De Occupy beweging is dood, wordt ons verteld. Maar in Spanje maakte een jonge partij met roots in de beweging van de Indignados (de furieuzen), de Spaanse pedant van Occupy, zijn opwachting vlak voor de Europese Parlementsverkiezingen. En sleepte bij de eerstvolgende verkiezingen direct een grote overwinning uit het vuur. Podemos (letterlijk: ¨wij kunnen¨), volgens peilingen momenteel opgeklommen naar de derde partij van het land, heeft de gevestigde orde inmiddels behoorlijk aan het schrikken gemaakt.

Misschien kon je erop wachten. Spanje heeft een broeierig politieke historie vol gepolariseerde strijd. Vanuit een onverwerkt verleden, de dictatuur onder leiding van de fascistische generaal Franco (nog gewoon geëerd in straatnamen en monumenten), sluimert al geruime tijd een gevoel dat er eindelijk eens korte metten gemaakt moet gaan worden met de onderdrukking van kennis over de wreedheden van dat regime. Doop dat sentiment in de reeks van crises die Spanje momenteel treft, en wellicht wordt het duidelijker waarom radicaal links haar aantrekkingskracht begint te verzilveren.

Een drievoudige crisis

Territoriaal staat het land onder grote druk zijn geforceerde, uit Madrid geleide eenheid te bewaren. Baskenland en Catalonië opteren voor afscheiding, pogingen die realistische vormen beginnen aan te nemen. De Spaanse staat is er vooralsnog in geslaagd het referendum dat Catalonië op korte termijn (9 november) wil houden, de nek om te draaien en illegaal te verklaren. De vraag is hoelang de druk nog kan worden doorstaan.

De politiek in Spanje lijdt aan een baantjes carrousel van ¨políticos¨ (politici, ex-politici en andere partijbonzen) die het land in een ijzeren wurggreep houdt. Politiek, bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld, zij zijn allemaal doordrenkt met politieke benoemingen. De Partido Popular (PP, conservatieven, de Spaanse VVD/CDA) en PSOE (Partido Socialista Obrero de España, de Spaanse PvdA) regeren om en om, maar volgen feitelijk net als in de VS een biparticratische macht waarbinnen feitelijk niet erg veel onderscheid te vinden is tussen de twee facties.

Het maakt dan ook vrij weinig uit welke partij regeert. Als betrouwbare technische operators van een staat die in een neoliberaal EU web geweven zit, voeren zij zonder mededogen het ECB (Europese Centrale Bank) beleid uit ten faveure van de positie van investeringskapitaal. De PSOE betuigt daarnaast ook nog hulde aan de nieuwe koning – de troonswisseling van dit jaar gaf in het voormalige Republikeinse Spanje heel wat meer reuring dan in Nederland – en belijdt geloof aan alle EU maatregelen. Onze handen zijn gebonden, heet dat in TINA (There Is No Alternative) vaktermen. Dat zijn geen zaken waar serieus linkse kiezers of onder crisis lijdende burger mee uit de voeten kunnen. Zowel de PP als de PSOE, niet in de regering, verloren dan ook keihard in de laatste verkiezingen.

Het geloof in de politieke orde is verpulverd. Gevallen van corruptie binnen de politieke sfeer sijpelen uit alle kieren en gaten van het bestel. De kwestie Bárcenas, de ex-penningmeester die ook de zwarte boekhouding van de PP bestierde, en het geval Pujol, de voormalige Catalaanse president die financieel malverseerde, hebben het laatste beetje respect voor de políticos laten wegebben. Zelfs binnen de koningsfamilie dook een geval van corruptie op, toen prinses Cristina en haar man met koninklijke privileges contracten regelden en daar gelden van bleken te hebben weggesluisd. Satirische weekbladen als El Jueves kunnen dagelijks hun pagina´s vullen met sarcastische spot over hooggeplaatsten met geheime bankrekeningen.

Natuurlijk is daar ook de economische crisis, een behoorlijk diep ingrijpende faux-pas van het kapitalistische systeem die maar niet te overwinnen lijkt. Spanje is als land in de ¨periferie¨ van de Europese economie hard getroffen. De huizenmarkt is finaal ingestort en de werkloosheid, zeker onder jongeren, heeft recordhoogten bereikt. De staatsschulden lieten Spanje bijna in de afgrond tuimelen; het land was gedwongen de hand op te houden bij het noodfonds van de ECB, met alle gevolgen voor de binnenlandse politiek van dien. De mensen in de straat lijden. Tegelijkertijd ziet men wel in een reeks van corruptieschandalen dat de elite druk bezig is geweest vermogen naar belastingparadijzen weg te leiden. Wie daar geen woede van ondervindt, heeft het nog steeds niet begrepen of is op één of andere manier traditioneel gebonden aan de status quo.

En we noemen haar Podemos...

Gezien het voorgaande, is het niet zo vreemd dat mensen zich wensen te organiseren rond veranderingen die eenvoudig uitvoerbaar zijn en tot verlichting van dagelijkse ellende leiden. De Indignados voerden op 15 mei 2011 (¨15-M¨) en de weken erna al grote demonstraties in het hele land, van Plaza de España in Barcelona tot de straten van het kleinste gehucht. Ook zelfhulpgroepen als de PAH (Platforma de Affectados por la Hipoteca), die strijdt tegen uithuiszettingen, hebben hun stem laten horen en hun actiebereidheid aangetoond. Podemos zou misschien een volgende stap kunnen zijn om de aanstichters van de crisis uit hun ivoren torens te jagen.

Een groep intellectuelen begon in de eerste winterdagen van 2014 de kar te trekken in de richting van een politieke partij. De geboorte van Podemos kwam tot stand in het politieke manifest

Mover ficha: convertir la indignación en cambio político (De kaarten verleggen: woedende verontwaardiging omzetten in politieke verandering, spaans pdf), gepresenteerd in het weekend van 12 en 13 januari 2014. Het manifest werd ondertekend door dertig intellectuelen en persoonlijkheden, waarna de karrensporen zich verder uitrolden over het Spaanse politieke landschap.

Blikvanger en voorman vanaf het eerste uur is Pablo Iglesias Turrión, als professor in de politicologie verbonden aan de Universiteit van Madrid en presentator van de talkshow La Tuerka. Iglesias onderscheidt zich als een scherp debater, die met heldere taal en eigenzinnigheid de misstanden bloot legt die de politieke mastodonten in de Spaanse samenleving veroorzaken. Hij ontmaskert hun dubbelhartige retoriek en schoont de betekenis op van politieke begrippen die zij met hun gekonkel hebben gemanipuleerd en aangetast. Ook de andere mensen van Podemos in de frontlinie van media-exposure weten waarover ze het hebben. Dat wekt bij veel mensen nieuw vertrouwen op in een tijd van gedraai en corrupt gedrag.

De partij heeft de pragmatische, van orthodox marxisme afgepelde visie op klassenstrijd van Indignados/Occupy overgenomen, het verhaal van de ¨1%¨ tegen de rest (¨Wij zijn de 99%!¨). Hoewel als analytisch begrip wel heel erg vloeibaar, kan het haast niet duidelijker en rechter voor zijn raap. Het zet de grootste winnaars van de financialisering en neoliberalisering van de politieke economie in een eenvoudige handbeweging tegenover een bevolking die te lijden heeft onder de economische crisis. Dat sluit aan bij breed gevoelde weerzin onder de massa tegen de corrupte politieke elite, door de aanhangers van Indignados en Podemos ¨la casta¨ genoemd, een kaste die feitelijk beleid bedrijft voor en door de 1%.

Een basismethode

Podemos zet zich af tegen de bezuinigingsmaatregelen die de Spaanse regering in opdracht van de ECB uitvoert. Men hamert op de hypocrisie van de twee grote partijen en levert in scherpe taal kritiek op de corruptie die de politiek in haar greep heeft. De politiek zou gericht moeten zijn op het oplossen van de problemen van de crisis voor gewone mensen, met name uithuiszettingen en jeugdwerkloosheid, in plaats van zelfverrijking.

De partij spreekt daarbij een duidelijke voorkeur uit voor een ¨basismethode waarin de bevolking zelf kan kiezen¨. Dat klinkt als een simpele weergave van het oude idee van de participatieve democratie, waarin de bevolking niet alleen maar wordt gezien als passieve toeschouwers die al hun zaken maar moeten overlaten aan de politieke experts. Het spreekt de moe bezuinigde bevolking kennelijk aan. Zij zien in wiens belang de ¨experts¨ momenteel opereren en dat maakt hongerig naar een manier om de zaken in eigen hand te nemen.

¨¡Es la hora de la gente!¨ (Het is het uur van het volk!) roept de burger direct op haar gestolen volkssoevereiniteit terug te eisen. Door participatie in het politieke proces te verkiezen boven representatie kan de partij zich als nieuwe politiek presenteren. Grote verhalen ontbreken, theoretische bespiegelingen en bijbehorende karakteristiek linkse symboliek worden bewust gemeden. De vorm is ontdaan van traditionele marxistische terminologie, oud links jargon en andere prietpraat waar een burger in nood niet op zit te wachten.

Daar is over nagedacht, of beter: daar had de Indignados/Occupy beweging al over nagedacht, om het platform een brede basis te kunnen geven. De beweging, en Podemos in haar slipstream, verspreiden verstandige ideeën en waarden die voor iedereen logisch klinken en eigenlijk als vanzelfsprekend aanvoelen. Democratische controle over banken en belangrijkste economische sectoren. Einde aan het Europees opgelegde bezuinigingsbeleid. Opstarten van een sociaal huisvestingsprogramma. Democratie, soevereiniteit en gelijkheid zijn waarden die de Spanjaard al meer dan honderd jaar diep in de politieke genen zit.

Podemos noemt zichzelf een *methode*, een faciliterend vehikel als het ware voor burgerparticipatie. Niemand weet immers beter wat er nodig is, wat burgers nodig hebben, dan de burgers zelf. De partij kent drie openingen voor invloed op het programma: men kan op individuele titel deelnemen aan online debat, men kan zich bemoeien met Podemos ¨cirkels¨ (geen partij-afdelingen met leden, maar lokale of sectorale affiniteitsgroepen die voor iedereen open staan) en men kan via online referenda over amendementen stemmen. Er zijn al cirkels in diverse landen, waaronder Engeland, Duitsland, Denemarken en België.

Vier maanden na aanname van het politieke manifest scoorde de partij een onverwacht grote overwinning bij de Europese verkiezingen. Vijf van de 54 zetels die voor Spanje open staan in het Europees parlement, zijn ingenomen worden door het paars van Podemos. In opiniepeilingen zijn zij momenteel opgeklommen naar de positie van op twee na grootste partij van het land. Het succes is even snel als bedreigend voor de gevestigde partijen opgekomen.

Kritiek en verdachtmakingen

Met het succes zijn ook de pogingen gestart Podemos een kopje kleiner te maken. De methoden om geloofwaardigheid van partij en haar voorman te vernietigen komen niet onbekend voor. De bevolking moet vooral angst worden aangejaagd, waarbij ondertussen de partij beschoten wordt met

verdachtmakingen, zodat men meer tijd bezig is met haar onschuld te bewijzen dan met assertief programma punten naar voren brengen.

 

De PP staat als rechts-conservatieve partij met haar wortels in het Franquistische verleden uiteraard zeer vijandig ten opzichte van de linkse nieuwkomer, en begon direct vanuit eigen linies de partij te bestoken. Podemos wordt neergezet als een club extreem linkse subversieven voor wie God noch wet betekenis hebben. Het zijn ¨relschoppers¨ en ¨antidemocraten¨ die zich verlaten op het plegen van rellen en dreigen ¨het parlement met geweld over te nemen¨. Ze moeten beoordeeld worden als vijanden van de staat, als landverraders, communisten die van Spanje een dictatuur zoals Cuba of Venezuela wensen te maken. Of als nazi´s, die vergelijkbaar snel en dreigend opkwamen, en als enige doel hebben de PP´ers in het gevang te smijten of zelfs te vermoorden. Er is kennelijk geen vergelijking die niet passend is.

 

 

 

De PSOE is over het algemeen iets gematigder en heeft een factie in de gelederen die samenwerking wel ziet zitten (de oude marxistische tak, verenigd in Izquierda Socialista, ofwel ¨socialistisch links¨). Maar ook vanuit de monden der sociaal democratische partijtijgers vertrekken zo nu en dan aanklachten waarin misbruik van het verleden niet geschuwd wordt. Volgens partijbons Ximo Puig is Iglesias bijvoorbeeld weinig minder dan Gaetano Mosca, de ideoloog van Mussolini´s zwarthemden, die geen serieus nieuwe ideeën voortbrengt, maar alleen onbehagen inzamelt en schiet op de representatieve democratie.

Wel neemt hij diens stemmers serieus. Die zouden uiteraard via een ¨open debat¨ de weg naar de PSOE weer moeten terugvinden.

Ook oud minister-president Felipe González liet zich vrij snel horen. Het zou een regelrechte ramp zijn als een partij het voor het zeggen kreeg, die Spanje wil beïnvloeden met ¨enkele regressieve utopieën" die momenteel leven in ¨Bolivariaanse alternatieven¨ – waarmee González de linkse regeringen in Latijns Amerika bedoelt. We hebben het eigenlijk in de jaren zestig allemaal al eerder gezien, vervolgt hij, en afgestempeld als onzin toen ¨de maskers afvielen¨.

In Nederland zou González een regent worden genoemd die zelfs in staat is gebleken ¨Nieuw Links¨ in de PvdA te mijden als de pest. In Spanje noemt hij zich socialist.

De nieuwe, jonge en frisse partijvoorzitter Pedro Sánchez liet al weten onder geen beding te gaan samenwerken met Podemos. In een bijzondere partijcongres besteedde hij verrassend veel tijd aan bezweren van de geest die uit de fles van falend PSOE beleid gekropen is. Maar met demagogen en populisten valt niets te beginnen, vindt Sánchez. Bovendien is Podemos de partij van ¨lege verhalen waar de rekeningen niet mee rond komen¨ en ¨een pad verleggen wil in de richting van chavistisch Venezuela¨. De PSOE zou zich kennelijk moeten richten op een positie als middenpartij – zo´n 20 jaar na Blair en Clinton wel redelijk laat – om hun verloren politieke machtsbasis in ere te herstellen. In dat geval ga je niet samen in een regering zitten met ¨extremisten¨ van beide zijden, waarmee de voorzitter PP en Podemos aanduidt met het doel zijn partij in het behaaglijke politieke centrum te nestelen. Men herkent misschien nog de kritiek die Kok ooit had op GroenLinks.

Ook de massamedia laten zich niet onbetuigd. El País brak de ban. De krant, die zich vroeger lieerde aan de PSOE, lijkt heden ten dage wel een samenwerkingsverband met Amerikaanse mantelorganisaties te zijn aangegaan ter bestrijding van het gevaarlijke Bolivariaanse complot. Wekelijks brengen zij artikelen die de chavista regering in Venezuela in een kwaad daglicht stellen. De krant beschuldigde Podemos ervan zich te hebben laten financieren door de Venezolaanse staat, voor een bedrag van 3,7 miljoen euro. Podemos beklaagde zich in een verklaring over dergelijke ¨verraderlijke informatie¨, ontkende de beschuldiging en leverde bewijs voor het tegendeel. De partij besloot vanaf dat moment haar hele financiële hebben en houwen te openbaren, door de lopende rekening te publiceren op haar website onder de naam ¨Heldere Rekeningen¨ (Cuentas claras). Een grote overwinning voor El País. Niet de corrupte partijen, maar Podemos werd gedwongen tot transparantie.

El Mundo deed het niet voor minder. Deze landelijke krant met haar statige conservatieve historie maakte zich hard voor de verdachtmaking, al opgedoken in kringen van de PP, dat Iglesias het goed voor zouden hebben met de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Dat is de ultieme zonde in de Spaanse politiek. Podemos reageerde met een openlijke verklaring dat zulk een perfide stroom van insinuaties, verdachtmakingen en beledigingen een teken was dat ¨la casta¨ zich nu echt serieus bezorgd begon te maken. Wel werd Iglesias gedwongen in het openbaar afstand te nemen van de ETA.

Herdemocratisering van de maatschappij

Ondanks de veelvuldige aanvallen, is de partij erin geslaagd een politiek programma af te leveren (pdf). Opvallend is inderdaad dat het geen expliciet theoretisch kader of vergezicht aanhaalt, zoals je dat vaak wel ziet in partijprogramma´s. De nadruk ligt ongemerkt wel op waarden uit de Verlichting en Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, broederschap en soevereiniteit, waarden waar de huidige aristocratie ver vanaf lijkt te zijn geraakt. In vier hoofdstukken worden rond die bekende kernwaarden, aangevuld met hoofdstukken over de economie en de aarde, heldere programmapunten geformuleerd.

De ondertitel van elk onderdeel luidt telkens ¨construir la democracia¨ (opbouwen van de democratie), waarmee Podemos aangeeft dat een realistische vorm van democratie iets anders zou moeten zijn dan wat er nu is. De maatschappij moet eigenlijk ¨geherdemocratiseerd¨ worden. De oude bastions van representatie, die tot zoveel corruptie en crises hebben geleid, moeten onder controle van de burgers worden gebracht. De voorstellen die de partij daarvoor doet, zijn op zichzelf redelijk en realistisch.

Het programma legt dus veel nadruk op democratisering (referenda, maar ook burger participatie in bestuur van overheidssectoren), anti-fraude maatregelen en intra-Europese samenwerking op fiscaal gebied en corruptiebestrijding. Zorgen over precaire arbeid worden behandeld, men is voor een 35-urige werkweek en het gelijk trekken van de status van sociale burgerrechten (recht op gezondheidszorg, huisvesting, transport, educatie, water, gezond voedsel) aan politieke burgerrechten (vrijheid van meningsuiting, stemrecht, vrijheid van discriminatie, enz.).

Belangrijke punten zijn uiteraard dat de partij wil strijden voor het basisinkomen en een sociaal huisvestigingsprogramma, concrete voorstellen voor concrete problemen die onder de getroffen bevolking leven. Privatiseringen van belangrijke staatsactiviteiten moeten worden ingetrokken en bij elke volgende privatisering van ¨eigendom van de burgers¨, zullen diezelfde burgers per referendum moeten kunnen beslissen. Daar zit een keiharde logica in. Zeer interessant is ook het idee voor een democratisch bestuurde Volksbank, die vanuit een fonds dat wordt gevuld door de overheid, projecten zou moeten financieren voor en door de burgers. Wanneer de financiële markten falen, corrupt zijn en alleen grote bedrijven bedienen, dan kun je beter Volksbanken oprichten.

Podemos is EU-kritisch, maar niet Europa onvriendelijk. In het programma staan diverse punten waarbij internationale samenwerking vereist en gewenst is. De focus is dan wel verschoven van een EU voor Big Business naar een EU voor de burgers. De partij wil ook dat er een Europese Commissie voor Participatie wordt opgericht, die democratisering gaat aanjagen op Europees niveau en de EU moet gaan controleren op haar mogelijkheden voor burgers om in besluitvorming te participeren. Spanje zou zich in internationaal verband moeten inzetten voor vrede, solidariteit met andere volkeren (ook op het gebied van immigratie en Fort Europa) en dus ook een referendum moeten houden of het land nog lid moet blijven van de NAVO. Dat laatste punt is in Nederland in geen enkel programma meer te vinden.

Pragmatisch of reformistisch?

De politiek is eigenlijk dood, zeker in landen onder strenge curatele van de ECB. Podemos heeft er in Spanje weer leven in gebracht. Of dat een goede zet is geweest, moet nog blijken. Misschien verdient de partijpolitiek het wel volledig te gronde te gaan.

Eigenlijk kan Podemos worden gezien als een radicaal democratische beweging die is gegrondvest op de oude waarden uit de Franse revolutie, waarden die door corrupte neoliberale partijen van hun betekenis zijn ontdaan. Op zichzelf is dat niet heel erg vernieuwend, maar het is wel wat de Spaanse bevolking momenteel goed kan gebruiken. De ¨Methode¨, de direct democratische wijze waarop de bevolking inbreng heeft in het programma, is overigens wel degelijk vernieuwend. En gold niet dat ¨the medium is the message¨?

Men zou zich de vraag kunnen stellen of Podemos een pragmatische voortzetting is van het verzet op straat of gewoon een zoveelste reformistische partij, die zijn eigen plekje onder de zon najaagt. Podemos zou kunnen worden gezien als een ¨voorhoedepartij¨ van intellectuelen, met een buitenparlementaire basis. Dat in tegenstelling tot de bewegingen waar zij haar bestaansgrond aan dankt, die niet parlementair gericht zijn en bouwen op principes als leaderless resistance (verzet zonder leiders) en vloeibare organisatievormen. Het anarchistische element van de Indignados en Occupy is daarmee wel verlaten. Het programma doet veel aan democratisering en controle over bepaalde economische sectoren. Controle door burgers is belangrijk, maar door werknemers? Nergens is iets te vinden over interne democratisering van het bedrijfsleven of worden aanzetten gegeven voor werknemerscontrole, waaruit blijkt dat men niet geput heeft uit het rijke anarchosyndicalistische verleden van Spanje.

Veel van wat de partij voorstelt, zou allemaal zo uit het partijprogramma van GroenLinks zo´n 15-20 jaar geleden kunnen komen, of uit het programma van de SP van 10 jaar geleden. Podemos ziet nog steeds een grote rol voor de staat, het enige alternatief binnen het vertrouwde politieke kader om de politiek te kunnen bijsturen in een gewenste richting. Maar een partij als middel om het partijensysteem om te vormen, gaat dat werken? En waarom hebben de inspiratoren zich niet gewoon aangesloten bij Izquierda Unida (IU, Verenigd Links, een verbond van de oude communistische partij met een aantal andere kleine linkse partijtjes?

De creatie van een politieke partij maakt vatbaar voor wolf-in-schaapskledij aanvallen. De relschoppers gaan weliswaar mee in de partijpolitiek, zou men kunnen zeggen, maar eigenlijk willen ze het parlement omver werpen. Of wel, in hoeverre zal de partij serieus worden genomen en kunnen samenwerken om binnen een ongewijzigde politieke structuur ook maar iets van de programmapunten te verwezenlijken. De IU symboliseert misschien oude politiek met oude retoriek en speelt in bepaalde regio´s samen met de PSOE de baas. Maar als Podemos dat niet wil, waarom is men dan überhaupt een partij geworden?

Het gaat veel over de poppetjes, met name over eerste onder gelijken, Pablo Iglesias, wat congruent is met de persoonsgerichtheid waar de hedendaagse politiek zo sterk aan lijdt. Dat levert in eerste instantie weliswaar succes op, maar het kapselt ook in. Het gevaar dreigt dat de poppetjes zich op een bepaald moment gaan gedragen naar wat in de media van ze gewenst wordt. De leuke man met paardenstaart, die zo anders formuleert dan de rest van de políticos en de mannen in pakken zo spitsvondig aanpakt (Iglesias), wordt dan een gimmick. De kans dat het succes afbladdert zodra het nieuwe er af is, lijkt dan ook behoorlijk groot. Zeker als de partij beschadigd raakt door een continue stroom van verdachtmakingen.

Het belang van de cirkel

De politieke mogelijkheden om te manoeuvreren in het Spaanse landschap zijn niet talrijk. Het is uitgesloten dat Podemos in een regering met de PP of de PSOE stapt. Samenwerken in de oppositie is misschien mogelijk met de PSOE, indien de PP regeert. Een oppositioneel verbond met IU lijkt meer voor de hand te liggen. IU is daar zeker toe bereid, sterker nog, ze roept Podemos op tot samenwerken, omdat anders een prijs zal moeten worden betaald. Maar wel onder voorwaarden. Eerst zou Podemos een adequate partijstructuur moeten oprichten. Jammer genoeg voor IU is afwijking van de oude rigide partijstructuur nou net wat Podemos onderscheidt van de rest.

In ieder geval geeft de partij de burger weer moed en kracht (¨Claro que podemos¨, Natuurlijk kunnen we het!). De aanklacht tegen de corrupte kaste van rijken en políticos, de op praktische problemen gerichte politiek en de gedepolitiseerde taal maakt de partij aantrekkelijk voor brede lagen van de bevolking. Dat de partij zou bestaan uit lege populistische kretologie, geen concrete ideeën heeft voor concrete problemen of te vaag is (zoals de kritiek vanuit de gevestigde orde op Occupy en aanverwanten ook altijd luidt), is onterecht. Levensvatbaarheid op lange termijn is wel discutabel. Net als bij SP en GroenLinks zou de status quo er uiteindelijk in kunnen slagen de scherpe randjes er vanaf te vijlen.

Niettemin kan de partij, als brandpunt van organisatie, wel een belangrijke rol spelen in de buitenparlementaire ruimte. Zo zouden burgerplatforms, onder omstandigheden van toenemende crisis, veel kunnen hebben aan de infrastructuur die partijen als Podemos en het Griekse SYRIZA op dit moment in elkaar timmeren. De cirkels bieden een gelegenheid om naast de gebieden waarin men actief of werkzaam is, samen te komen en met elkaar van gedachten te wisselen over alle zaken die men als burger treffen. Op die manier kunnen talrijke dwarsverbanden worden gecreëerd, niet per se alleen met linkse organisaties. Er kan ook een coördinatiepunt worden ingericht, voor verzet, alternatieve organisatiemodellen en internationale samenwerking.

Iets dergelijks hebben we inderdaad al eerder gezien, daar moet Felipe González gelijk in worden gegeven. Het is belangrijk dat er geen hiërarchische structuur ontstaat van mantelorganisaties die ondergeschikt zijn aan het partijbelang. Maar de creatie van horizontale samenwerkingsverbanden voor collectieve actie die praktische problemen van burgers aankaart, lijkt – hoewel vol met kuilen en hobbels – vooralsnog de enige realistische weg naar verbetering.