Wij leven in een wereld van overvloed. Er wordt, volgens gegevens van de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, op de wereld voedsel geproduceerd voor 12 miljard mensen terwijl er op onze planeet 7miljard mensen wonen. Het voedsel is er dus. Hoe komt het dan dat één op de zeven mensen op aarde honger lijdt?

De voedselcrisis die meer dan 10 miljoen mensen in de Hoorn van Afrika treft, plaatst weer eens een ramp op de agenda waar niets natuurlijks aan is. Droogte, overstromingen en gewapende conflicten dragen allemaal bij aan het verergeren van een situatie van extreme voedselkwetsbaarheid, maar zij zijn niet de enige factoren die deze verklaren.
De situatie van hongersnood in de Hoorn van Afrika is niet nieuw. In Somalië is al twintig jaar een situatie van voedselonzekerheid. En regelmatig worden wij als we comfortabel op de bank zitten door de media geïnformeerd over het dramatische effect van honger in de wereld. In 1984 stierven er bijna een miljoen mensen in Ethiopië; in 1992 stierven 300.000 Somaliërs van de honger; in 2005, balanceerden bijna vijf miljoen mensen op de rand van de dood in Malawi om maar enkele gevallen te noemen.

De honger is geen onvermijdelijk noodlot dat bepaalde landen treft. De oorzaken van de honger zijn politiek. Wie controleert de natuurlijke rijkdommen (grond, water, zaden) die voor de voedselproductie noodzakelijk zijn? Wie profiteren van het beleid op het vlak van de landbouw en voedsel? Vandaag de dag is voedsel vooral koopwaar en zijn hoofdfunctie, het voeden van mensen, is op de tweede plaats komen te staan.

De droogte met als gevolg het verlies van oogsten en vee wordt genoemd als één van de belangrijkste oorzaken van de hongersnood in de Hoorn van Afrika. Maar hoe is het te verklaren dat in landen als de Verenigde Staten of Australië, die perioden van sterke droogte kennen, geen extreme honger voorkomt? Blijkbaar kunnen meteorologische fenomenen de voedselproblemen verergeren, maar zijn ze onvoldoende om de oorzaken van de honger te verklaren. Voor de voedselproductie is zicht op de controle over de natuurlijke rijkdommen zeer belangrijk om te begrijpen wie er produceert en waarom. 
In veel landen in de Hoorn van Afrika, is de toegang tot grond schaars. De massale aankoop van  vruchtbare grond door buitenlandse investeerders (agroindustrie, overheden, speculatiefondsen) heeft duizenden landbouwers van hun grond verdreven en het vermogen van deze landen om zichzelf te voeden verminderd. Zo zien we dat, terwijl het wereldvoedselprogramma probeert om aan een miljoen vluchtelingen in Soedan voedsel te verstrekken, buitenlandse overheden (de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Korea) grond opkopen om voedsel voor hun eigen bevolking te produceren en uit te voeren.

Ook is het goed om in herinnering te brengen dat Somalië, ondanks de regelmatig terugkerende droogten, tot eind van de jaren zeventig zelfvoorzienend was wat betreft voedselproductie. Daar kwam pas de afgelopen decennia een einde aan. Het begon in de jaren '80 toen Somalië door het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank een bepaald beleid werd opgelegd zodat het land zijn schuld aan de Club van Parijs (de rijke geïndustrialiseerde landen) kon afbetalen. Dat beleid hield in de toepassing van een reeks aanpassingsmaatregelen. Wat betreft de landbouw betekende het een beleid van commerciële liberalisering en het openen van hun markten voor de massale import van gesubsidieerde producten als rijst en tarwe van Noordamerikaanse en Europese agro-industriële multinationale ondernemingen die hun producten onder de kostprijs aanboden en zo de lokale producenten met valse concurrentie verdreven. De periodieke devaluaties van de Somalische munt leidden tot de stijging van de prijs van de kunstmest  en de productie van monoculturen voor de export leidde tot een gestage trek van de bevolking weg van het platteland. Een vergelijkbare ontwikkeling deed zich niet alleen voor in landen in Afrika, maar ook in Latijns Amerika en Azië.

De prijsstijgingen van basisgranen is één van de elementen die genoemd worden als oorzaak van de hongersnood in de Hoorn van Afrika. In Somalië, steeg de prijs van maïs en rode sorghum respectievelijk met 106% en 180% in amper een jaar. In Ethiopië stegen de kosten van tarwe 85% in vergelijking met vorig jaar. En in Kenia bereikte de maïs een waarde 55% boven die van 2010. Die prijsstijgingen hebben het voedsel onbereikbaar gemaakt. Maar wat zijn de redenen van het stijgen van de prijzen? Er zijn allerlei aanwijzingen dat speculatie met de voedselgewassen één van de belangrijkste oorzaken is.

De prijs van voedsel wordt bepaald op de beurzen, de belangrijkste daarvan op wereldschaal is de beurs van Chicago, terwijl in Europa het voedsel vooral verhandeld wordt op de beurzen van Londen, Parijs, Amsterdam en Frankfurt. Tegenwoordig gaat het bij het grootste deel van de aankoop en  verkoop niet om echte handel in producten. Er is uitgerekend dat, in de woorden van Mike Masters van het hedge fund Masters Capital Management, 75% van de financiële investeringen in de landbouwsector van speculatief karakter is. De grondstoffen worden gekocht en verkocht met de bedoeling om te speculeren en er in te handelen wat uiteindelijk leidt tot een verhoging van de prijs van voedsel voor de eindverbruiker. Dezelfde banken, hedge funds en verzekeringsmaatschappijen die de hypotheek crisis hebben veroorzaakt zijn nu met voedsel aan het speculeren, waarbij ze gebruik maken van de sterk gedereguleerde wereldmarkten waar een hoog rendement is te halen.

De voedselcrisis op wereldschaal en de hongersnood in de Hoorn van Afrika in het bijzonder zijn een gevolg van de globalisering van de voedselgewassen ten dienste van privé belangen. De keten van productie, distributie en consumptie van voedsel is in de handen van een klein aantal multinationale ondernemingen die hun belangen stellen boven het collectieve belang en die in de loop van de afgelopen decennia, met de steun van internationale financiële instellingen, de capaciteit van landen in het zuiden om over hun eigen landbouw- en voedsel beleid te beslissen hebben uitgehold.

Keren we terug naar de beginvraag. Waarom is er honger in een wereld van overvloed? De wereld voedselproductie is sinds de jaren zestig verdrievoudigd, terwijl de wereldbevolking in die periode slechts verdubbeld is. Wij hebben niet te maken met een probleem van voedselproductie, maar met een probleem van de toegang tot voedsel. Zoals Olivier de Schutter de speciale VN rapporteur voor voedselrechten in een interview in El Païs signaleerde: “Honger is een politiek probleem. Het is een kwestie van sociale rechtvaardigheid en beleid van herverdeling”.

Als wij de honger in de wereld willen beëindigen is het dringend noodzakelijk om tot een ander landbouw- en voedselbeleid te komen. Een beleid waarbij de mensen en hun behoeften, zij die de grond bewerken en het ecosysteem centraal staan. Er moet uitgegaan worden van wat de internationale boerenbeweging ‘Via campesina’ ‘voedsel soevereiniteit’ noemt. We moeten het beslissingsrecht over wat we eten terugveroveren. Om een van de bekendste leuzen van de beweging van 15 mei (de bezetters van pleinen in diverse Spaanse steden) te lenen: er is de noodzaak van een werkelijke democratie nu, in de landbouw en de voedselvoorziening

-------------------------------

* Esther Vivas, van het studiescentrum voor sociale bewegingen van Universiteit Pompeu Fabra in Barcelona, is auteur van “Del campo al plato. Los circuitos de producción y distribución de alimentos.” Van het land op het bord, de keten van productie en distributie van voedsel.
Dit artikel verscheen op 30 – 7 -2011 in El Païs. Vertaling: Willem Bos/Grenzeloos.

Een zeer informatief interview met Olivier de Schutter is te vinden op: http://www.youtube.com/watch?v=rcV346OaBfI