ImageDe illusies van de neoliberale revolutie.

De dood in de winter van 2006 van Milton Friedman, de intellectuele leider van de beweging voor radicale vrijhandel, gaf alom aanleiding tot het opnieuw vertellen van wat Naomi Klein de 'officiële versie' van de geschiedenis van het neoliberalisme noemt. In deze versie voerde Friedman een 'vreedzame ideeënstrijd tegen de mensen die vonden dat regeringen de verantwoordelijkheid hadden om in de markt in te grijpen om de scherpe kantjes ervan te verzachten.' Voor deze marktfundamentalisten, die zich verenigden in de 'Chicago school of economics' departement aan de universiteit van Chicago, zat het tij echter lange tijd tegen. Sinds de Tweede Wereldoorlog bestond er namelijk een grote consensus over de rol van de overheid in de samenleving. Dit gold voor zowel de sociaal-democratieën in het westen als de communistische staten in het oosten als de nationalistische bevrijdingsbewegingen in het zuiden. Intensief overheidsingrijpen was hier de regel.

Sinds de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw, toen Thatcher in Groot-Brittannië en Reagan in de Verenigde Staten aan de macht waren, kwam hier verandering in. 'Eindelijk waren er politieke leiders die de moed hadden onbeteugelde vrije markten in de echte wereld in de praktijk te brengen,' zo verwoordt Klein de gedachtegang van de neoliberalen. Zij voegt daar aan toe: 'Volgens dit officiële verhaal waren de vrijheid en de welvaart die volgden nadat Reagan en Thatcher beiden hun markt vreedzaam en democratisch hadden bevrijd zo duidelijk wenselijk dat de massa's, behalve om Big Macs, ook om reaganomics vroegen toen dictatoriale regimes van Manila tot Berlijn ineen begonnen te storten.' Het is in deze versie van de geschiedenis dat Friedman een plek heeft veroverd als 'De man van de Vrijheid.'

De belangrijkste veronderstelling van deze officiële geschiedenis, waardoor Friedman de geschiedenis in kon gaan als intellectuele vrijheidsstrijder, is dat 'de triomf van het gedereguleerde kapitalisme uit vrijheid is geboren.' Meer nog, Friedman veronderstelde dat onbeteugelde vrije markten niet alleen samengaan met democratie, maar dat ze er ook de voorwaarde voor zijn. Voor Friedman zijn democratie en een strikt liberale economie twee zijden van dezelfde medaille. Het één is niet denkbaar zonder het ander. Ze veronderstellen elkaar.

Deze stellingname van de neoliberalen leidde er verder toe dat ze de socialistische en communistische ideologieën, die tenslotte een grote rol reserveerden voor de staat als planner van de nationale economie, vaak als inherent ondemocratisch en onderdrukkend beschouwde. Elke beknotting van de economische vrijheid is voor hen immers een inperking van de vrijheid op zich. Tegelijk met de opkomst van het idee dat radicaal vrije markten hand in hand gaan met democratie ontstond het idee dat democratie en socialisme, dat sociaal-democratie een contradictio in terminis is.

Naomi Klein heeft grote kritiek op beide bovenstaande redeneringen in haar nieuwe boek De shockdoctrine, De opkomst van rampenkapitalisme. Ze gaat zo ver dat ze deze officiële versie van de geschiedenis 'de meest geslaagde propagandacoup van de afgelopen dertig jaar' noemt. Klein heeft De shockdoctrine geschreven met de nadrukkelijke bedoeling de centrale stelling van de neoliberale ideologen, dat onbeteugelde vrije markten en democratie hand in hand gaan, te ontkrachten. Zij schrijft: 'ik (zal) laten zien dat deze fundamentalistische vorm van kapitalisme consequent door de meest brute vormen van dwang op de wereld is gezet...'

Er gaat een heel eenvoudige en doeltreffende redenering schuil achter Kleins claim dat het wereldwijd dominant worden van de puristische kapitalistische ideologie en praktijk met de meest brute vormen van dwang samengaat en waarom het dus niet democratisch is. Ze beargumenteert dat het pakket beleidsmaatregelen bestaande uit deregulering, privatisering en het snijden in de sociale voorzieningen, het ABC van de marktfundamentalisten, nu eenmaal uiterst impopulaire maatregelen zijn omdat de meerderheid van de bevolking er als gevolg daarvan op achteruit gaat. Omdat dit ongewilde hervormingen zijn, maken de neoliberale beleidsmakers keer op keer handig gebruik van momenten van sociale ontwrichting waarop andere dingen belangrijker lijken dan technisch-economische maatregelen. Zij exploiteren in feite natuurrampen, gewelddadige coups en economische crises; kortom momenten van shock (zo is Klein ook tot de keuze voor haar titel gekomen). Alleen op momenten van collectieve verwarring, op momenten dat democratie een praktische onmogelijkheid lijkt, kunnen de radicale kapitalisten hun, vaak clandestiene, plannen doordrukken.

Klein gaat nog een stap verder in haar boek. Net als de neoliberale ideologen vaak het communisme als inherent autoritair hebben afgeschilderd, zo vraagt Klein zich af in hoeverre deze radicale, puristische variant van het kapitalisme niet evengoed innig verbonden is met onderdrukking. Klein: 'De staatsgrepen, oorlogen en bloedbaden om regimes die het bedrijfsleven steunen in het zadel te helpen en te handhaven zijn nooit opgevat als kapitalistische misdaden, maar werden in plaats daarvan afgedaan als de excessen van fanatieke dictators, als hete fronten van de Koude Oorlog, en nu als de War on Terror.' Zij voegt daar aan toe: 'Als de meest toegewijde tegenstanders van het corporatistische economische model systematisch worden uitgeroeid (...), wordt die onderdrukking uitgelegd als deel van de 'vuile oorlog' tegen communisme en terrorisme - en bijna nooit als de strijd ten behoeve van de bevordering van zuiver kapitalisme.' In De shockdoctrine doet Klein dit wel. Hierdoor ontstaat een aantrekkelijke alternatieve geschiedenis van de laatste vijfendertig jaar, welke wordt geïnterpreteerd als de bewuste, systematische verspreiding van een nieuw economisch model, in feite een nieuwe fase binnen de expansiegeschiedenis van het kapitalisme. Nadat alle uithoeken van de wereld reeds gekoloniseerd zijn, is er nog slechts één domein over dat gewonnen kan worden door de radicale kapitalisten: de staat.

De 669 pagina's die de Nederlandse versie van haar boek rijk is, bestaat vooral uit een opeenstapeling van goed gedocumenteerde feiten ter onderbouwing van bovenstaande stellingen. Van Chili, Argentinië en Brazilië naar Groot-Brittannië, van Zuid-Afrika naar Rusland en China, en tenslotte via Irak en Sri Lanka naar de Verenigde Staten en Israël; overal waar de radicale, pure vorm van kapitalisme werd doorgevoerd werd handig gebruik gemaakt van momenten van collectieve shock. Coups, oorlogen en natuurgeweld zorgden voor deze momenten van sociale ontwrichting. Neoliberale economen zagen hun kans schoon en voerden radicale pakketten met vergaande beleidsmaatregelen door, waarbij steeds opnieuw ruimte gemaakt moest worden door de staat voor het bedrijfsleven. Steeds gebeurde dit in een ondemocratisch vacuüm. Steeds ook, wanneer even later duidelijk was geworden wat er in de tussentijd was gebeurd, ontstond er breed verzet tegen de doorgevoerde maatregelen. Dit verzet werd vervolgens onderdrukt. Het leverde, alleen al in Zuid-Amerika, tien duizenden doden en 'verdwenen' activisten op. Landen die in de greep van de puristische kapitalisten kwamen, werden zo door drie vormen van shock getroffen, aldus Naomi Klein. Allereerst was er de shock van het natuurgeweld, de coup of de oorlog. Daarop volgde de economische shock die weer werd gevolgd door de shock van onderdrukking, laatstgenoemde niet zelden met gebruikmaking van marteling.

Met De shockdoctrine heeft Naomi Klein een uiterst goed leesbaar en evengoed onderbouwd boek geschreven dat voorgoed afrekent met de illusies van de neoliberale revolutie van de afgelopen vijfendertig jaar. Anders dan de voorstanders ervan beweren, gaan vrijheid en democratie niet hand in hand met de onbeteugelde vrije markt. In feite wordt deze vrije markt vaak doorgevoerd in een ondemocratisch moment en vervolgens met harde hand gehandhaafd. Dit heeft niets met democratie van doen. En, anders dan dat dit gebrek aan democratie moet worden toegeschreven aan toevallige factoren of afwijkingen van een in essentie goede bedoeling, laat Klein zien dat dit een wezenlijk onderdeel uitmaakt van deze neoliberale revolutie. Deze onderdrukking maakt een noodzakelijk onderdeel uit van 'de strijd ten behoeve van de bevordering van zuiver kapitalisme' om de eenvoudige reden dat het pakket maatregelen erg impopulair is.

Verder concludeert Klein dat de kritiek van de neoliberale theoretici van het eerste uur op het autoritaire communisme, dat met Stalin van een gezicht werd voorzien, net zo goed van toepassing is op de marktfundamentalisten zelf. De radicale hervormingen in naam van de vrije markt, die zo verbonden zijn met de naam Milton Friedman, zijn evengoed autoritair omdat net als verschillende maatregelen in de Sovjet-Unie onder Stalin, deze hervormingen nu erg ongewenst zijn. Zo is de cirkel rond. En, zo besluit Klein haar boek in het laatste hoofdstuk, net zoals het autoritaire communisme voorgoed is gedelegitimeerd door de schandalen in de Sovjet-Unie en elders, zo is ook de neoliberale vorm van het kapitalisme veel van het heilige vuur uit de jaren tachtig kwijtgeraakt doordat zij verwikkeld is geraakt met dictatoriale regimes en veelvuldig ondemocratische ruimtes heeft benut; kortom omdat zij zich baseerde op de verwarring van de shock.

Als de neoliberale revolutie achteraf niet als een intellectuele vrijheidsstrijd opgevat kan worden, zoals Naomi Klein overtuigend beargumenteert in De shockdoctrine, wat was het dan wel? Als de concrete praktijk van de neoliberale shocktherapie, als het 'reëel bestaande' radicale kapitalisme niet is geboren uit vrijheid, heeft het dan misschien wel die welvaart opgeleverd die Reagan en Thatcher in de jaren tachtig beloofden? Hierover is Klein duidelijk. Naast een enorme scheefgroei van de verdeling van de welvaart, die zo kenmerkend is voor de tijdperk van de globalisering, merkt ze op: 'Overal waar de kruistocht van de Chicago School triomfeerde, heeft hij een permanente onderklasse van 25 tot 60% van de bevolking gecreëerd.'

-----------------

Meer informatie: website van het boek

Naomi Klein: The Shock Doctrine. The Rise of Disaster Capitalism. 558 blz. euro 16,–. De Nederlandse vertaling (De shockdoctrine) verscheen bij De Geus (isbn 9789044509182, 670 pagina’s € 24,90)