De beslissing om het multilaterale proces te domineren en een geheime vergadering te beleggen voor een select aantal landen, heeft de kans op succes geruïneerd. Dit stuk van Martin Khor verscheen op 28 december op de website van The Guardian en werd vertaald door Anneke Hudig.

Het is inmiddels enkele dagen geleden sinds het chaotische einde van de klimaatconferentie van Kopemhagen, maar de naschok van het falen weerkaatst nu nog steeds. Zoals John Prescott beschrijft in zijn brief aan de Guardian is het vingerwijzen in het beschuldigend spel niet behulpzaam in het terugwinnen van het vertrouwen dat nodig is voor een positieve hervatting van de vergaderingen begin volgen jaar en deze af te maken in december 2010, want dit is de nieuwe deadline die afgesproken is in Kopenhagen.

Ten eerste moet de slechte informatie van de afgelopen dagen gecorrigeerd worden. De Britse staatssecretaris voor klimaat, Ed Miliband, gesteund door personen zoals Mark Lynas (beiden schrijvend in de Guardian) hebben China de schuld gegeven als de “rotzak” die de conferentie heeft gekaapt. Het belangrijkste “bewijs” dat zij hiervoor gaven was dat China haar veto gaf aan een overeenkomst voor een reductie van 50% voor de algemene output in 2050  en een reductie van 80% voor de ontwikkelde landen, in de kleine vergadering van 26 leiders in de laatste dagen van Kopenhagen. Deze kleine vergadering was georganiseerd door de gast-regering, Denemarken, de Deense premier had deze 26 leider bij elkaar geroepen.
Er was inderdaad een “kaping”in Kopenhagen maar niet door China. De kapers waren de leiders in de laatste 2 dagen van de conferentie die poogden onverdroten de onderhandelingen te domineren die plaatsvond tussen 193 landen gedurende twee weken en eigenlijk in de laatste twee of vier jaar.

Deze exclusieve bijeenkomst was niet in opdracht van het VN Klimaatverdrag. Inderdaad hadden de ontwikkelingslanden de Deense premier Rasmussen Lars Løkke gewaarschuwd, om niet te komen met zijn eigen "Deense tekst" die zou worden onderhandeld door een kleine groep die hij zelf zou kiezen, omdat dit in strijd zou zijn met het multilaterale verdrag de documenten zou vervangen die zorgvuldig onderhandeld waren door alle landen en niet zoals nu met een eenzijdig afgegeven stem door het gastland.

Desondanks heeft de Deense regering precies zo’n document geproduceerd, en roept precies de exclusieve groep die de multilaterale en democratische VN-klimaatconferentie zou ondermijnen bijeen. Volgens dit proces, hadden de 193 landen gezamenlijk gewerkt om te komen tot een conclusie over de vele aspecten van het klimaat-verdrag.

Weken eerder was duidelijk geworden dat Kopenhagen geen volledige overeenkomst vast kon stellen omdat er veel fundamentele verschillen bleven. Kopenhagen zou moeten zijn ontworpen als een opstapje naar een toekomstig succesvol resultaat aanvaard door allen. Helaas, het gastland Denemarken selecteerde een klein aantal van de 110 top leiders, om in het geheim elkaar te ontmoeten, zonder het mandaat of zelfs kennis van het lidmaatschap van de Conventie.

De geselecteerde leiders kregen een Deense ontwerp-document dat voornamelijk de positie van de ontwikkelde landen vertegenwoordigt, en zodoende de standpunten marginalizeren die de ontwikkelingslanden gedurende twee-jaar onderhandelingen hebben ingediend.

Ondertussen waren de meeste van de duizenden deelnemers twee weken bezig met de opstelling van twee rapporten over de laatste stand van zaken, met vermelding van gebieden van overeenkomst en die waar nog definitieve besluiten moesten worden genomen.

Deze verslagen werden uiteindelijk goedgekeurd door de conferentie. Zij zouden moeten zijn aangekondigd als de werkelijke uitkomst van Kopenhagen, samen met een besluit om de werkzaamheden te hervatten en volgend jaar een kompleet stuk af te leveren. Het zou geen doorslaand succes geweest zijn , maar het zou een eerlijk einde zijn genoemd een niet als een  mislukking te boek staan.

In plaats daarvan werd het (selecte, vert.) akkoord van Kopenhagen bekritiseerd door de laatste plenaire leden-vergadering en niet aangenomen. De onverstandige poging van het Deense voorzitterschap een niet-legitieme vergadering aan voorrang te verlenen aan het rechtmatige multilaterale proces was de reden waarom Kopenhagen zal worden beschouwd als een ramp.

Het akkoord zelf is zwak vooral omdat het geen verplichtingen bevat door de ontwikkelde landen hun uitstoot op middellange termijn te verminderen. Misschien is de meest in het oog springende reden voor deze schitterende omissie dat de nationale beloften zich tot nu toe beperkt hebben tot een algehele vermindering van 11-19% door de ontwikkelde landen in 2020 (ten opzichte van 1990), een ver verwijderd doel van de meer dan 40%-doelstelling die werd geëist door de ontwikkelingslanden en de recente wetenschap

Om het grote falen van hun kant af te leiden probeerden de ontwikkelde landen  lange termijn doelstellingen te injecteren voor emissiereductie van 50% voor de wereld en 80% voor zichzelf, tegen 2050 ten opzichte van 1990. Toen ze deze er niet door kregen via de vergadering van 26 landen, begonnen sommige landen, met name het Verenigd Koninkrijk, China de schuld in de schoenen te schuiven voor het mislukken van Kopenhagen.

In feite zijn deze doelstellingen, met name samen genomen, zeer omstreden geweest gedurende de twee jaren van discussies, en om goede redenen. Ze zouden resulteren in een zeer onbillijk resultaat waar de ontwikkelde landen hun verantwoordelijkheden ontlopen en de ontwikkelingslanden alle last van de aanpassingen op zich zouden moeten nemen.
Samen betekent dit dat de ontwikkelingslanden hun emissies in het algemeen zouden moeten verminderen met ongeveer 20% in absolute termen en ten minste 60% per hoofd. In 2050 zouden ontwikkelde landen met een hoge uitstoot per inwoner - zoals de VS - uitstoot mogen hebben van twee tot vijf keer hoger per capita dan ontwikkelingslanden. Dit laatste zou niet alleen hun uitstoot, maar ook hun economische groei ernstig beperken, met name omdat er tot nu toe geen geloofwaardige plannen zijn, laat staan toezeggingen, voor financiële en technische overdracht van technologie om hen te helpen in de overgang naar een lage-emissie-ontwikkeling.

De ontwikkelde landen zijn al klaar met hun industrialisatie op basis van goedkope koolstof gebaseerde energievoorziening en kunnen zich nu veroorloven om op een 80%-doelstelling voor 2050 te mikken, vooral omdat ze nu over de technologische en organisatorische capaciteit en infrastructuur.beschikken. Voor een minimale billijke deal moeten zij zich verbinden tot vermindering van minstens 200-400%, of om te schakelen naar het gebied van negatieve emissie, met een netto-re-absorptie van broeikasgassen, om ontwikkelingslanden in staat stellen om zich te ontwikkelen.

De aanvaarding van de twee streefdoelen zou ook een zeer onrechtvaardige verdeling van de resterende mondiale koolstofmarkt begroting hebben betekend, als deze zou hebben toegestaan dat de ontwikkelde landen zich zouden bevrijden van hun historische verantwoordelijkheid en hun koolstof-schuld. Ze zouden de rechten op een grote hoeveelheid "koolstof-ruimte" worden toegewezen, historisch en in de toekomst, zonder de verplichting en verantwoordelijkheid om adequate emissie-beperkingen te ondernemen, noch om een adequate financiële en technologische overdracht te brengen naar ontwikkelingslanden.

Gelukkig ontbreken deze doelen nu in het akkoord. De noodzaak voor de onderhandelingen om volgend jaar overeenstemming te bereiken over wat de wetenschap zegt dat noodzakelijk is voor de wereld om te ondernemen (in termen van grenzen aan de temperatuurstijging of in de mondiale uitstoot). Maar ook over wat een rechtvaardige en billijke formule is voor de verdeling van de kosten en lasten van de aanpassing, en om te beslissen over beide tegelijk. Door om overeenstemming te vragen over slechts een mondiaal streefdoel en zeer laag in te zetten op hun eigen verplichte reductie, probeerden de ontwikkelde landen een mondiale koolstof-verdeling te regelen die hen in staat stelt om weg te komen met de kaping van de atmosferische ruimte, een bron die triljoenen die dollars waard is.

Lerend van de fouten van Kopenhagen, zouden de landen terug moeten keren naar het multilaterale spoor en de onderhandelingen zo vroeg mogelijk hervatten in de twee werkgroepen van de klimaat conventie.

Ze kunnen beginnen met de twee verslagen die het wel gehaald hebben in Kopenhagen als referentiepunt. Er mogen geen pogingen meer zijn om dit multilaterale proces te kapen, want dit vertegenwoordigt onze beste hoop om de uiteindelijke resultaten te bereiken.

Het bottom-up democratisch proces is trager, maar ook stabieler, in vergelijking met de top-down poging om een oplossing op te leggen door een aantal machtige  krachten die altijd de wettigheid in de besluitvorming en het succes of de duurzaamheid in de uitvoering zullen ontberen.
.
(onder het stuk op de website van The Guardian staan vele reacties op de tekst)