Links moet juist ook lokaal nadrukkelijk aanwezig zijn


Als het van tevoren bedacht zou zijn, dan verdient het kabinet Bruin 1, dat er mogelijk toch nog komt, een dikke 10 voor strategie. PVV-leider Geert Wilders kon in verkiezingstijd een sociaal masker opzetten door onder andere op te komen voor een betere gezondheidszorg en handhaving van de AOW-leeftijd op 65 jaar, om deze punten na de verkiezingen weer netjes in te leveren bij zijn oude partij de VVD, zodat de PVV in ruil daarvoor het migrantenbeleid mag bepalen, waar de VVD weer niet vies van is. Met het CDA erbij wordt het draagvlak in de samenleving nog eens vergroot en die christelijke partij zal het gevoerde beleid nog enigszins “sociaal” proberen te doen lijken.

Een rampkabinet is dus aanstaande. Alle minderbedeelden zullen gepakt worden door VVD-leider Mark Rutte, onder het mom van “noodzakelijke bezuinigingen”, en migranten nog eens extra door Wilders, onder het mom van “migratiebeperking en integratie”. Hoe heeft het zover kunnen komen? Het is hoe dan ook de hoogste tijd dat (buitenparlementair) links zichzelf nu wakker schudt en de ingebeelde scheiding tussen migranten en de rest doorbreekt, zodat we ons gezamenlijk kunnen richten op dat wat echt belangrijk is in ons dagelijks leven, zoals bestaanszekerheid en een goede leefomgeving. En die kansen liggen er ook voor buitenparlementair links.

Verkeerde discussie
In het publieke debat werd er de laatste jaren steeds meer gemeten langs de meetlat van “allochtoon” en “autochtoon”, of moslim en niet-moslim. “Marokkanen” werden in één zin geassocieerd met “criminelen”, en “de islam” met terrorisme, vrouwenonderdrukking en het verdwijnen van “de Nederlandse cultuur”. Zo kwam er bijvoorbeeld in een van de verkiezingsdebatten een discussieronde langs met het thema islam. Normaal gesproken zijn het zaken als bijvoorbeeld veiligheid, sociaal beleid en buitenlands beleid die bediscussieerd worden in een verkiezingsdebat. Als er een discussieronde christendom was geweest, dan was er vast wel iemand opgestaan met de vraag “Wat wilt u daar precies over weten?”. Maar bij de islam was dat blijkbaar meteen duidelijk. Dat geeft goed aan hoe we in een paar jaar tijd gewend zijn geraakt aan een bepaalde manier van praten over migranten en de islam. In die context maakt het nog maar weinig uit wát je er precies over zegt, want dát er islamisering plaatsvindt en dát daar de dreiging van terrorisme en onderdrukking uit voortkomt, dat staat dan immers al vast. Het zit simpelweg in de vraag of stelling verborgen.

De islam is dan dus bij voorbaat al een probleem. De gewenning aan die manier van denken en praten heeft dan ook veel publieke debatten en opinies gedomineerd. Rechts wees op de problemen van immigratie of de islam, en ‘links’ – of alles dat pretendeert “redelijk” en “sociaal” te zijn tot aan sommige VVD-ers toe – schoot in de verdediging, en wees steeds op het feit dat we “mensen niet over één kam kunnen scheren”, en dat we geen hele groepen mensen en bevolkingsgroepen moeten stigmatiseren. Het is een terminologie die we met z’n allen als “fatsoenlijk” bestempelen, maar die langzaam aan waarde en betekenis verliest. Parlementair links verschilde qua terminologie bijvoorbeeld niet veel van het CDA of zelfs de VVD.

Ondertussen bestaat er nog steeds een gerede kans dat er geregeerd gaat worden met de PVV, en onvrede daarover wordt gesust met goedbedoelde praatjes, zoals een CDA-er uit Wijchen in De Gelderlander: “Gevoelsmatig heb ik moeite met de PVV. Het is een strijd tussen hoofd en hart. Maar uiteindelijk moet het niet gaan om emotie, maar om inhoud.” Dat is een vreemde redenering. Het is alsof emotie niet door de inhoud gevormd wordt, en alsof emotie en inhoud los van elkaar staan. Maar toch ligt in deze uitspraak een belangrijke redenering besloten die sterk bijdraagt aan de verrechtsing in Nederland. De nadruk op “de sociale moraal” van tegenstanders van de PVV en de gedachte dat de PVV “concrete problemen benoemt en aanpakt” zou wel eens een belangrijke reden kunnen zijn waarom veel kiezers hebben gedacht dat ze met de PVV het beste uit zijn. Voor hetzelfde geld wordt er gediscussieerd over de vraag of Marokkanen nu wel of niet aardige mensen zijn. Maar daar moeten we het helemaal niet over hebben, en daar zullen mensen ook nooit uit komen omdat het een onmogelijke en irrelevante vraag is. Wel een belangrijke en reële vraag is of we vinden dat ieder mens een dak boven zijn hoofd moet hebben. En of ieder mens een veilig bestaan moet kunnen hebben, en de vraag of mensen zichzelf moeten kunnen voorzien van voldoende gezond voedsel en verzorging. Zulke vragen werden echter niet of nauwelijks gesteld, terwijl er ondertussen toch grote groepen onschuldige migranten, die niets hadden misdaan, in bajesboten gevangen werden gezet, en er ondertussen nauwelijks meer iemand het land in kwam.

Illegalen en migranten
Een extreem-rechts kabinet betekent een nog strenger migratiebeleid. Dat betekent niet alleen dat er minder migranten in Nederland zijn of naar Nederland komen, maar vooral dat er meer illegalen komen. En meer illegalen betekent meer goedkope werkkrachten in de ogen van sommige werkgevers. Daarnaast kan er een min of meer nieuw fenomeen ontstaan omdat we, als het aan de PVV ligt, met nog meer wettelijk vastgelegde apartheid te maken gaan krijgen. De Koppelingswet trekt al een huizenhoge muur op tussen legale en illegale mensen, en nu wil de PVV ervoor zorgen dat alleen Nederlanders nog direct een kans blijven behouden op een uitkering wanneer ze werkloos worden. Migranten zouden voortaan eerst 10 jaar in Nederland moeten wonen en werken voordat ze daarop aanspraak kunnen maken. Het ligt voor de hand dat deze mensen op straat terecht komen, of ook tot zwart en illegaal werk worden gedwongen wanneer ze ontslag hebben gekregen of arbeidsongeschikt zijn geworden. En er staan nog meer plannen op stapel, zoals het voorstel om de verblijfsvergunning te koppelen aan de contractduur, en rare lastig uitvoerbare plannen als het niet verlenen van een uitkering aan boerkadraagsters of mensen die slecht Nederlands spreken. Het gevolg van al deze plannen is een groei van de illegale arbeidssector.

Hoewel met name de illegale sector bijzonder moeilijk te organiseren is omdat er vanzelfsprekend veel angst heerst, moeten we er alles aan doen om deze mensen op welke manier dan ook te betrekken bij de strijd tegen het kabinet en waar het voor staat, en dus bij de strijd voor een goed loon, een goede gezondheidszorg en een goede leefomgeving. De strijd die (illegale) huishoudelijk werkers (domestic workers) op dit moment aan het organiseren zijn, is in meerdere opzichten bijzonder belangrijk. Die kan namelijk als voorbeeld dienen voor andere illegalen, voor de vakbond en voor links in het algemeen. En die toont de harde werkelijkheid van het leven in de illegaliteit, en hoe er met de zware arbeid van mensen zonder papieren wordt omgegaan. De keuzen van een mogelijk aanstaand extreem-rechts kabinet maken pijnlijk duidelijk hoe deze kapitalistische wereld ook alweer in elkaar steekt en werkt. De meerderheid van de mensen vangt de klappen op om een kleine minderheid in rijkdom te kunnen laten leven. Daarin verschilt de illegale schoonmaker niet van een “autochtone” stratenmaker. En hun eventuele verzet evenmin.

Andere discussie aanzwengelen
Een rechts kabinet gesteund door de PVV zal ongetwijfeld leiden tot verslechtering van de situatie van mensen die het nu al het slechtst hebben. Buschauffeurs, schoonmakers, stratenmakers, huurders, verplegers, studenten, AOW-ers, mensen met een uitkering, mensen in de thuiszorg, de postbode: allemaal zullen ze de dupe worden van de harde maatregelen. De kans is groot dat veel maatregelen protest zullen opleveren. Om die bezuinigingen en maatregelen te kunnen stoppen zullen “allochtone” en “autochtone” collega’s samen de straat op moeten, of gezamenlijk het werk moeten neerleggen. Dat is een ontwikkeling die radicaal-links goed moet benutten omdat we dan anti-racisme automatisch koppelen aan sociale strijd, en dat is precies waar het om moet gaan.

We hoeven dan niet meer te praten over verschillende culturen, of enorme grote groepen mensen te beoordelen – of te verdedigen – vanwege hun afkomst. We kunnen dan laten zien hoe de samenleving werkelijk in elkaar steekt. We kunnen aantonen dat een Nederlandse werkgever uiteindelijk niet in de eerste plaats van Nederland houdt, maar van de winst van zijn bedrijf. We kunnen aantonen dat het de PVV, de VVD en het CDA niet te doen is om “Nederland te beschermen”, maar om “de vrije markt” ruim baan te geven. Dan kunnen we aantonen dat de plek op de sociale ladder er veel meer toe doet dan nationaliteit, en dat we wel degelijk goed met elkaar door één deur kunnen. Wanneer we het hebben over de lonen van buschauffeurs of de ontslagen van postbodes, dan hebben we het immers over alle buschauffeurs en postbodes en dan maakt afkomst niet meer uit. Sterker nog, dan hebben we elkaar allemaal nodig om verzet effectief te maken. In dat geval hebben we het niet meer over “de Marokkaanse gemeenschap” of “de Antilliaanse gemeenschap”, maar over mensen met of zonder baan, met een leven. Over mensen met wie je kunt praten, die zichzelf kunnen organiseren, en die allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Dan hoeven we niet meer te zeggen dat mensen van allerlei afkomsten in eerste instantie individuen zijn die een functie vervullen en een dagelijks leven hebben in deze maatschappij, maar dan laten we het zien en voelen.
Het is ironisch maar waar dat juist de te verwachten verslechtering van de omstandigheden mogelijkheden biedt om een linkse strijd op te bouwen die boven nationaliteit en religie uitstijgt. We zouden deze kans moeten aangrijpen om het kader waarin gedacht en gesproken wordt te doorbreken, zodat de discussie niet meer gaat over nationaliteit, maar over een leefbaar bestaan voor iedereen. Zodat het niet meer gaat over een eenzijdige visie op een religie, maar over concrete solidariteit. Er liggen nu mogelijkheden om duidelijk te maken dat reële problemen die mensen ervaren, zoals bestaansonzekerheid en verslechtering van werkomstandigheden, niet opgelost worden door een verdeel- en heersspel van rechts, maar alleen door linkse eenheid in diversiteit.

Een nieuw links van onderop
Het verhaal van de “sociale moraal”, zoals dat hierboven is aangehaald, lijkt te zijn uitgewerkt. Mensen zoeken oplossingen en zekerheden in een onzekere wereld. Links heeft op dit moment een slechte naam, en dat zou wel eens veroorzaakt kunnen zijn doordat links op meerdere fronten een nest heeft gevonden bij neo-liberaal Nederland. Enerzijds is de PvdA als een dwaas mee gaan liberaliseren. Met mooie woorden, maar vooral met een neo-liberale agenda waardoor een soort sluimerkapitalisme ontstond dat natuurlijk geen haar beter is en dat ons in de huidige situatie heeft gestort. Anderzijds vond buitenparlementair links – bijvoorbeeld wat over was van de meer anarchistisch georiënteerde kraakscene – ook een comfortabel plekje door een levensstijl te creëren die was gebaseerd op de uitwassen van het kapitalisme. Natuurlijk werden er vanuit die hoek veel goede acties georganiseerd tegen onder meer extreem-rechts, milieuvernietiging en ga zo maar door. Maar voor een flink aantal mensen stond het alternatieve bestaan uiteindelijk centraal: het leven van weggegooid voedsel, en natuurlijk kraken, veelal uit eigen belang. Er werd gratis voedsel uitgedeeld en men draaide kraakkroegen en weggeefwinkels. Activiteiten waar op zich helemaal niets mis mee was, maar die uiteindelijk te weinig zoden aan de linkse dijk konden zetten om werkelijk een verschil te maken in de samenleving.

Ook vond een flink deel van “de sociale mensen” een vast inkomen in de gesubsidieerde wereld van ngo’s, vluchtelingenhulp, milieuorganisaties, etcetera. Zo konden die zich in hun levensonderhoud voorzien en hun sociale betrokkenheid vormgeven. Helaas moet de gesubsidieerde wereld vaak afstand nemen van een uitgesproken politieke mening of strijd. Er ontstond een heel groot netwerk van allerlei instanties die zaken wilden verbeteren voor de Derde Wereld, de vluchtelingen of het milieu, maar die moesten zich verre houden van de politiek. Die zijn dan ook in een vreemd vaarwater terecht gekomen. Ze moeten zich verplicht beperken tot een “sociale moraal”, mogen geen linken meer leggen met andere problematieken, en niet meer streven naar het veranderen van het kapitalisme in zijn geheel, maar alleen hier en daar wat bijschaven.

Al deze ontwikkelingen, waarbij de vakbonden ook steeds verder verdronken in het poldermodel, hebben ervoor gezorgd dat “links zijn” een keuze is geworden. Iets voor idealisten, voor mensen die goed willen doen, die een bepaalde “sociale moraal” hanteren. Of als het om de PvdA gaat, iets voor mensen die voornamelijk links lullen en rechts doen. Links bestaat eigenlijk uit allerlei eilandjes waar mensen weloverwogen voor moeten kiezen en veel voor moeten doen om op die eilandjes te kunnen komen. Links heeft steeds minder te maken gekregen met klassenbewustzijn of een ‘volksbeweging’. Natuurlijk waren er wel mensen en groepen die van alles probeerden van de grond te krijgen, maar misschien kon het ook niet anders dan hoe het gelopen is. Misschien was het niet de juiste tijd.
Veranderingen

Leuk of niet, deze situatie gaat veranderen. De sociaal-democratie verliest in heel Europa aan invloed, kraken wordt verboden, vluchtelingenhulp wordt vervangen door repressie, en ontwikkelingshulp en subsidies voor sociale doeleinden zullen op grote schaal worden wegbezuinigd. Mocht er dus nog iemand zijn die op de oude voet door wil gaan, dan zal diegene vanzelf merken dat dat niet meer gaat. Ondertussen zullen mensen harder aangepakt worden dan ooit, en zal de behoefte aan verzet en een sociaal alternatief naar alle waarschijnlijkheid gaan groeien. Natuurlijk hebben we eerder ook al te maken gehad met rampkabinetten, maar zo’n extreem-rechts kabinet in zo’n financiële crisis als deze hebben we toch nog niet gekend.

Er zijn dan ook al initiatieven ontstaan naar aanleiding van de financiële crisis en de aanstaande bezuinigingen. Zo zijn er wat lokale initiatieven in bijvoorbeeld Nijmegen en Arnhem. Op landelijk niveau heb je de meer anarchistisch georiënteerde groep Griekenland Is Overal. Die zijn vertegenwoordigd in het landelijk platform Rekening Retour, waarin naast Doorbraak, Grenzeloos en andere organisaties, ook delen van de vakbond en sociaal-democratische organisaties vertegenwoordigd zijn. Misschien gaat dat platform in de nabije toekomst het meest gehoorde linkse tegengeluid worden. Dit soort protestplatformen zijn we wel gewend. Zo is ten tijde van het kabinet-Balkenende 1 het platform Keer Het Tij ontstaan. Hoewel het met zo’n 500 deelnemende organisaties vrij groot was, kon het de afstand die (buitenparlementair) links had gekregen tot grote groepen mensen in de samenleving niet echt overbruggen. Het kwam dan ook niet heel veel verder dan de landelijke, centraal georganiseerde en gebruikelijke protesten in Den Haag en de rondjes op de Dam. Daarmee werd er weliswaar verzet getoond, maar het benadrukte tevens de afstand tussen links en de samenleving.

Nu veel mensen hun geloof verliezen in de parlementaire politiek, moeten we niet alleen in Den Haag of op de Dam zijn, maar juist lokaal aanwezig en zichtbaar. Op het werk, in de wijk en in de straat. We moeten op de plekken zijn waar de klappen vallen. In de zorg, op de scholen, op het werk, bij het openbaar vervoer, in kringen van migranten die op straat komen te staan, enzovoorts. Die dingen gebeuren immers niet op het Binnenhof. Het is van wezenlijk belang dat we leren hoe we gezamenlijk in een stad de verslechtering van de openbare voorzieningen kunnen tegengaan, en de toegang daartoe voor mensen met lage of geen inkomens kunnen verbeteren. Als dat niet lukt, moeten we zelf het initiatief nemen om verbeteringen te bewerkstelligen. Dat is lastig en vergt veel tijd en oefening. De linkse basisorganisatie Doorbraak heeft daartoe in elk geval het plan bedacht om een brochure uit te brengen met daarin praktische tips over organiseren van onderop, gecombineerd met enkele inhoudelijke stukken en kritieken om inspiratie op te doen of om de organisatiemethoden effectiever te maken.

In de oproepen van Rekening Retour wordt weliswaar gezegd dat we van onderop moeten opbouwen, maar dat moet dan ook wel daadwerkelijk gaan gebeuren. De eerste actie, een landelijke manifestatie op 23 oktober in Den Haag, geeft daar nog niet echt blijk van. Maar laten we dat initiatief als een startschot zien. Er zijn meerdere organisaties bij Rekening Retour aangesloten die van onderop opbouwen als heel belangrijk zien. Die zullen ervoor ijveren om dat ook daadwerkelijk te gaan doen. Want om als actievoerders onze oude stoffige spandoeken weer eens uit de kast te halen om voor de zoveelste keer naar Den Haag af te reizen, heeft immers weinig nut als mensen bij thuiskomst geen basis hebben. Het heeft allemaal weinig zin als zij het verzet niet terugvinden in hun leef- en werkomgeving.

Ook doorbreekt het niet de kloof tussen het denken in “allochtonen” versus “autochtonen”. Het is zeer belangrijk om de truc van Wilders en Rutte te doorbreken, en aan te tonen dat zij voor een en hetzelfde beleid staan. Namelijk het ouderwetse beleid waarin de armeren moeten ploeteren voor de rijkeren. Ruzie tussen “allochtonen” en “autochtonen” helpt hen daarbij om de aandacht te verleggen en hun beleid door te kunnen drukken. Van onderop is het echter mogelijk om samen te werken, om samen dingen op te bouwen in onze steden en dorpen. De verplichte inburgering moet vervangen worden door een gezamenlijke strijd op de werkvloer en op straat. Nu zijn er mogelijkheden om die stevige samenwerkingsverbanden en nieuwe initiatieven door het hele land op te zetten. Dat zou een vruchtbare bodem kunnen vormen voor een nieuwe linkse strijd vanuit de basis.

-----------------

Een ingekorte versie van dit artikel verschijnt in Klasse!