdekkend dat er andere werelden zijn, mensen waarvan hij het bestaan niet had vermoed. Dat is op zich natuurlijk heel interessant. Maar waar hij zich vooral over verbaast en wat hem schrikbeelden bezorgt, is dat het hierbij gaat om mensen wiens handelen een enorme impact hebben op de wereld als geheel. Een kleine vergissing leidt gemakkelijk en in enkele minuten tot verliezen van miljoenen of miljarden. Niet alleen verliezen, ook winsten worden gemaakt, veel. Maar winsten kunnen alleen maar als anderen verlies leiden. En wie zijn dan die verliezers? Tja, wij als belastingbetalers (de banken zijn immers too big to fail), of pensioengerechtigden, of huurders van sociale woningen. Ook in Nederland hebben wij ervaren wat dat betekent voor heel veel mensen.

Het gaat niet alleen om winstmakers en verliezers, het gaat uiteindelijk bij Luyendijk om de stabiliteit van de wereldeconomie. Daarvoor neemt hij als mikpunt de crash van 2008. Uit de beschrijvingen die hij boven tafel weet te halen blijkt dat de wereld slechts “enkele millimeters”, zoals iemand in het boek het uitdrukt, verwijderd is gebleven van een diepgaande en langdurige economische wereldcrisis. En dit dankzij het amorele gedrag van een relatief kleine groep mensen die in hun lust op verrijking met de meest wanstaltige financiële producten kwamen die uiteindelijk bij een zacht windje van niet betalende hypotheekontvangers niets waard bleken. Plastisch zijn de door Luyendijk opgetekende beschrijvingen van paniek onder diezelfde masters of univers (een van de deelgroepen in dit wereldje) bij de val in 2008 van Lehman. Bijvoorbeeld bankers die in paniek naar huis bellen om de partner te zeggen snel naar de supermarkt te gaan om te hamsteren. Want ja, de keten van reacties begint bij de verlieslijdende financiële instellingen die geen kredieten meer kunnen of willen verstrekken en eindigt bij de supermarkten die geen kredieten meer krijgen om voorraden aan te vullen.

Waardoor kan deze groep mensen zo’n grote invloed hebben? Eigenlijk is de belangrijkste verklaring dat die hele financiële sector dankzij de in de jaren zeventig doorgevoerde neoliberale dereguleringen en dus dankzij de haast oneindige mogelijkheden van geldcreatie voor op winstmaximalisatie gerichte banken uitgegroeid is tot een enorm waterhoofd. En dan een waterhoofd dat nergens toe dient behalve de verrijking van enkelen. Want er wordt nauwelijks iets verricht dat nuttig is voor de samenleving. Het is voor het overgrote deel een overbodige bedrijfstak. En het einde van het liedje is dat de wereld opgescheept zit met een nieuwe bron van kwetsbaarheid. Er hoeft maar iets grondig mis te gaan of de duvel danst op tafel. Weer een kwetsbaarheid erbij. Het op dit moment mondiaal heersende economische en politieke stelsel heeft er al heel wat opgeleverd. Ingrijpende veranderingen van klimaat, uitdijende gewapende conflicten in het Midden-Oosten, uitgeput rakende landbouwgronden en visgronden, miljoenen wanhopige mensen op zoek naar een veiliger bestaan, om maar enkele voorbeelden te noemen. En daar komt die financiële kwetsbaarheid bovenop.

Luyendijk bespreekt ook de noodzaak van maatregelen om de misstanden aan te pakken. Er zijn al vele de laatste jaren in discussie geweest: hogere buffers bij de banken, versterkte controle op het handelen van de bankiers, opsplitsing van de financiële molochs, wereldwijde monetaire coördinatie, en zo meer. Luyendijk is daar zeer pessimistisch over. Wat is er nu echt doorgevoerd? Verhoging van de buffers? Dat is tot minder dan tien procent beperkt gebleven. Versterkte controle? Er zijn maar enkele controleurs extra aangesteld, bovendien verkeren die niet of nauwelijks in de positie om goed te kunnen volgen wat er gebeurt. Laat staan dat zij over voldoende deskundigheid beschikken om te kunnen begrijpen wat die quants in de banken allemaal bedenken en doorvoeren. En zeker de in de banken werkzame interne controleurs zijn dusdanig vervlochten met de bredere belangen van de banken dat zij grote aarzelingen hebben om in te grijpen. Opsplitsing? Komt niets van terecht. Mondiale coördinatie? Evenmin gerealiseerd.

Het beeld dat overblijft uit dit boek is dat van een vliegtuig met een lege cockpit dat met grote vaart gaat in de richting van…, van wat eigenlijk?, in ieder geval van een nieuwe crash waarvan de contouren nog niet duidelijk zijn maar die er hoe dan ook toe zal leiden dat mensen wereldwijd in grote onzekerheid zullen komen te verkeren, en bijvoorbeeld voor gesloten supermarkten komen te staan. Wat rest ons, gewone burgers dan nog? Proberen te overleven.

Op allerlei plekken in ook Nederland zijn groeiende aantallen mensen bezig met een grondig onderzoek naar de aard en gevolgen van het heersende economisch stelsel. En dat niet alleen, vele alternatieven worden bedacht en ontwikkeld en deels ook in praktijk gebracht. Dat is verheugend om mee te maken. Steeds meer gaat het daarbij om de vaststelling dat dit stelsel systeemkenmerken heeft die uiteindelijk hebben geleid tot gedrochten als de moderne banken. Het debat gaat steeds meer ook over de noodzakelijke doorvoering van echt structurele veranderingen. Daar is niets mis mee, integendeel. Maar wat na lezing van het boek van Luyendijk opnieuw duidelijk wordt is dat wij met aardscheerders te maken hebben die wel heel dichtbij komen.

Lars von Trier kan er zó een nieuwe Melancholia van maken. En dus wordt steeds meer de vraag hoe dat te overleven. Overlevingseconomie, dat moet de nieuwe economie óók zijn. Op de heel korte termijn moeten wij ons de vraag stellen hoe de dreigende en ingrijpende calamiteiten aan te kunnen om op zijn minst het hoofd boven water te houden. Mensen met een moestuin, bijvoorbeeld hebben in de toekomst meer kansen op overleven dan mensen zonder. En dan nog blijft de vraag hoe de nieuwe Hungergames buiten de deur te houden.