De goederen zeepbel

Over de samenhang tussen de voedselprijzencrisis en de permanente 'zeepbeleconomie' Verscheen eerder in Foreign Policy in Focus (vertaling Melanie Groenefelt)

Voor hen die economische trends volgen, zijn de afgelopen 18 maanden opmerkelijk geweest om voornamelijk twee redenen. Ten eerste omdat de Amerikaanse huizenmarkt, die lang beschouwd werd als overgewaardeerd door alternatieve economen en zelfs door invloedrijke economische instituten waaronder het Internationale Monetair Fonds (IMF), eindelijk instortte.

Over een tijdspanne van enkele maanden, daalde de waarde van huizen in sommige markten naar een hoogte van niet meer dan 30%, en sommige economen schatten dat de verliezen uiteindelijk de waarde kunnen verminderen tot bijkans 50% in sommige steden.

Ten tweede is, de goederenmarkt, in het bijzonder voedsel en olie alarmerende gestegen. Daar waar de prijs per barrel ruwe olie sinds 2005 steeg, is de plotselinge toename van voedselprijzen zelfs sneller geweest.

Rijst, 's werelds voornaamste voedselgewas, is in waarde meer dan verdubbeld sinds januari van dit jaar alleen, met graanprijzen die daar niet ver bij achter blijven.

Economen geven een aantal redenen aan voor de plotselinge stijging in graanprijzen, inclusief de verhoogde vraag in ontwikkelingslanden, in het bijzonder India en China, evenals de slechte oogst vanwege ongunstige weersomstandigheden in bepaalde streken.

Terwijl veranderende consumptie- en productiepatronen, die te wijten zijn aan het broeikaseffect en de verkwistende consumptiestijl (voornamelijk in de westerse wereld) een bron van zorgen kunnen zijn, zijn de meeste tarweschuren van de wereld nog steeds meer dan adequaat om met deze marktfluctuaties om te gaan. Met uitzondering van Oost-Afrika, waar er hardnekkige tekorten en een aanhoudend gevaar is van voedselschaarste, kunnen de stijgende wereldvoedselprijzen niet slechts verklaard worden met de theorie van vraag en aanbod.

Economen zijn het er over eens dat speculatie een rol speelt in de verdere stijging van wereldvoedselprijzen. Zij stellen dat veel investeerders zich bezighouden met oppotten of welke andere vorm van speculatie dan ook, anticiperend op de toekomstige grote winsten van hun investeringen dan wat zij nu kunnen verdienen. Volgens deze heersende opvatting is speculatie een ondergeschikte of minder belangrijke reden voor de prijsstijging, met vraag en aanbod-factoren en de stijgende olie prijzen als zijnde de primaire factoren.

Terwijl het verhaal van de stijgende voedselprijzen ongetwijfeld een gecompliceerde is, de plotselinge toename van goederenprijzen en de gelijktijdige ineenstorting in de financiële markten  waarschijnlijk geen toeval.

Markten in crisis

  Hoewel veel economen volhouden dat speculatie een manier kan zijn om de vraag te verhogen om de markten flexibel te houden, is de wereldeconomie gevaarlijk afhankelijk van speculatie

In de afgelopen twee decennia hebben wij twee voorbeelden gezien van deze afhankelijkheid van speculatie die om ons heen greep, eerst met de zogenaamde "dot-com zeepbel" van de jaren negentig en nu recentelijk met de huizen-zeepbel.

In elk van deze gevallen heeft speculatie meer speculatie veroorzaakt, aangezien investeerders meer winst wilden maken op ogenschijnlijk oneindige groei - totdat de zeepbel barstte en zij hun aandelen dumpten. In het geval van de huizen-zeepbel, betekende deregulatie dat hypotheken beëindigd konden worden, verkocht en doorverkocht konden worden aan kleine en grote bedrijven , waardoor het moeilijk was voor investeerders om solvabele en insolvabele hypothecaire leningen van elkaar te onderscheiden.

In dit geval konden sommige van de ergste rampen voorkomen of tenminste vroeg ontdekt worden als analisten geïnteresseerd waren geweest in het stellen van de juiste vragen. Zij die wel vragen stelden, waaronder vele progressieve economen, werden genegeerd. Zoals de bekende constatering van Chuck Prince, hoofd van Citigroup toentertijd,  " Wanneer de muziek stopt, financieel gezien, zullen zaken gecompliceerd worden. Maar zolang de muziek blijft spelen, moet je opstaan en dansen." 

Dit is een bijzondere verontrustende houding. De bereidwilligheid van investeerders en bedrijven om mee te gaan met speculatieve zeepbellen en het overwicht van een grote hoeveelheid speculatief kapitaal in de wereldeconomie kan ernstige gevolgen hebben.

Deze omstandigheden suggereren dat de zeepbellen niet zelf de kwaal hoeven te zijn, maar de symptomen van iets dat dieper ligt. De markt kan gebaseerd zijn op speculatie en speculatieve investeerders hebben de neiging om zodanig "te hokken", dat wij in een chronische zeepbel-economie zijn terechtgekomen. De economische zeepbel vandaag de dag kan veranderen - opkomende markten zuigen de bel vol op een dag, technologie-aandelen de volgende, en hypotheken de dag erna - maar de aanwezigheid van een zeepbel zou wel eens alomtegenwoordig kunnen zijn.

Met deze hypothese wordt de voedselcrisis een beetje begrijpelijker. Goederen, inclusief voedsel, worden gezien als relatief veilige investeringen. Men kan zich situaties voorstellen waar een groot deel van de wereldbevolking stopt om huizen of computers te kopen, maar het is moeilijk om te stoppen om voedsel te kopen. De Wereldbank en het IMF hebben aangedrongen op de deregulatie van de handel in landbouw, vandaar dat het vandaag gemakkelijker is voor het bedrijfsleven om te investeren in een mondiale voedselmarkt. Zodra grote investeerders en analisten zich gedragen alsof voedselproducten een veilige weddenschap is, komt de "kudde mentaliteit" om de hoek kijken en sluiten meer en meer investeerders zich aan bij de wedstrijd en uiteindelijk heb je een over-lopende voedsel-markt op dezelfde manier waarop je een overlopende hypotheekmarkt had.

De echte en de verzonnen voedselcrisis

In hoeverre kunnen wij dan de huidige stand van zaken wijten aan een chronische en collectieve zeepbel van de financiële markten? Daar waar speculatie bijna zeker is gebagatelliseerd door de heersende analytici, is het verre van het hele verhaal.

De zogenaamde vraagzijde argumenten voor verhoging van de voedselprijzen - dat consumptie, vooral consumptie van vlees en melkproducten is gestegen in China en India - negeren een cruciaal punt. Hoewel het juist is dat veranderingen, soms significante veranderingen, zijn voorgekomen in de eetpatronen van de middenklasse van beide landen, omvat de middenklasse slechts een kleine minderheid in elk land. Andere segmenten van de populatie, in het bijzonder in India, consumeren minder dan voorheen en lijden bovendien aan chronische ondervoeding. Volgens de Indische econoom Jayati Ghosh, zijn zowel in China als India de per capita tarwe consumptie meer of minder constant in de afgelopen 20 jaar. Met dit in gedachten lijkt het onwaarschijnlijk dat de dramatische prijsstijgingen iets te maken hebben met de verhoogde vraag. 

Er zijn andere factoren die niet direct in verband staan met speculatie en ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Voor ontwikkelingslanden zijn deze factoren inclusief het IMF "beleidsadvies" om graanreserves te verminderen of helemaal af te schaffen, de opheffing van voedseltarieven afkomstig van Europa en de VS en de afschaffing van subsidies voor kunstmest en andere agrarische inputs in opdracht van het IMF en de Wereldbank.

Sinds rond 1980, hebben internationale financiële instituten getracht om de mechanismen waarmee overheden voedsel reguleren te elimineren. Tijdens hun afwezigheid namen nationale en internationale ondernemingen het roer over en dicteerden het voedselbeleid ten gunste van hun winstmarges. In moeilijke tijden bestonden de vrijwaringmechanismen waarbij de overheid haar burgers kon beschermen tegen de fluctuerende prijzen niet meer. 

Hoewel deze analyse absoluut juist is en de IFIs hun aandeel van blaam verdienen voor de huidige crisis, omdat zij de mogelijkheid tot invoering van remedies hebben beperkt, verklaart de analyse in onvoldoende mate de scherpe toename van voedselprijzen binnen zo een korte tijd.  De liberalisatie-maatregelen van het IMF en de Wereldbank zijn omstreeks 1980 toegepast en uit deze periode is het enige tastbare effect een daling van de mondiale goederenprijzen inclusief de voedselprijzen.

Andere reëele factoren, vooral de stijging van olieprijzen en daaraan gerelateerde stijgingen in transport en kunstmest, hebben zeker een belangrijke rol gespeeld in de toename van voedselprijzen. Maar deze verhogingen van de kosten voor bepaalde inputs kunnen niet het volledige beeld weergeven.

Voorbij de zeepbel: hervorming van de mondiale landbouw

Alhoewel speculatie de voornaamste drijfveer is achter de huidige opstuwing van prijzen, was niet alles in orde vóór de huidige crisis. Sedert omstreeks 1960 is de mondiale voedselproductie getransformeerd van een primaire locale activiteit, weliswaar met de import en export van luxe voedselprodukten, naar een primaire mondiale onderneming.

Internationale handelsregels bevoordelen producenten die hun goederen voor export produceren boven degenen die voor de locale consumptie produceren. Hoewel boeren in Brits Colombië en Californië beide tomaten verbouwen in de zomer, is het winstgevender voor hen om deze tomaten te verschepen naar de grens voor verkoop aan te bieden dan dit lokaal te verkopen. Behalve deze duidelijke belachelijkheid van de situatie, zorgen de verhoogde transportkosten van verscheping van goederen per truck over de lange afstanden voor hogere uitgaven.

In Azië, Latijns-Amerika, Noord-Amerika en sommige delen van Europa, wordt de aanwezigheid van kleine boeren steeds zeldzamer. De industrialisatie van landbouw door middel van monocultuur en de over-afhankelijkheid van chemisch kunstmest en pesticiden heeft op een effectieve manier  economieën gecreëerd die van een schaal zijn, zodanig dat het haast onmogelijk is voor kleine landbouwers om te slagen. Genetische modificatie van zaden voegt nog een andere laag toe aan die industrialisatie, die de enorme agrarische ondernemingen waaronder Monsanto, Archer Daniels Midland en Cargill ervan verzekeren dat zij recordwinsten boeken.

Een oplossing die door bepaalde landen al wordt uitgevoerd is de de-liberalisatie van hun agrarische sectoren. Tot nu toe is dit gedaan op een ad-hoc en ongeplande manier, wat begrijpelijk is gezien de  omstandigheden. Zo heeft India de export van sommige gewassen verboden, terwijl bepaalde exporttarieven worden opgeheven; China heeft prijscontrole geïntroduceerd en tarieven van graan verhoogd om de export te ontmoedigen. Meer dan 25 landen en de Europese Unie, die tijdelijk de importbelasting hebben opgeschort, hebben dezelfde maatregelen genomen.

Deze maatregelen zijn nodig, maar zijn niet de oplossing. Ze kunnen de gevolgen van de stijgende voedselprijzen verminderen, maar zij zullen de huidige trend niet keren.

Echte oplossingen zullen betrekking hebben op de hervorming en de-mondialisering van de mondiale agrarische markt. Enkele van deze stappen kunnen onder andere de volgende zijn:

Voedsel soevereiniteit is voedselveiligheid. Landen die serieus zijn over voedselveiligheid zouden maatregelen moeten nemen om hun lokale productie te verhogen. In gevallen waar het niet haalbaar of wenselijk is om 100 procent zelfvoorzienend te zijn in basisvoedselgewassen, zouden handelsovereenkomsten onderhandeld moeten worden binnen de regio. Als meer handel regionaal was, zou het niet alleen de transportkosten verminderen, het zou ook de regionale groei en ontwikkeling bevorderen.      

Maak Handelsovereenkomsten ongedaan. Voedsel soevereiniteit zal niet mogelijk zijn tenzij alle besprekingen over landbouwovereenkomsten binnen de Wereld HandelsOrganisatie (WTO) en binnen door bilaterale handelsovereenkomsten worden opgeschort. Zulke handelsovereenkomsten zijn ontworpen in de context van een mondiale agrarische markt, waar een land haar agrarische sector gebaseerd heeft op comparatief voordeel en marktbehoefte.Zo een strategie is zinloos wanneer mensen in landen over de hele wereld betere en goedkopere toegang eisen tot basisvoedselgewassen.

Verhoog belasting op speculatie. Teneinde de locale productie te bevorderen, zijn subsidies en andere door de overheid gesubsidieerde programma's een vereiste. Maar veel overheden hebben al problemen om geld te innen voor de basis infrastructuur en andere essentiële diensten. Er is geen eenvoudig antwoord hier, maar een mogelijkheid kan zijn om manieren te vinden om belasting te heffen op speculatie. Als dit gedaan werd naast het "Tobin tax" model - met een kleine belastingheffing op iedere gemaakte transactie en mondiaal beheerd - zou dit veel geld kunnen genereren en dat beheerd zou kunnen worden door de VN Voedsel en Landbouw Organisatie. Een andere optie is dat landen  belasting zouden heffen over hun eigen handel in opties en goederen, indien voorhanden..

De uiteindelijke analyse is dat de voedselcrisis eigenlijk een convergentie is van twee crises. De eerste is de crisis van speculatie, gekarakteriseerd door een chronische "zeepbel-economie". Verhoogde regulering en belasting van alle soorten speculatie is de enige lange termijnoplossing.De tweede is een crisis die al een lange tijd in aantocht was- de crisis van de mondiale landbouw die op vele manieren een geplande en berekende crisis is. Wanneer landbouwbeleid niet door burgers is gemaakt en hun gekozen vertegenwoordigers, maar eerder door internationale financiële instellingen en hun marktfundamentalistische beleid en door grote agrarische ondernemingen wiens  primaire zorg hun eigen winst is, is dat het recept voor onheil.

  Sameer Dossani, is medewerker van Foreign Policy In Focus en directeur van 50 Years is Enough en heeft een blog.

Dit commentaar is overgenomen uit het artikel dat binnen korte tijd zal verschijnen in het Spaans door "América Latina en Movimiento," een maandelijks tijdschrift monthly magazine bewerkt door de  Latin American Information Agency ( ALAI).

-------------------------

commentaar

Ontbrekende prijsregulering    

Door Wilson, Brad

Dit artikel, alhoewel nuttig, ziet sommige van de voornaamste tekortkomingen van de heersende mediaberichtgeving over landbouw kwesties over het hoofd.

1. er is geen melding gemaakt van de beëindiging van dumping op boeren in arme landen ten aanzien van een aantal goederen, vanwege de prijszeepbel. Dit is een groot voordeel  zoals de VS doelbewust geld is kwijtgeraakt bij de export van landbouw "programma gewassen" ( i.c. de verkoop tegen verlies per eenheid van mais, tarwe, rijst, katoen, sojabonen, sorghum graan, gerst, havermout) gedurende 24 van de 26 jaren, 1981-2004, het massaal  dumpen in  de wereld en daarmee de wereldmarkt meeslepend. (Dit is berekend door gebruik te maken van USDA ERS cijfers voor volledige economische kosten en het  aantal vierkante meters landbouwgrond, gecombineerd met de 8 gewassen). De verliezen, in 2008 dollars en met het multiplier effect meeberekend, bereikt eenvoudig hoogten van vele biljoenen. Dat is biljoen met een B, en is over het hoofd gezien in de mediadiscussies over vele miljoenen (Miljoen met een M) dollar landbouw subsidies. Nu dat deze dumping is beëindigd, tenminste tijdelijk, stromen omvangrijke geldhoeveelheden naar agrarische regio's inclusief de voornaamste armoedegebieden wereldwijd.

Dit zal enorme invloed hebben op deze economieën aangezien de economische multiplier effect meespelen, alhoewel uiteraard de gigantische wonden van de VS en andere beleidsmaatregelen van sinds 1950 niet ongedaan gemaakt kunnen worden.Er is dan geen melding van de specifieke honger vs de voorspoed paradox in de huidige prijs zeepbel, een paradox die opgelost zou kunnen worden door maatregelen zoals hieronder besproken.

2. Er is geen gewag gemaakt van de primaire VS beleidsmechanismen die succesvol deze economische  factoren hebben beheerd in het verleden en de huidige voorstellen om die mondiaal toe te passen. Deze houden onder meer in minimumprijzen met aanbodcontrole om dumping te voorkomen en graan reserves met maximum prijzen.'release triggers') om prijszeepbellen te verminderen en speculatie te beperken.

Deze maatregelen, die verankerd zijn in het Amerikaanse handelsbeleid,  worden met name voor gestaan door de National Family Farm Coalition, nffc.org.

De beste informatie bronnen zijn oa. APAC aan de Universiteit van Tennessee en het Institute for Agriculture and Trade Policy .

Aangezien alternatieve bronnen zelden goede informatie beschikbaar stellen ten aanzien van de kwesties betreffende prijsregulering gedurende het recente landbouwwetdebat, adviseer ik 2 historische documenten die nu online verkrijgbaar zijn: A Legacy of Crisis: Farmer Solutions, Corporate Resistance (& etc.) (link) Crisis by Design: A Brief Review of U.S. Farm Policy (link)

 

AddThis Social Bookmark Button